Als basis voor zijn schilderijen compileert Koole elementen uit de media: nieuwsfoto’s, krantenkoppen, fragmenten uit ondertitels op televisie. Deze compilaties vergroot hij uit in fotorealistische schilderijen van monumentaal formaat. Zo brengt hij de talen van de schilderkunst en de massamedia samen in krachtige statements. Aan die beelden hoeft hij persoonlijk niets meer toe te voegen. Het resultaat is dat de inhoud van een schilderij van Koole vaak leest als een aanklacht en de vorm te verstaan is als een oproep om nooit te vergeten. Toch noemt de schilder zich liever geen activist. Hij verslaat de werkelijkheid in een iconografisch idioom dat bij iedereen binnenkomt.
Dat maakt van zijn schilderijen geen makkelijke werken. Op het eerste gezicht zijn het prettige, evenwichtige composities in een verfijnde en consciëntieuze schilderstijl. Maar al snel herkennen we de afgebeelde onderwerpen als confrontaties met die ongemakkelijke gebeurtenissen die we liever als incidenten beschouwen, dan als de tekenen van onze tijd. Juist om die reden is de enorme consistentie in zijn oeuvre van de afgelopen decennia bewonderenswaardig en zelfs dapper.
In deze tijd herkennen we in zijn werk de momenten waarop we hadden kunnen weten dat er zaken grondig misgingen. Het beperken van de persvrijheid in Rusland, politieke moord, het brutaal aanvallen van burgerdoelen. Wegkijken is in het werk van Peter Koole nooit een optie geweest. In Rotterdam is het werk van Peter Koole tentoongesteld in onder meer de Laurenskerk en BRUTUS.
Zo is uw portret van Hatidža Mehmedović, oprichter van Mothers of Srebrenica zeer indringend. In haar gezicht zie je pijn en vermoeidheid, maar ook vastberadenheid. Verdriet gecombineerd met kracht.
We kunnen er niet om heen, u schildert over zware onderwerpen. Gebeurtenissen die zo groot zijn, dat je ze bijna niet kan bevatten. Maar die te belangrijk zijn om zomaar te vergeten. Met uw werk zorgt u ervoor dat mensen betrokken blijven. Dat zij de gebeurtenissen herinneren en de implicaties ervan zien.
Zoals uw serie Dedicated to Anna Politkovskaya. Het is meer dan een eerbetoon aan deze Russische journaliste. Het is ook een reminder aan het belang van persvrijheid en een waarschuwing voor de toekomst.
Politkovskaya werd bedreigd, vergiftigd en uiteindelijk doodgeschoten omdat zij verslag deed van de misdaden die het Russische leger in Tsjetsjenië pleegde.
Slechts drie jaar na uw tentoonstelling in het Kunstenlab zien we dat de geschiedenis zich herhaalt. Hetzelfde leger, hetzelfde geweld. Nu in Oekraïne, in Boetsja en Izjoem.
History will teach us nothing zong Sting. En dat onderschrijft u volgens mij. De namen veranderen, de gebeurtenissen niet. Tsjetsjenië werd Oekraïne en wat in Srebrenica plaatsvond overkwam ook de Rohingya en Oeigoeren.
Gelukkig zijn er mensen, zoals Erasmus en u, die ons bij de les houden. Die ons laten nadenken over onze eigen rol in het geheel. Die ons inspireren om nog beter ons best te doen. Om te streven naar meer verdraagzaamheid, naar begrip en empathie.
Uw werk is geëngageerd, intrigerend en herkenbaar. De realistische afbeeldingen trekken de kijker het schilderij in. Uw stijl is dan ook zeer uitnodigend. Pas daarna, bij de tweede blik, ziet de kijker uw boodschap.
Het comité schrijft hierover:
‘Op het eerste gezicht zijn het prettige, evenwichtige composities in een verfijnde schilderstijl. Maar al snel herkennen we de afgebeelde onderwerpen als confrontaties met ongemakkelijke gebeurtenissen die we liever als incidenten beschouwen, dan als de tekenen van onze tijd.’
Beste meneer Koole, net als Erasmus legt u de ongemakkelijke waarheid bloot. Confronteert u de samenleving, dwingt u ons om die waarheid onder ogen te zien. Daarmee treedt u zeker in de voetsporen van Erasmus.
Vandaar dat het Comité Erasmus u dit jaar de Lof der Zotheidspeld toegekend heeft.
“Die laatste melodie herkende u waarschijnlijk als…. Dona, nobis pacem of Geef ons vrede.
Maar wat was al die heftigheid daarvoor? Dat begon met een “bataille”: oorlogsmuziek uit de tijd van Erasmus, gevolgd door nog 2 strijdbare stukken voor orgel uit latere tijd: de “Corrente Italiana” van Juan Cabanilles Barberá (1644-1712) en “Laat ons juichen Batavieren”, weliswaar van Mozart (1756-1791) maar wel gebaseerd op een Nederlands lied.
Adriaan Hoek, onze nieuwe stadsorganist, preludeerde op ons Erasmiaanse thema van dit jaar: Weg met oorlog! Het onstuitbare pacifisme van Erasmus.
Dit thema, omdat precies 500 jaar geleden de samenspraak met de titel ”de bekentenis van een huursoldaat” verscheen.
Verder was er in 1522 ook een uitgave van “De klacht van de vrede”, die zich in de Erasmus collectie van de bibliotheek bevindt. Oorlog en vrede dus.
