Vrijwel ongemerkt voor de stad is op 30 januari 2020 het Erasmus Medisch Centrum verblijd met het prachtige kunstwerk ‘Erasmus te paard’. Het bijna 4 meter grote kunstwerk is geschonken door het Gezelschap Rotterdam ’43 ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van dit gezelschap in 2018.
Het Gezelschap Rotterdam ‘43 is in 1943 door een aantal havenmensen opgericht, ter bevordering van de te verwachten wederopbouw van Rotterdam. Het genootschap bestaat sindsdien uit 70 academici die 10x per jaar een lezing voor elkaar organiseren. De spreker moet een actueel thema behandelen en daarna een link leggen met Erasmus, door zich af te vragen: “Wat zou Erasmus van dit thema vinden?” Als dank ontvangt de spreker een beeldje van Erasmus te paard. Als een lid van het genootschap de leeftijd van 44 jaar bereikt, moet hij uittreden.
Het grote kunstwerk is gemaakt door kunstenaar Eric Claus en gebaseerd op het kleine beeldje dat een spreker van het Gezelschap ‘43 na diens lezing ontvangt. Claus is ook de maker van dit kleine beeldje.
In 2018 bestond het gezelschap 75 jaar. Tijdens het lustrumdiner ter ere van dit jubileum werd bedacht dat het mooi zou zijn om het ErasmusMC ter gelegenheid van de nieuwbouw met een passend geschenk te vereren. Er werd een lustrumcommissie gevormd die in de jaren tot 2020 tijd noch moeite heeft gespaard om het doneren van dit prachtige beeld mogelijk te maken.
Tijdens de receptie na de onthulling (30-01-2020) sloeg de voorzitter van het gezelschap een bruggetje met het ErasmusMC en Erasmus, waarbij hij de levenshouding van Erasmus zonder dogma’s benadrukte: niets staat vast en alles moet onderzocht worden. Verder belichtte hij uit Erasmus’ gedachtegoed dat de mens zelf in staat is het goede te doen en zaken beter te maken. Waar komt deze filosofie beter tot uiting dan in een ziekenhuis?
Met als thema ‘Building the future’ opende de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) op donderdag 10 november 2022 op feestelijke wijze het nieuwe Langeveld Building. Dit multifunctionele onderwijsgebouw is een van de meest duurzame onderwijsgebouwen in Nederland.
Kenmerkend voor het Langeveld Building is de groene studie-omgeving en de houten boomhut in het atrium. Door de natuur naar binnen te halen creëert de universiteit een omgeving die bijdraagt aan het welzijn en de gezondheid van studenten en docenten.
Opdrachtnemer BAM Bouw en Techniek realiseerde de nieuwbouw in samenwerking met Paul de Ruiter Architects, Buro Harro landschapsarchitect, Halmos Adviseurs en LBP|SIGHT. BAM Advies & Engineering berekende de constructieve uitwerking. abcnova verzorgde namens de opdrachtgever het project- en contractmanagement.
Tijdens de bouw ontstond bij BAM de wens om bij de opening een kunstwerk aan de EUR te schenken. Een kunstwerk om de nieuwe ideeën die in het gebouw verwerkt zijn, te benadrukken. Hiervoor werd boomzaagkunstenaar Jeroen Boersma benaderd. Boersma koos ervoor om de nieuwe ideeën voor het gebouw te volgen en voor het kunstwerk hout te gebruiken dat bij de bouw gebruikt is en overbleef. Circulair gebruik is de focus van dit beeldhouwwerk. Tevens wil hij door zijn werk de mensen aan het denken zetten en bewustwording creëren voor de schoonheid en kostbaarheid van hout. Verbazen, hun verbeelding activeren, de boom komt opnieuw tot leven met haar eigen verhaal.
Erasmus wilde hij als wijze man uitbeelden, schrijvend aan zijn nieuwe ideeën (over o.a. lesgeven en manier van leven). Het wereldberoemde schilderij van Hans Holbein de Jonge: Erasmus schrijvend aan zijn tafel van opzij gezien, werd zijn leidraad. Voor de drie dimensies van het beeld heeft Boersma verschillende andere schilderijen bekeken.
Het kunstwerk werd op 28 november onthuld.
Alle gebouwen en pleinen op campus Woudestein worden vernoemd naar bekende personen die een directe band hebben gehad met de universiteit. Langeveld Building draagt de naam van hoogleraar Emancipatievraagstukken Hendrika Maria Langeveld (1926-2004) – de eerste vrouwelijke hoogleraar op de EUR, in 1969.