Vervolgens heette Steven Lamberts (voorzitter Comité Erasmus Rotterdam) alle aanwezigen hartelijk welkom:
Mijnheer de wethouder, mijnheer Koole, familie en vrienden van de heer Koole, geachte aanwezigen, welkom bij de viering van de 556ste verjaardag van Desiderius Erasmus.
Om logistieke redenen vieren wij de verjaardag vandaag een dag te vroeg; Erasmus maakte herhaaldelijk duidelijk dat hij op 28 oktober was geboren, merkwaardigerwijs bleef hij heel onduidelijk over zijn geboortejaar:1466 wordt het meest waarschijnlijk geacht.
Ik ben Steven Lamberts, voorzitter van het comité Erasmus, icoon van Rotterdam, een comité waarin 16 Rotterdamse instellingen en organisaties samenwerken met het doel Erasmus tot HET boegbeeld van zijn geboortestad te maken.
Doel van ons comité is het bevorderen van de bekendheid van het gedachtegoed van Erasmus bij alle Rotterdammers en het bevorderen van het gebruik van zijn naam, eigenlijk zijn “merk”, bij het positioneren van de stad Rotterdam in binnen- en buitenland.
Erasmus en zijn geboortestad zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Deze band schiep
Erasmus zelf door zijn naam vanaf zijn eerste gedrukte publicatie te koppelen aan Rotterdam.
Door zijn brede internationale bekendheid, maar vooral door zijn gedachtegoed is Erasmus een symbool, of als u wilt een icoon van Rotterdam geworden.
Hierna legde loco-burgemeester Faouzi Achbar uit waarom de Lof der Zotheidspeld dit jaar naar kunstenaar Peter Koole gaat:
Dames en heren,
Van harte welkom in de Burgerzaal van het stadhuis. Een prachtige plek om de verjaardag van de beroemdste Rotterdammer aller tijden te vieren: Desiderius Erasmus Roterodamus.
Eigenlijk een dag te vroeg, want hij is morgen pas echt jarig. Maar dat mag de pret niet drukken. Het is tenslotte al heel bijzonder dat we er eeuwen later nog steeds een feest van maken.
Vast onderdeel van dit jaarlijkse ritueel is de uitreiking van de Lof der Zotheidspeld. Een onderscheiding voor iemand die leeft en werkt in de geest van Erasmus. Een stadsgenoot die op geheel eigen wijze verslag doet van misstanden in onze tijd. Dan heb ik het natuurlijk over beeldend kunstenaar Peter Koole.
Hij, voor wie rang noch stand veilig is, ageert niet tegen bepaalde personen, maar tegen het kwaad in het algemeen.
Dit citaat uit Lof der Zotheid omschrijft u ten voeten uit, meneer Koole. Net als Erasmus strijdt u tegen onrecht, tegen dingen die overduidelijk niet pluis zijn.
Soms is het kwaad open en bloot, soms zit het verborgen. Dan legt u de vinger op de zere plek en maakt het zichtbaar voor iedereen. Erasmus deed dat met woorden, u doet het met verf. En soms met geverfde woorden.
Onrechtvaardigheid raakt u diep. Zo zeer zelfs, dat sommige zaken u niet loslaten. U duikt dan vol overgave in het blootleggen van die wantoestand. U verzamelt informatie uit de media, leest boeken en probeert de achtergronden te begrijpen.
Om het onrecht vervolgens op het doek aan de kaak te stellen. Om mensen te informeren of eraan te herinneren.
foto: Peter van Wijk
Een bekend voorbeeld is uw werk over de val van Srebrenica. Het verlies van zoveel levens, gevolgd door een jarenlange strijd voor erkenning tekent de nabestaanden. Uw doeken maken de gevolgen van die dramatische gebeurtenis duidelijk.
Juryrapport toekenning Lof der Zotheidspeld aan beeldend kunstenaar Peter C. Koole
Het Comité Erasmus, Icoon van Rotterdam heeft de Lof der Zotheidspeld 2022 toegekend aan de Rotterdamse schilder Peter Koole (Middelburg, 1958) voor zijn geëngageerde werk. Koole ontvangt de prijs op donderdag 27 oktober in de Burgerzaal van het Rotterdamse stadhuis uit handen van Burgemeester Aboutaleb, tijdens de viering van de verjaardag van Desiderius Erasmus.
De schilderijen van de Rotterdamse beeldend kunstenaar Peter Koole (1958) zijn stille, des te meer indrukwekkende getuigenissen van dramatische en onrechtvaardige gebeurtenissen die de wereld schokken. Gebeurtenissen die voor korte of langere tijd de media beheersen om daarna meestal weer naar de achtergrond te verdwijnen. Helaas moeten we vaak later erkennen dat juist deze gebeurtenissen van historische betekenis zijn gebleken en dat we ze hadden kunnen lezen als signalen, zo je wilt als waarschuwingen voor de toekomst.
De val van Srebrenica, de ramp met de MH17, de moord op de Russische journaliste Anna Politkovskaja, de arrestatie van de leden van Pussy Riot, zijn enkele van de onderwerpen die hij in beeld brengt.
Siebe Thissen, voormalig hoofd beeldende kunst & openbare ruimte bij het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam, droeg hierna zijn lezing
“ERASMUS ALS MOREEL KOMPAS IN TIJDEN VAN OORLOG”
over Jan Mispelblom Beyer en Rotterdam voor:
Op 20 september 1941 deed Jan Mispelblom Beyer zijn Intrede bij de Remonstrantse Gemeente te Rotterdam. In een volgepakte Arminiuskerk werd de zojuist beroepen predikant uit Leiden geïntroduceerd als een leraar met een open blik – als een denker en doener die bewezen had de werkelijkheid te kunnen doorgronden. Hoe benard en benauwd die werkelijkheid sinds mei 1940 ook was, van de nieuwe predikant werd verwacht dat hij de noties van geloof, hoop en liefde fier overeind zou houden.
Jan Mispelblom Beyer
De beroeping van Mispelblom Beyer in Rotterdam gold als een daad van verzet in oorlogstijd. Want de reputatie van deze theoloog was niet onomstreden. Hij was een van de belangrijkste spreekbuizen van de vredesbeweging in Nederland. Mispelblom Beyer was pacifist, antimilitarist en religieus-anarchist. Hij was bevriend met Clara Wichmann en Henriëtte Roland Holst, en schreef talloze artikelen voor tijdschriften als De Wapens Neder, Bevrijding en Vredesstrijd. In zijn bijdragen hekelde hij de oorlog en het militarisme; hij propageerde de dienstweigering en verwierp kolonialisme en racisme. Ook kwalificeerde hij de discriminatie van vrouwen als een gruwelijk onrecht. Bovendien was hij zeer actief in de antimilitaristische vereniging Kerk en Vrede, opgericht in 1924 door de Leidse hoogleraar Gerrit Jan Heering, bij wie hij theologie en filosofie had gestudeerd. Zijn leermeester was in de jaren 1930 driemaal genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede. En nu zat Heering in de voorste banken van de Arminiuskerk.
Kerk en Vrede stond echter hoog op de lijst van verdachte organisaties die door de Nederlandse Centrale Inlichtingendienst in de gaten werden gehouden. In een geheim rapport uit 1939 werd het profiel van Mispelblom Beyer in staccatovorm opgetekend: links-extremistisch persoon; anarchistisch-antimilitaristisch spreker; voorzitter Kerk en Vrede te Leiden; voorzitter van de Internationale Antimilitaristische Vereniging; bestuurslid Jongeren Vredes Actie; lid van het Amnestiecomité voor de Bemanning van de Zeven Provinciën; redacteur van Vredesstrijd; lid van het Comité voor Indische Ballingen; ondertekenaar Dienstweigeringsmanifest Mobiliseren. In een hypernerveus tijdvak waarin soldaten werden gemobiliseerd tegen een mogelijke inval van het Derde Rijk gold Mispelblom Beyer als staatsgevaarlijk. Hoewel het geloof in het gebroken geweertje sinds 1940 danig op de proef werd gesteld, telde Kerk en Vrede nog bijna vijfduizend leden, onder wie meer dan driehonderd predikanten. Twee jaar eerder was het lidmaatschap van deze vereniging al voor ambtenaren verboden verklaard. Bij veel kerken waar dominees van Kerk en Vrede predikten, stonden in 1939 en 1940 militairen op wacht om toe te zien dat er geen gemobiliseerde soldaten naar pacifistische preken zouden luisteren.
In Erasmus’ tijd was het altijd oorlog. Koningen, keizers en pausen trokken met hun legers door Europa om persoonlijke vetes uit te vechten, gebiedsclaims kracht bij te zetten of een bevriende mogendheid te steunen. Dit zorgde voor een onrustig Europa: economische malaise, hongersnood en oorlogsgeweld waren voor veel Europeanen in de 16e en 17e eeuw vertrouwde begrippen.
Desiderius Erasmus – van Rotterdam, zoals hij zichzelf gedurende zijn hele leven bleef profileren – was een Europeaan, veel meer dan een Nederlander. Hij is weliswaar in de Noordelijke Nederlanden geboren en volgde er lager onderwijs, maar zodra hij de kans kreeg ging hij op reis. Eerst naar Parijs, later onder andere naar Londen, Venetië en Leuven, om uiteindelijk te eindigen in Bazel. Oorlog was hem een doorn in het oog. Hoe kon het bestaan dat christenen tegen christenen ten strijde trokken? Of zelfs mensen tegen mensen? Nergens in de dierenwereld zag hij een parallel. Alleen een verdedi-gingsoorlog vond hij in het uiterste geval aanvaardbaar, bijvoorbeeld tegen de Ottomanen die via Hongarije oprukten richting Wenen. Maar ook in dat geval zou het beter zijn om hen met woorden te doen inzien dat Christus’ barmhartigheid ook voor hen gold.
Erasmus moet verheugd hebben gereageerd op het nieuws van de komst van een Europese vredes-conferentie. In het Noord-Franse Cambrai zouden Karel V, Hendrik VIII en Frans I elkaar ontmoeten om een bestendige vrede in Europa te realiseren. Als een soort aanmoediging schreef Erasmus zijn Klacht van de Vrede (in het Latijn: Querela Pacis). Hij koos daarvoor niet de traditionele vorm van een zakelijk traktaat. In plaats daarvan voerde hij op een speelse manier Vrede zelf op als personificatie, die zich beklaagt over het feit dat ze geen gehoor vindt. Dit format had Erasmus al eens eerder succesvol toegepast: in het tegenwoordig bekendste werk uit zijn oeuvre, Lof der Zotheid. Hier brengt hij Zotheid ten tonele als kritische beschouwer van de contemporaine maatschappij. De personages Zotheid en Vrede geven Erasmus’ serieuze boodschap een luchtige en toegankelijke vorm – een bewuste keuze voor een zwaar onderwerp.