Op 3 december stond in The Times (Londen) een kleurenfoto met onderschrift “In de Klassieke Week bij veilinghuis Christie’s zal een recent herontdekt portret van Erasmus door Hans Holbein de Jonge een bijzonder hoogtepunt vormen.”
Holbeins portret van Erasmus stond in het midden van de foto.
Het schilderij is afkomstig van een afstammeling van een Nederlandse familie, die het schilderij in een privécollectie sinds tenminste eind 19e eeuw bezat. Er is geen informatie over de verkoper bekend gemaakt.
Dit schilderij werd naar Groot Brittannië geïmporteerd en voor verkoop geplaatst onder het Temporary Admission Regiem (ivm BTW enz.). van veilinghuis Christie’s.
Ene dr Bodo Brinkmann heeft op verzoek van Christie’s de echtheid van het schilderij onderzocht en bekrachtigd. Geschat werd dat het schilderij tussen de 1 en 1,5 miljoen Britse pond zou opbrengen.
Uitleg van Christie’s bij het artikel in The Times:
“Dit tot nu toe niet bestudeerd paneel is een veelbetekenende toevoeging aan de serie portretten door Hans Holbein de Jonge – de meest scherpzinnige portretschilder van de 16e eeuw in noord Europa – van Desiderius Erasmus, de unieke humanist in die eeuw.
Erasmus’ eerdere activiteiten bevestigen zijn centrale positie in de intellectuele wereld van zijn tijd en zijn groeiende beroemdheid als schrijver en vertaler, terwijl zijn latere reizen verwijzen naar de onvrede door de religieuze geschilpunten veroorzaakt door de Reformatie. Zijn lange, maar regelmatig onderbroken, samenwerking met Holbein moet in dit licht worden gezien, zoals besproken in studies – meest recentelijk door dr Peter van der Coelen (‘Erasmus, Man of Images’, Holbein, Capturing Character, exhibition catalogue, Los Angeles, J. Paul Getty Museum, 2021).”
Het schilderij werd op 8 december geveild voor £ 1.122.000.
De identiteit van de nieuwe eigenaar is niet bekendgemaakt.
Eerst die samenspraak, ook wel vertaald als “soldatenbiecht”. Eén zin daaruit moest m.i. vanmiddag hier klinken. Even de context:
De samenspraak is tussen een zekere Hanno (het zou in een dialoog van Plato Socrates kunnen zijn of hier de stem van Erasmus zelf kunnen zijn) en Trasymachus, een huursoldaat die net uit de oorlog is teruggekeerd.
Trasymachus is optimistisch gestemd over de vergeving van zijn vele en grove wandaden in de oorlog: even biechten bij de Dominicanen en weer verder…
Hanno vraagt hem: Welke priester ga je kiezen?
En dan dat antwoord van Trasymachus….!!!!
Die antwoordt: Eén van wie ik weet dat zijn persoonlijkheid en zijn geweten zo klein mogelijk zijn.” Want dat geeft de soldaat de meeste kans op absolutie, op verlossing….
Persoonlijkheid en geweten zo klein mogelijk….
Die zin trof me, denkend aan de laureaat van vanmiddag; iemand die wandaden niet onder het tapijt veegt, maar vanuit persoonlijkheid en geweten zichtbaar maakt, wat gezien moet worden bij oorlog en onrecht.
Het thema voor 2022 is dus “Weg met oorlog! En het onstuitbare pacifisme van Erasmus”.
En ik vermoed dat het pacifisme ook in de lezing van Siebe Thissen aan de orde zal komen als ik zijn aankondiging goed interpreteer.