Vrede haalt in haar klacht allerlei verschillende argumenten aan die de zinloosheid van oorlog benadrukken: oorlogsvoering brengt aanzienlijke economische schade omdat het geldverslindend is en verwoesting met zich meebrengt. Het dient enkel om het persoonlijk gewin van de vorst te bewerkstelligen. Het is tegennatuurlijk: harmonie is de vanzelfsprekende status van de wereld. Christenen van beide kampen bidden God om bijstand in de strijd tegen elkaar: dit is niet verenigbaar. Zo klaagt de Vrede door, met alleszins redelijke argumenten. Uiteindelijk ging de topconferentie niet door, vanwege ontstane onenigheid tussen de vorsten. Dit zal Erasmus des te meer hebben gemotiveerd om zijn werk in 1517 te publiceren.
Bibliotheek Rotterdam heeft een groot aantal vroegmoderne edities van Querela Pacis, waaronder een exemplaar van de eerste druk door de vermaarde drukker Johannes Froben te Bazel. Samen laten deze oude drukken de populariteit van de tekst zien, direct vanaf het moment van de eerste publicatie in december 1517. In het volgende jaar 1518 werden edities gedrukt in Leuven, Bazel, Venetië, Leipzig en Krakow. Het jaar daarop volgenden Florence, Keulen en Straatsburg. Vervolgens verschijnt de tekst in Sevilla, Augsburg, Zürich, Mainz, Parijs en Lyon. Binnen enkele jaren na de eerste verschijning van de tekst werd de Klacht van de Vrede door heel Europa gehoord. Het werk werd ook al snel uit Erasmus’ Latijn vertaald naar de volkstalen. Onlangs verwierf Bibliotheek Rotter-dam een exemplaar van de zeldzame eerste editie van de eerste Duitse vertaling: Ein klag des Fryde[n]s uit 1521. Dit Rotterdamse exemplaar is nu het enige in Nederland en vormt samen met de andere edities van deze tekst een prominent onderdeel van ’s werelds grootste en internationaal vooraanstaande collectie Erasmusdrukken, die Bibliotheek Rotterdam beheert.
Vandaag de dag is Europa zonder twijfel veiliger, stabieler en welvarender dan in Erasmus’ tijd. Toch ligt oorlog ook in Europa nog steeds op de loer. Nog maar dertig jaar geleden begon een reeks oorlogsconflicten op de Balkan en Oekraïne is in oorlog met Rusland. Bovendien ziet Europa de gevolgen van oorlogen elders: grote stromen vluchtelingen trekken vanuit Afrika en het Midden-Oosten de Middellandse Zee over. Hoewel de meeste Europeanen zich niet persoonlijk bedreigd zullen voelen door oorlogsgeweld, is oorlog nog altijd niet uit onze maatschappij verdwenen. Erasmus’ Klacht van de Vrede blijft daarom relevant: het benadrukt ook in onze tijd de menselijke en economi-sche bezwaren. Het feit dat de tekst ruim 500 jaar oud is, en vrede dus nog altijd niet volledig wordt gehoord, maakt haar klacht des te dwingender.
Op de Instagram pagina van het Erasmushuis kunt u sinds kort terecht voor een aantal van de beste spreuken en korte betogen van Desiderius Erasmus, vormgegeven in een onmiskenbare Rotterdamse stijl. In het onderstaande treft u daarvan een voorproefje. Voor meer adagia kunt u terecht op instagram.com/erasmushuisrotterdam.
Erasmus Online is dé wetenschappelijke standaardbibliografie over de vroegmoderne edities van Desiderius Erasmus. De database is nu online vrij toegankelijk via de website van Bibliotheek Rotterdam. Unieke onderzoeksmogelijkheden Erasmus Online (EOL) is het meest volledige bibliografische overzicht van Erasmiaanse drukgeschiedenis. Het biedt unieke onderzoeksmogelijkheden vanwege gedetailleerde bibliografische gegevens per editie, zoals colofon- en imprintgegevens, formaat, collatie, referenties naar andere bibliografieën en bekende exemplaren in bibliotheken wereldwijd. Gecombineerde zoekmogelijkheden geven snel inzicht in de drukgeschiedenis van Erasmus’ oeuvre. Alle opgenomen Erasmusedities worden via een eigen EOL-nummer geïdentificeerd. Deze EOL-verwijzingen worden gebruikt in andere bibliografische standaardwerken, zoals de Universal Short Title Catalogue en de wetenschappelijke standaardeditie van Erasmus’ Latijnse werken ASD (uitgegeven door Brill). De database wordt vanuit Bibliotheek Rotterdam doorlopend aangevuld en verbeterd.
Ontstaan van de database Het ontstaan van Erasmus Online is nauw verbonden met de Erasmuscollectie in Bibliotheek Rotterdam. In de jaren 1960 besloot toenmalig bibliothecaris Egbertus van Gulik tot het in kaart brengen van de Erasmiaanse drukgeschiedenis. Behalve van de eigen collectie in Rotterdam maakte hij daarbij gebruik van de laatnegentiende-eeuwse bibliografie van Ferdinand vander Haeghen, Bibliotheca Erasmiana, en schreef hij een groot aantal erfgoedbibliotheken wereldwijd aan met het verzoek om informatie. Van Gulik verzamelde alle gegeven in een kaartcatalogus, die bekend staat als het ‘Apparaat Van Gulik’. Erasmus Online is de gedigitaliseerde versie van deze kaartcatalogus, die inmiddels in digitale vorm sterk is uitgebreid en nog steeds groeit.
Erasmuscollectie Rotterdam Bibliotheek Rotterdam beheert de grootste Erasmuscollectie ter wereld en bevat meer dan drieduizend edities met werken van Erasmus, gedrukt vóór 1900. Vanaf de 19de eeuw is het werk van Erasmus door de bibliotheek actief verzameld. Vooral in het begin van de 20ste eeuw groeide de collectie uit tot een unieke verzameling die een representatief beeld biedt van Erasmus’ ideeën, de ontwikkeling van zijn denken en de verspreiding van zijn werk door heel Europa. De vele lezerssporen in de collectie laten bovendien zien op welke manier lezers zijn teksten door de eeuwen heen hebben gebruikt. Naast een historische Erasmuscollectie beheert Bibliotheek Rotterdam een moderne collectie Erasmusboeken, die weergeeft hoe Erasmus vanaf 1900 is gelezen, gebruikt en onderzocht. Bezoek Erasmus
Geacht comité, geachte aanwezigen, geachte wethouder en mede-speldontvanger, familie en vrienden.
Dank jullie wel, dank voor deze speld. Het is geweldig om deze erkenning en waardering te ontvangen, vooral ook hier in de burgerzaal in Rotterdam.
Zowel de families van mijn vader als mijn moeders kant, als mijn schoonvader en schoonmoeders kant kennen een lange geschiedenis in Rotterdam. Mijn opa Jan ten Cate had praktijk op de Mathenesserlaan, mijn opa Ellis groeide op op de Crooswijksesingel, de families van opa van Veelen en oma Vreugdenhil kennen een lange rijke geschiedenis als ondernemers op de Vierambachtstraat en Beukelsdijk. Ikzelf werd hier geboren maar groeide in de jaren 80 op in Dordrecht, mede omdat het hier in de stad een beetje een puinzooi was geworden, daar kunnen we het wel over eens zijn volgens mij, maar ook wij zijn na een boel omzwervingen teruggekeerd in Rotterdam-West, en daar brengen wij met heel veel plezier een vijfde generatie Rotterdammers groot.
Het is ook een grote eer dat het comité mijn werk in de geest van Desiderius Erasmus Roterodamus ziet. Hij is de grote beschermheer voor mensen zoals ik die het publieke debat, de schrijverij en het wetenschappelijk onderzoek combineren. Die ook met regelmaat vijanden maken, en ook telkens op zoek zijn naar geld. Nu ik met een wetenschappelijke bedelbrief bezig ben, oftewel een aanvraag voor onderzoeksgeld, is het goed om ’s avonds in de recent verschenen biografie van Langereis te lezen dat zelfs een grootheid als Erasmus tot ver in zijn carrière moest vleien en smeken en leuren en intellectueel hoereren om geld of vervoer, of een boek, of onderdak.
Mijn eerste dank gaat daarom uit naar de mensen die Erasmus hier in Rotterdam onder de aandacht blijven brengen en aandacht blijven vragen voor wie hij was en wat hij schreef. Theo Kemperman, ik ben bij jou in de bibliotheek op bezoek geweest om die vijf eeuwen oude brieven en drukken te bewonderen en aan te raken. Het is indrukwekkend om te zien met hoeveel eerbied en zorg zijn werk in de bibliotheek gecureerd wordt.
Het zou logisch zijn om hier Lof der Zotheid als voorbeeld aan te grijpen, het meer uitdagende, retorische, humoristische en venijnige deel van Erasmus’ oeuvre te roemen. Maar ik wil het heel kort hebben over het meer studieuze deel, de über-intellectueel die Erasmus was.
In zijn hele leven, in zijn hele werk, als schrijver, als leermeester en ook als vriend zie je zijn eindeloze inspanning om mensen, zijn lezerspubliek maar ook de jongens met wie hij in Stein in het klooster zat, om hen naar een hoger vlak te tillen. Om ze te onderwijzen en te emanciperen en aan te sporen hoger te mikken. Erasmus vond dat gewone mensen, burgers, volk, vrouwen zelfs, moesten kunnen lezen, en studeren, en vooral niet klakkeloos overnemen wat de autoriteiten, de kerk, hen donderdeelden vanaf de preekstoel. Erasmus vond dat ze hun talen moesten kennen, ze moesten met eigen ogen kunnen beoordelen of vertalingen van bijbelpassages wel recht deden aan de oorspronkelijke tekst. Kortom, mensen moesten hun eigen onderzoek doen.
En in lijn met dat gedachtegoed zal ik het bedrag van de cheque die aan deze speld verbonden is, doneren aan Stichting Crispatus. Een stichting die ik zelf vorig jaar heb opgericht met als doel om in mijn eigen vakgebied, de microbiologie, burgerwetenschap mogelijk te maken. Oftewel citizen science, het betekent je dat krachtige wapen, het instrument van het empirisch wetenschappelijk onderzoek dat de moderne wereld zoveel gezondheid, welvaart en voorspoed heeft gebracht, dat je die niet opsluit binnen de muren van de academie of Research & Development afdelingen van bedrijven, maar actief verspreid.