Dan de tweede zin uit de Klacht van de Vrede;
“Indien ik werkelijk die Vrede ben,
die gelijkelijk door goden en mensen geprezen wordt,
de bron, de moeder, de voedster,
verbreidster van alle goede dingen onder de hemel en op aarde,
indien er zonder mij nergens iets bloeit, niets veilig is, niets zuiver of heilig,
niets ook de mensen aangenaam of de goden welgevallig;
indien daarentegen de oorlog een oceaan is van alle mogelijke rampen;
indien door zijn schuld plotseling alles wat bloeit, verwelkt;
alles wat groeit, verdwijnt;
alles wat steun biedt, dreigt in te storten;
alles wat goed gegrondvest is, te gronde gaat
alles wat zoet is, bitter wordt;
indien hij tenslotte zo verderfelijk is
dat hij een snelwerkend vergif is voor alle vroomheid en godsdienst;
indien er niets rampzaligers is voor de mensen,
niets meer gehaat door de goden,
dan vraag ik U bij de onsterfelijke God,
wie gelooft dat dat mensen zijn,
wie gelooft dat zij een korreltje gezond verstand bezitten,
die mij ten koste van zoveel,
met zo grote ijver, zo grote inspanning, zoveel kunstgrepen,
zoveel zorgen, zoveel gevaren
trachten te verjagen en zovele rampen zo duur willen kopen?”
Voor mij de meest aangrijpende zin over oorlog en vrede van Erasmus.
Een aantal aspecten van dit gedachtegoed, zoals zijn onvermoeibaar pleiten voor verdraagzaamheid, voor de vrijheid van meningsuiting, het belang van dialoog en het bediscussiëren van controversiële onderwerpen met humor, maar vooral met eerbied voor een andermans mening, vormen belangrijke elementen voor nieuwe onderwijsvormen in burgerschapsvorming zoals deze met ingang van dit schooljaar een vast onderdeel van het onderwijs is geworden.
Burgerschapsvorming op basis van het gedachtegoed van Erasmus wordt ontwikkeld door het Huis van Erasmus en de Erasmus Universiteit die ernaar streven van elke student “een Erasmiaan” te maken.
In het kader van het bevorderen van krachtig burgerschap voor volwassenen organiseert het Huis van Erasmus morgenavond in het Bibliotheektheater een Informatie- en Debatavond met de titel ”Nepnieuws, wat doen we ermee?”.
Er gebeurde dit jaar veel rondom Erasmus.
Op 30 april was het precies 400 jaar geleden dat het prachtige bronzen Erasmusbeeld door Hendrik de Keyser op de markt van Rotterdam werd geplaatst.
Het blijft bijzonder dat Rotterdam als eerste stad een openbaar standbeeld plaatste voor een
Rotterdamse wetenschapper, dus niet voor een koning, keizer of admiraal.
Op 29 april organiseerde het Centrum voor Beeldende Kunst een symposium over het belang van dit beeld in de collectie beelden in onze stad. Tijdens dit Symposium spraken de burgemeesters van de twee Erasmussteden Gouda en Rotterdam, de heren Verhoeven en Aboutaleb, over het belang van het gedachtegoed van Erasmus.
Dit nieuwe initiatief, mede gestart door ons comité, wil het dit jaar 750 jaar bestaande Gouda en de stad Rotterdam dichter bij elkaar brengen. In het vervolg zal er om het jaar in elke stad een speciale activiteit rondom Erasmus worden georganiseerd.
Op 30 april was het om 12 uur precies 400 jaar geleden dat het beeld werd geplaatst. Iedere Rotterdammer weet dat Erasmus elke middag bij de 12de klokslag van 12 uur een bladzijde in zijn grote boek omslaat. Wij hebben dat gevierd met Rotterdamse leerlingen en studenten die op dat moment ook een bladzijde uit hun favoriete boek omsloegen.
In de Laurenskerk werd op 30 april door de beide burgemeesters een bijzondere Erasmusnis geopend waarin ook een aantal bijzondere beeldjes van Erasmus uit de collectie van Museum Rotterdam werden geplaatst.
In de bibliotheek Rotterdam bevindt zich een van de grootste en bijzonderste collecties ter wereld van het werk van Erasmus, een collectie die dit jaar genomineerd werd om opgenomen te worden in de Unesco Wereld Erfgoed collectie.
In juli werd “Erasmus Online” gestart: het is het meest volledige bibliografische overzicht van de Erasmiaanse drukgeschiedenis. Het biedt unieke onderzoeksmogelijkheden met zeer gedetailleerde gegevens per editie. Erasmus Online is vrij toegankelijk voor een ieder.
De in een grote kluis bewaarde collectie boeken die nu via Erasmus Online vrij toegankelijk is, en de “Erasmus Experience” waar al duizenden bezoekers en vele tientallen schoolklassen kennis maakten met het gedachtegoed van Erasmus ,maken de Bibliotheek Rotterdam, tezamen met het beeld van Hendrik de Keyser, de nis in de Laurenskerk en het Geboorte Monument van Erasmus naast de kerk een aantrekkelijk doel voor de Erasmus
wandeling welke in verschillende talen on line wordt aangeboden. Vele Rotterdammers en toeristen die de stad bezoeken maken er gebruik van.
Een minder bekend maar niet minder spannend “Erasmus moment” was dit voorjaar het slaan van een twee euro stuk met een zijdelingse, aan een schilderij van Holbein ontleende, beeltenis van Erasmus. Deze munt werd in allerlei variaties uitgebracht in alle 27 landen van de Europese Unie. Aanleiding is het 35-jarig bestaan van de Erasmus plus programma van de EU. In deze 35 jaar kregen miljoenen jonge Europeanen de gelegenheid om gedurende enige tijd te studeren aan een universiteit in een ander land. Deze uitwisseling wordt algemeen beschouwd als het meest succesvolle Europese integratieproject.
Overigens werden er in Nederland slechts 17.000 Erasmus munten geslagen. Let dus goed op of er een door Uw handen gaat.
Maar hoe ging het eigenlijk met Erasmus zelf in 1522, nu 500 jaar geleden. Wij weten uit zijn brieven dat hij het moeilijk had. Europa was in razend tempo gespleten geraakt en gevangen in polarisatie tussen katholieken en reformatoren. “Wie niet met ons is, is tegen ons” was het adagium geworden in beide kampen. Erasmus doet zijn uiterste best om dreigende afscheiding te voorkomen, maar zijn gematigde opstelling wordt door geen van beide partijen in dank afgenomen. Om de steeds vijandiger theologen van het lijf te houden zoekt Erasmus bescherming bij de nieuwe uit Nederland afkomstige paus Adrianus.
Erasmus voelt zich in het najaar van1522 ziek: hij wordt geteisterd door pijnen veroorzaakt door nierstenen. Hij kan alleen nog staande lezen en schrijven. Een lichtpuntje is dat hij een nieuw type rode wijn ontdekt, afkomstig uit de Bourgogne. In verscheidene brieven meldt hij dat hij nog nooit zo iets lekkers heeft gedronken en droomt dat hij zich voor deze wijn in het vijandige Frankrijk zou willen vestigen.
Maar Erasmus publiceert in 1522 in een derde twaalftal Samenspraken ook een bijzondere visie op Oorlog en Vrede.
Wij hebben enkele jaren geleden de publicatie van zijn “Klacht van de Vrede” uit 1517 gevierd, een boek waarin Erasmus zich als een krachtig pacifist opstelt. Nu stelt hij: ”misschien moet een goede vorst wel eens een oorlog voeren, maar pas wanneer alle
andere mogelijkheden zijn uitgeput en de hoogste nood hem dwingt”. Je moet je soms verdedigen wanneer een op macht belust buurland jouw land binnenvalt. Hij beseft echter terdege dat zo’n verdediging gepaard gaat met veel leed en schade.
Het is verbluffend dat Erasmus nu precies 500 jaar geleden een boodschap verkondigt die helaas vandaag volop actueel is.
Zaterdagavond is er een bijeenkomst in de Laurenskerk waar de conservator van de Erasmus Erfgoed Collectie van de Bibliotheek John Tholen over “De Klacht van de Vrede” spreekt, gevolgd door een concert door Capella Brabant.
Ik hoop U allen daar te zien.
Maar nu eerst tijd voor de uitreiking van de Lof der Zotheidspeld aan Peter Koole en de Erasmus-lezing door Siebe Thissen
Als basis voor zijn schilderijen compileert Koole elementen uit de media: nieuwsfoto’s, krantenkoppen, fragmenten uit ondertitels op televisie. Deze compilaties vergroot hij uit in fotorealistische schilderijen van monumentaal formaat. Zo brengt hij de talen van de schilderkunst en de massamedia samen in krachtige statements. Aan die beelden hoeft hij persoonlijk niets meer toe te voegen. Het resultaat is dat de inhoud van een schilderij van Koole vaak leest als een aanklacht en de vorm te verstaan is als een oproep om nooit te vergeten. Toch noemt de schilder zich liever geen activist. Hij verslaat de werkelijkheid in een iconografisch idioom dat bij iedereen binnenkomt.