Mensen aanspoort hun leefwereld te bevragen, ze aanleert hoe ze experimenten kunnen doen, hoe ze data verzamelen en delen en hen kortom aanmoedigt om zelf op onderzoek uit te gaan.
Klinkt leuk, maar het is doodeng als mensen zelf gaan nadenken. Mensen die zelf gaan lezen of vertalen kunnen soms tot hele andere conclusies komen. En als mensen zelf schrijven, en het in Erasmus’ tijd met de uitvinding van de drukpers ook nog eens makkelijk kunnen verspreiden, dan is het hek van de dam. Misschien doen ze het niet goed, verspreiden ze de verkeerde informatie, nepnieuws, complot-theorieën, anti-wetenschap. Ronduit gevaarlijk.
En zo kan elk burgerrecht met één streep onderuit gehaald worden. Er is altijd een argument te bedenken hoe vrijheden verkeerd kunnen worden ingezet. Privacy, dat vinden terroristen en pedofielen ook erg leuk om zich achter te verschuilen. Burgerwetenschap? Zo noemen mensen als Willem Engel, de baas van de wappies, zichzelf toevallig ook. Do your own research, is tegenwoordig niet het motto van burgerwetenschap maar het motto van complot-denkers geworden. Want dat eigen onderzoek moet je dan tot de conclusie leiden dat er een deep state is, of een gangenstelsel of dat we geregeerd worden door aliens of zoiets.
En toch, het is de ultieme machtsdeling om burgers het instrument van de wetenschap in handen te geven. Uiteindelijk is zelf teksten lezen, schrijven en publiceren vandaag niet meer genoeg. Hebreeuws, Grieks en Latijn waren de talen die Erasmus propageerde. Nu zijn dat Java, Python, R, programmeertalen. Want het zijn de algoritmes die we nu zelf moeten kunnen lezen en bestuderen, zodat we begrijpen hoe Google en Facebook – de machthebbers van vandaag – onze online werkelijkheid vormgeven.
Burgers zouden moeten weten hoe ze zelf fijnstof in hun omgeving kunnen meten, en de resultaten daarvan gebruiken om luchtvervuiling aan te kaarten. We moeten zelf het microbioom, de bacteriële ecologie van ons lichaam, in kaart kunnen brengen om te begrijpen wat de oorzaak is van onbegrepen ziektes. Al die kwesties zijn té belangrijk om aan wetenschappers over te laten. Bovendien tref je binnen de academische, industriële en overheidsinstituten met regelmaat dezelfde dogma’s, ritualisme en gebakken lucht aan als in de Kerk van Erasmus’ tijd.
We hebben een rondleiding gekregen over Desiderius Erasmus Rotterdamus in Rotterdam. We begonnen bij de bibliotheek, want op de bibliotheek staat een uitspraak van Erasmus: ‘Heel de wereld is je vaderland.’ Daarmee bedoelde hij dat alle mensen bij elkaar horen. In het café in de bibliotheek staat nog een uitspraak van hem: ‘Als ik weinig geld heb koop ik boeken en als ik dan nog iets overhoud dan koop ik eten en kleren.’ Daarna hoorden we dat – zover bekend is – Erasmus 3141 brieven heeft geschreven. Dit deed hij allemaal in het Latijn. Hij heeft ook voor zijn boek Adagia 4131 spreekwoorden verzameld.
In de Nauwe Kerkstraat stond het café van een tante van de moeder van Erasmus waar de moeder van Erasmus tijdens haar zwangerschap onopgemerkt kon verblijven. Dat deed ze omdat de vader van Erasmus een priester was en dus überhaupt geen kinderen mocht krijgen en omdat ze niet getrouwd waren. (In die tijd moest je getrouwd zijn voordat je een kind kreeg). Erasmus is uiteindelijk geboren in het ziekenhuis of in dat café. Dat is niet helemaal duidelijk.
Terwijl Erasmus opgroeide was de Laurenskerk nog in aanbouw. Het was voor Erasmus heel vervelend dat zijn ouders niet getrouwd waren. Erasmus moest nadat hij naar de Latijnse school was gestuurd door zijn oom (Hij woonde eerst bij zijn oom omdat zijn ouders waren overleden aan de pest toen hij 13 was) naar het Klooster van Stijn. Daar vond hij niets aan. Het enige wat hij daar interessant vond was de bibliotheek van het klooster. Daar zat hij totdat de Hertog van Kamerijk hem uit het klooster haalde om namens hem Latijnse literatuurbijeenkomsten te gaan organiseren. In die tijd was het gewoon dat belangrijke mensen zoals hertogen iemand in dienst hadden die de Latijnse dingen voor hen deed, omdat niet alle hertogen zelf Latijn spraken.