Dat maakt van zijn schilderijen geen makkelijke werken. Op het eerste gezicht zijn het prettige, evenwichtige composities in een verfijnde en consciëntieuze schilderstijl. Maar al snel herkennen we de afgebeelde onderwerpen als confrontaties met die ongemakkelijke gebeurtenissen die we liever als incidenten beschouwen, dan als de tekenen van onze tijd. Juist om die reden is de enorme consistentie in zijn oeuvre van de afgelopen decennia bewonderenswaardig en zelfs dapper.
In deze tijd herkennen we in zijn werk de momenten waarop we hadden kunnen weten dat er zaken grondig misgingen. Het beperken van de persvrijheid in Rusland, politieke moord, het brutaal aanvallen van burgerdoelen. Wegkijken is in het werk van Peter Koole nooit een optie geweest. In Rotterdam is het werk van Peter Koole tentoongesteld in onder meer de Laurenskerk en BRUTUS.
Zo is uw portret van Hatidža Mehmedović, oprichter van Mothers of Srebrenica zeer indringend. In haar gezicht zie je pijn en vermoeidheid, maar ook vastberadenheid. Verdriet gecombineerd met kracht.
We kunnen er niet om heen, u schildert over zware onderwerpen. Gebeurtenissen die zo groot zijn, dat je ze bijna niet kan bevatten. Maar die te belangrijk zijn om zomaar te vergeten. Met uw werk zorgt u ervoor dat mensen betrokken blijven. Dat zij de gebeurtenissen herinneren en de implicaties ervan zien.
Zoals uw serie Dedicated to Anna Politkovskaya. Het is meer dan een eerbetoon aan deze Russische journaliste. Het is ook een reminder aan het belang van persvrijheid en een waarschuwing voor de toekomst.
Politkovskaya werd bedreigd, vergiftigd en uiteindelijk doodgeschoten omdat zij verslag deed van de misdaden die het Russische leger in Tsjetsjenië pleegde.
Slechts drie jaar na uw tentoonstelling in het Kunstenlab zien we dat de geschiedenis zich herhaalt. Hetzelfde leger, hetzelfde geweld. Nu in Oekraïne, in Boetsja en Izjoem.
History will teach us nothing zong Sting. En dat onderschrijft u volgens mij. De namen veranderen, de gebeurtenissen niet. Tsjetsjenië werd Oekraïne en wat in Srebrenica plaatsvond overkwam ook de Rohingya en Oeigoeren.
Gelukkig zijn er mensen, zoals Erasmus en u, die ons bij de les houden. Die ons laten nadenken over onze eigen rol in het geheel. Die ons inspireren om nog beter ons best te doen. Om te streven naar meer verdraagzaamheid, naar begrip en empathie.
Uw werk is geëngageerd, intrigerend en herkenbaar. De realistische afbeeldingen trekken de kijker het schilderij in. Uw stijl is dan ook zeer uitnodigend. Pas daarna, bij de tweede blik, ziet de kijker uw boodschap.
Het comité schrijft hierover:
‘Op het eerste gezicht zijn het prettige, evenwichtige composities in een verfijnde schilderstijl. Maar al snel herkennen we de afgebeelde onderwerpen als confrontaties met ongemakkelijke gebeurtenissen die we liever als incidenten beschouwen, dan als de tekenen van onze tijd.’
Beste meneer Koole, net als Erasmus legt u de ongemakkelijke waarheid bloot. Confronteert u de samenleving, dwingt u ons om die waarheid onder ogen te zien. Daarmee treedt u zeker in de voetsporen van Erasmus.
Vandaar dat het Comité Erasmus u dit jaar de Lof der Zotheidspeld toegekend heeft.
“Die laatste melodie herkende u waarschijnlijk als…. Dona, nobis pacem of Geef ons vrede.
Maar wat was al die heftigheid daarvoor? Dat begon met een “bataille”: oorlogsmuziek uit de tijd van Erasmus, gevolgd door nog 2 strijdbare stukken voor orgel uit latere tijd: de “Corrente Italiana” van Juan Cabanilles Barberá (1644-1712) en “Laat ons juichen Batavieren”, weliswaar van Mozart (1756-1791) maar wel gebaseerd op een Nederlands lied.
Adriaan Hoek, onze nieuwe stadsorganist, preludeerde op ons Erasmiaanse thema van dit jaar: Weg met oorlog! Het onstuitbare pacifisme van Erasmus.
Dit thema, omdat precies 500 jaar geleden de samenspraak met de titel ”de bekentenis van een huursoldaat” verscheen.
Verder was er in 1522 ook een uitgave van “De klacht van de vrede”, die zich in de Erasmus collectie van de bibliotheek bevindt. Oorlog en vrede dus.
Vervolgens heette Steven Lamberts (voorzitter Comité Erasmus Rotterdam) alle aanwezigen hartelijk welkom:
Mijnheer de wethouder, mijnheer Koole, familie en vrienden van de heer Koole, geachte aanwezigen, welkom bij de viering van de 556ste verjaardag van Desiderius Erasmus.
Om logistieke redenen vieren wij de verjaardag vandaag een dag te vroeg; Erasmus maakte herhaaldelijk duidelijk dat hij op 28 oktober was geboren, merkwaardigerwijs bleef hij heel onduidelijk over zijn geboortejaar:1466 wordt het meest waarschijnlijk geacht.
Ik ben Steven Lamberts, voorzitter van het comité Erasmus, icoon van Rotterdam, een comité waarin 16 Rotterdamse instellingen en organisaties samenwerken met het doel Erasmus tot HET boegbeeld van zijn geboortestad te maken.
Doel van ons comité is het bevorderen van de bekendheid van het gedachtegoed van Erasmus bij alle Rotterdammers en het bevorderen van het gebruik van zijn naam, eigenlijk zijn “merk”, bij het positioneren van de stad Rotterdam in binnen- en buitenland.
Erasmus en zijn geboortestad zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Deze band schiep
Erasmus zelf door zijn naam vanaf zijn eerste gedrukte publicatie te koppelen aan Rotterdam.
Door zijn brede internationale bekendheid, maar vooral door zijn gedachtegoed is Erasmus een symbool, of als u wilt een icoon van Rotterdam geworden.
Hierna legde loco-burgemeester Faouzi Achbar uit waarom de Lof der Zotheidspeld dit jaar naar kunstenaar Peter Koole gaat:
Dames en heren,
Van harte welkom in de Burgerzaal van het stadhuis. Een prachtige plek om de verjaardag van de beroemdste Rotterdammer aller tijden te vieren: Desiderius Erasmus Roterodamus.
Eigenlijk een dag te vroeg, want hij is morgen pas echt jarig. Maar dat mag de pret niet drukken. Het is tenslotte al heel bijzonder dat we er eeuwen later nog steeds een feest van maken.
Vast onderdeel van dit jaarlijkse ritueel is de uitreiking van de Lof der Zotheidspeld. Een onderscheiding voor iemand die leeft en werkt in de geest van Erasmus. Een stadsgenoot die op geheel eigen wijze verslag doet van misstanden in onze tijd. Dan heb ik het natuurlijk over beeldend kunstenaar Peter Koole.
Hij, voor wie rang noch stand veilig is, ageert niet tegen bepaalde personen, maar tegen het kwaad in het algemeen.
Dit citaat uit Lof der Zotheid omschrijft u ten voeten uit, meneer Koole. Net als Erasmus strijdt u tegen onrecht, tegen dingen die overduidelijk niet pluis zijn.
Soms is het kwaad open en bloot, soms zit het verborgen. Dan legt u de vinger op de zere plek en maakt het zichtbaar voor iedereen. Erasmus deed dat met woorden, u doet het met verf. En soms met geverfde woorden.
Onrechtvaardigheid raakt u diep. Zo zeer zelfs, dat sommige zaken u niet loslaten. U duikt dan vol overgave in het blootleggen van die wantoestand. U verzamelt informatie uit de media, leest boeken en probeert de achtergronden te begrijpen.
Om het onrecht vervolgens op het doek aan de kaak te stellen. Om mensen te informeren of eraan te herinneren.
foto: Peter van Wijk
Een bekend voorbeeld is uw werk over de val van Srebrenica. Het verlies van zoveel levens, gevolgd door een jarenlange strijd voor erkenning tekent de nabestaanden. Uw doeken maken de gevolgen van die dramatische gebeurtenis duidelijk.
Juryrapport toekenning Lof der Zotheidspeld aan beeldend kunstenaar Peter C. Koole
Het Comité Erasmus, Icoon van Rotterdam heeft de Lof der Zotheidspeld 2022 toegekend aan de Rotterdamse schilder Peter Koole (Middelburg, 1958) voor zijn geëngageerde werk. Koole ontvangt de prijs op donderdag 27 oktober in de Burgerzaal van het Rotterdamse stadhuis uit handen van Burgemeester Aboutaleb, tijdens de viering van de verjaardag van Desiderius Erasmus.