Toen gingen we naar het beeld van Erasmus. Daar werd verteld dat iedereen die nu naar Rotterdam komt om dingen over Erasmus te bekijken zeker langs het beeld van Erasmus gaat. In 1549 werd het eerste beeld in Rotterdam van Erasmus gemaakt. Dit was een klein houten beeldje van hem met een arm waar een rol papier in zat die kon bewegen. Dat beeldje werd getoond aan belangrijke mensen die naar Rotterdam kwamen voor Erasmus. Toen besefte men dat er misschien een groter beeld gebouwd moest worden. Dat beeld was in 1622 klaar en werd naast de Laurenskerk gezet. Dat beeld is gemaakt van koper en aan de onderkant van het beeld staan teksten, zowel in het Nederlands als in het Latijn. Tijdens het bombardement van Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog is dat beeld niet platgebombardeerd, net als de Laurenskerk. In het derde jaar van de Tweede Wereldoorlog is het beeld tijdelijk begraven in de tuin van Boijmans van Beuningen, omdat ze bang waren dat het beeld kapotgemaakt zou worden door de Duitsers en gebruikt zou worden als materiaal voor kogels.
Daarna gingen we naar binnen in de Laurenskerk. Daar staat een beeldje van een schip dat eerst Erasmus heette, maar die naam mocht toch niet. Dat schip ging met 4 andere schepen naar Japan. Ze gingen eerst naar een eiland bij Argentinië. Voor dat ze daar aankwamen, waren er al drie schepen vergaan. Bij Japan kwam alleen het schip dat eerst Erasmus heette aan. De Japanners waren heel verbaasd toen ze die mensen zagen, want die hadden nog nooit iemand met blond haar gezien. De koning van Japan probeerde toch met de bemanning in contact te komen, omdat zijn dochter doodziek was en hij dacht dat de bemanning haar misschien kon redden. Uiteindelijk ging de scheepsarts kijken en die wist haar te genezen. Daardoor werd de koning nieuwsgierig naar de bemanning. De bemanning vertelde toen over Erasmus. De koning vond Erasmus zo goed dat er nu overal in Japan op de middelbare school de denkwijze van Erasmus wordt gehanteerd.
Erasmus was 1 van de bekendste Rotterdammers ter wereld. Hij heeft het boek Lof der zotheid onder andere geschreven, en 3260 spreuken verzamelt! Ook was hij een humanist. Hij vond het belachelijk dat de kerk en de paus zo veel macht/geld hadden. Zelf was hij wel katholiek, maar hij vond het belangrijk dat alles/iedereen gelijk was.
In dit verslag gaan we vertellen wat we hebben geleerd bij de Erasmus wandeling.
Als eerst ontmoette we elkaar bij de centrale bibliotheek waar de eerste spreuk van Erasmus al op ons stond te wachten. “Heel de aarde is je vaderland” wat Erasmus daarmee bedoelde volgens ons is, het maakt niet uit in welk land je bent, heel de wereld is je thuis. Het kan natuurlijk van alles betekenen. Maar we gaan nooit weten wat Erasmus daarmee echt bedoelde. Erasmus hield van spreuken. Wat ook nog een interessante spreuk van Erasmus is is: als ik weinig geld heb, koop ik boeken; als ik nog iets overhou dan koop ik eten en kleren. Erasmus gaf niet om kleding. Hoe vond boeken belangrijker. In bijna elk restaurant in de VS staat die spreuk bij de kassa. De spreuk kan je ook tegenkomen in het centrale bibliotheek, in het café.
Van 1622 tot 1940 stond er een Erasmus standbeeld naast de Markthal. Hij werd gebombardeerd door de Spanjaarden op 14 mei 1940. Het standbeeld is het oudste standbeeld in Nederland! Het standbeeld werd weggehaald door de gemeentelijke dienst Kunstbescherming, en werd naar het Museum Boijmans Van Beuningen gebracht. Tot juli 1945, toen kreeg hij weer een nieuwe plek op de coolsingel tot 1963. Uiteindelijk heeft het beeld plaats gekregen in 1964 voor de Sint-Laurenskerk. De originele sokkel is op 23 februari 1965 naar het Erasmiaans Gymnasium vervoerd.
Er is nog een monument van Erasmus voor de Sint-Laurenskerk. Het is een Vrijstaande trapgevel met de portret van Erasmus zelf erop. De trapgevel is helemaal bedekt met illustraties afkomstig uit Erasmus’ belangrijkste werken: de Adagia, Lof der Zotheid en het Nieuwe Testament. Het monument is op 28 oktober 2016 aan het licht gebracht.
Ook in het Sint-Laurenskerk zelf zijn boeken/monumenten van Erasmus. Zo is er bijvoorbeeld de boek lof der zotheid en de boek aan de ketting. Er hangt daar ook een tekst in latijn over Erasmus. Ook is er een schip die Erasmus heette. De naam is wel veranderd naar De liefde. De schip ging van Nederland naar Japan, en belandde op een eilandje die Kuroshima heet. Het replica van de schip bevindt zich in Kuroshima en het origineel in het Nationaal museum van Tokio. Het beeld staat als symbool van handelsrelatie tussen Nederland en Japan. Als je naar Japan gaat weet letterlijk iedereen wie Erasmus was. Verder is het een mooi kerk met veel andere monumenten.
Wat we ook niet vergeten is de mozaïek tegenover het stadhuis. Het stelt Erasmus voor met zijn paard. Bovenaan zie je zijn geboorteplaats staan in het Latijn “Roterodamum”. En onderaan zijn sterfplaats “Inclyta Basilea”.