De schilderijen van de Rotterdamse beeldend kunstenaar Peter Koole (1958) zijn stille, des te meer indrukwekkende getuigenissen van dramatische en onrechtvaardige gebeurtenissen die de wereld schokken. Gebeurtenissen die voor korte of langere tijd de media beheersen om daarna meestal weer naar de achtergrond te verdwijnen. Helaas moeten we vaak later erkennen dat juist deze gebeurtenissen van historische betekenis zijn gebleken en dat we ze hadden kunnen lezen als signalen, zo je wilt als waarschuwingen voor de toekomst.
De val van Srebrenica, de ramp met de MH17, de moord op de Russische journaliste Anna Politkovskaja, de arrestatie van de leden van Pussy Riot, zijn enkele van de onderwerpen die hij in beeld brengt.
Siebe Thissen, voormalig hoofd beeldende kunst & openbare ruimte bij het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam, droeg hierna zijn lezing
“ERASMUS ALS MOREEL KOMPAS IN TIJDEN VAN OORLOG”
over Jan Mispelblom Beyer en Rotterdam voor:
Op 20 september 1941 deed Jan Mispelblom Beyer zijn Intrede bij de Remonstrantse Gemeente te Rotterdam. In een volgepakte Arminiuskerk werd de zojuist beroepen predikant uit Leiden geïntroduceerd als een leraar met een open blik – als een denker en doener die bewezen had de werkelijkheid te kunnen doorgronden. Hoe benard en benauwd die werkelijkheid sinds mei 1940 ook was, van de nieuwe predikant werd verwacht dat hij de noties van geloof, hoop en liefde fier overeind zou houden.
Jan Mispelblom Beyer
De beroeping van Mispelblom Beyer in Rotterdam gold als een daad van verzet in oorlogstijd. Want de reputatie van deze theoloog was niet onomstreden. Hij was een van de belangrijkste spreekbuizen van de vredesbeweging in Nederland. Mispelblom Beyer was pacifist, antimilitarist en religieus-anarchist. Hij was bevriend met Clara Wichmann en Henriëtte Roland Holst, en schreef talloze artikelen voor tijdschriften als De Wapens Neder, Bevrijding en Vredesstrijd. In zijn bijdragen hekelde hij de oorlog en het militarisme; hij propageerde de dienstweigering en verwierp kolonialisme en racisme. Ook kwalificeerde hij de discriminatie van vrouwen als een gruwelijk onrecht. Bovendien was hij zeer actief in de antimilitaristische vereniging Kerk en Vrede, opgericht in 1924 door de Leidse hoogleraar Gerrit Jan Heering, bij wie hij theologie en filosofie had gestudeerd. Zijn leermeester was in de jaren 1930 driemaal genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede. En nu zat Heering in de voorste banken van de Arminiuskerk.
Kerk en Vrede stond echter hoog op de lijst van verdachte organisaties die door de Nederlandse Centrale Inlichtingendienst in de gaten werden gehouden. In een geheim rapport uit 1939 werd het profiel van Mispelblom Beyer in staccatovorm opgetekend: links-extremistisch persoon; anarchistisch-antimilitaristisch spreker; voorzitter Kerk en Vrede te Leiden; voorzitter van de Internationale Antimilitaristische Vereniging; bestuurslid Jongeren Vredes Actie; lid van het Amnestiecomité voor de Bemanning van de Zeven Provinciën; redacteur van Vredesstrijd; lid van het Comité voor Indische Ballingen; ondertekenaar Dienstweigeringsmanifest Mobiliseren. In een hypernerveus tijdvak waarin soldaten werden gemobiliseerd tegen een mogelijke inval van het Derde Rijk gold Mispelblom Beyer als staatsgevaarlijk. Hoewel het geloof in het gebroken geweertje sinds 1940 danig op de proef werd gesteld, telde Kerk en Vrede nog bijna vijfduizend leden, onder wie meer dan driehonderd predikanten. Twee jaar eerder was het lidmaatschap van deze vereniging al voor ambtenaren verboden verklaard. Bij veel kerken waar dominees van Kerk en Vrede predikten, stonden in 1939 en 1940 militairen op wacht om toe te zien dat er geen gemobiliseerde soldaten naar pacifistische preken zouden luisteren.