Erasmus project
door Daan Groenendijk, Lucas van Altenburg en Noud van Delft / Klas 1C (12/13 jr)
Erasmus is een van de bekendste Rotterdammers ter wereld. Hij is een filosoof en humanist. Ook schreef hij boeken, een van de bekendste was Lof der Zotheid. Hij heeft ook veel spreuken bedacht. Hij was zelf katholiek, maar hij vindt het niet goed dat de paus en de kerk zoveel macht en geld hadden. Hij vindt het heel belangrijk dat iedereen gelijke rechten heeft. Erasmus is op 28 oktober 1466 geboren en heeft in 1466, 1467 en 1469 in Rotterdam gewoond. Hij is op 12 juli 1536 overleden.
Het verslag over de toelichtingen van de wandeling
We begonnen bij de bibliotheek waar we de eerste spreuk van Erasmus zagen “Heel aarde is je vaderland”. We weten niet zeker wat dit betekent, maar we denken dat dit de betekenis is: Het maakt niet uit waar je vandaan komt, heel de wereld is je thuis. Maar het kan natuurlijk ook ander dingen betekenen. Erasmus gaf meer om boeken dan om kleding. Hij heeft hier ook een spreuk over, namelijk: “Als ik geld heb, koop ik boeken. Als ik nog geld overhoud dan koop ik eten en kleren.
Monument Erasmus
Voor de Laurenskerk staat een vrijstaande trapgevel met een portret van Erasmus erop. Het monument is op 28 oktober 2016 geopend. Er staan illustraties op van Erasmus zijn belangrijkste werken: Uit Lof der zotheid, het nieuwe testament en de Adagia.
foto: Martijn Bergsma
In de Laurenskerk zelf zijn er ook kleine monumenten en ze hebben boeken van Erasmus. Ze hebben onder andere het boek: “Lof der zotheid”. Er is ook een schip dat vernoemd is naar Erasmus. Het schip ging eigenlijk naar China maar kwam terecht in Japan, het schip belandde op een eiland, genaamd Deshima. Het originele schip bevind zich in het Nationale museum in Tokyo. Daarom weet iedereen in Japan wie Erasmus is.
Standbeeld Erasmus
Van 1622 tot 1940 stond er een Erasmus standbeeld bij de Markthal. Het standbeeld was weggehaald door de gemeente. In 1945 is het standbeeld verplaats naar het museum Boijmans Van Beuningen. Maar tot 1945, want toen is het standbeeld verplaatst naar de Coolsingel. Uiteindelijk is het standbeeld voor de Sint-Laurenskerk geplaatst.
Erasmus project Atilla Faqiri (1e klas / 13 jr)
Van 1622 tot 1940 stond er een Erasmus standbeeld bij de Markthal. Het standbeeld was weggehaald door de gemeente. In 1945 is het standbeeld verplaatst naar het museum Boijmans Van Beuningen. Maar tot 1945, want toen is het standbeeld verplaatst naar de Coolsingel. Uiteindelijk is het standbeeld naar de Sint-Laurenskerk.
Erasmus was een bekend Nederlandse filosoof en schrijver die door heel Europa gereisd heeft. Hij is geboren op 1466/1467/1469 (We weten niet zeker wanneer hij geboren is). Een van zijn spreekwoorden luidt: ‘Heel de wereld is mijn vaderland’. Daarmee bedoelde hij waarschijnlijk dat iedereen in de wereld een beetje familie van elkaar is. Hij is in elk land van Europa geweest behalve Spanje en Portugal, omdat ze daar streng katholiek zijn.
Erasmus maakte de kerk belachelijk ook al was hij zelf Christen. Hij maakte de kerk belachelijk, omdat hij het oneens was met alle macht die de kerk had en door het feit dat er van de macht gebruik werd gemaakt om nog rijker en machtiger te worden. Hij vond dat mensen de mogelijkheid moeten hebben zelf nadenken door hun de mogelijkheid te geven de Bijbel in hun eigen taal te kunnen lezen. Hij wilde meningsverschillen overbruggen met gezond verstand. Hij heeft zelfs met Karel de 5e een gesprek gehad over zijn gedachtes.
Hij begon met Latijnse les toen hij 8 of 9 jaar oud was. Al zijn 3141 brieven en 4131 spreekwoorden heeft hij ook in het Latijn geschreven. Erasmus droomde er altijd van om naar de universiteit te gaan, maar zolang hij nog in het klooster zat kon dat niet. Hij mocht sowieso niet studeren, omdat hij een bastaardkind was. Dat kwam doordat zijn vader priester was en een priester mocht in die tijd geen kinderen hebben. De hertog van Kameland haalde hem uit het klooster van Stijn. Uiteindelijk heeft Erasmus dan in Parijs toch theologie gestudeerd.
Erasmus zijn ouders hadden voor hem nog een zoon die was verbannen naar Rome. De mensen waren dus ook tegen Erasmus. Toen is Erasmus zijn moeder naar haar tante gevlucht in Rotterdam. Die had toen een klein café. Ze zij dat er heel veel mensen naar binnen en naar buiten gingen en dat ze haar daar dus niet zouden opmerken.
Philips de Goede was de zoon van Karel de 5e en kwam in 1549 naar Nederland om Erasmus zijn geboortehuis te zien en een beeld van hem. Er was toen helemaal nog geen beeld van Erasmus, dus werd er een klein houten beeldje gesneden. Daarna kwam er een marmeren beeld van hem, maar tijdens de 80-jarige oorlog waren de Spanjaarden aan de macht en gooiden Erasmus zijn beeld in het water. Later werd hij eruit gehaald en in elkaar gezet, maar dat lukte niet volledig. Er kwam ook nog een bronzen beeld.