Overslaan en naar de inhoud gaan

…vervolg van de opening door Irene Smit

Uit beide publicaties 1 zin.

Eerst die samenspraak, ook wel vertaald als “soldatenbiecht”. Eén zin daaruit moest m.i.  vanmiddag hier klinken. Even de context:

De samenspraak is tussen een zekere Hanno (het zou in een dialoog van Plato Socrates kunnen zijn of hier de stem van Erasmus zelf kunnen zijn) en Trasymachus, een huursoldaat die net uit de oorlog is teruggekeerd.

Trasymachus is optimistisch gestemd over de vergeving van zijn vele en grove wandaden in de oorlog: even biechten bij de Dominicanen en weer verder…

Hanno vraagt hem: Welke priester ga je kiezen?

En dan dat antwoord van Trasymachus….!!!! 

Die antwoordt: Eén van wie ik weet dat zijn persoonlijkheid en zijn geweten zo klein mogelijk zijn.” Want dat geeft de soldaat de meeste kans op absolutie, op verlossing….

Persoonlijkheid en geweten zo klein mogelijk…. 

Die zin trof me, denkend aan de laureaat van vanmiddag; iemand die wandaden niet onder het tapijt veegt, maar vanuit persoonlijkheid en geweten zichtbaar maakt, wat gezien moet worden bij oorlog en onrecht.

Het thema voor 2022 is dus “Weg met oorlog! En het onstuitbare pacifisme van Erasmus”.

En ik vermoed dat het pacifisme ook in de lezing van Siebe Thissen aan de orde zal komen als ik zijn aankondiging goed interpreteer.

Dan de tweede zin uit de Klacht van de Vrede;

“Indien ik werkelijk die Vrede ben,

die gelijkelijk door goden en mensen geprezen wordt,

de bron, de moeder, de voedster, 

verbreidster van alle goede dingen onder de hemel en op aarde,

indien er zonder mij nergens iets bloeit, niets veilig is, niets zuiver of heilig,

niets ook de mensen aangenaam of de goden welgevallig;

indien daarentegen de oorlog een oceaan is van alle mogelijke rampen;

indien door zijn schuld plotseling alles wat bloeit, verwelkt;

alles wat groeit, verdwijnt;

alles wat steun biedt, dreigt in te storten;

alles wat goed gegrondvest is, te gronde gaat

alles wat zoet is, bitter wordt;

indien hij tenslotte zo verderfelijk is 

dat hij een snelwerkend vergif is voor alle vroomheid en godsdienst;

indien er niets rampzaligers is voor de mensen,

niets meer gehaat door de goden,

dan vraag ik U bij de onsterfelijke God,

wie gelooft dat dat mensen zijn,

wie gelooft dat zij een korreltje gezond verstand bezitten,

die mij ten koste van zoveel,

met zo grote ijver, zo grote inspanning, zoveel kunstgrepen,

zoveel zorgen, zoveel gevaren

trachten te verjagen en zovele rampen zo duur willen kopen?”

Voor mij de meest aangrijpende zin over oorlog en vrede van Erasmus.

… vervolg welkomstwoord Steven Lamberts

Een aantal aspecten  van dit gedachtegoed, zoals zijn onvermoeibaar pleiten voor verdraagzaamheid, voor de vrijheid van meningsuiting, het belang van dialoog en het bediscussiëren van controversiële onderwerpen met humor, maar vooral met eerbied voor een andermans mening, vormen belangrijke elementen voor nieuwe onderwijsvormen in burgerschapsvorming zoals deze met ingang van dit schooljaar een vast onderdeel van het onderwijs is geworden.

Burgerschapsvorming op basis van het gedachtegoed van Erasmus wordt ontwikkeld door het Huis van Erasmus en de Erasmus Universiteit die ernaar streven van elke student “een Erasmiaan” te maken.

In het kader van  het bevorderen van krachtig burgerschap voor volwassenen organiseert het Huis van Erasmus morgenavond in het Bibliotheektheater een Informatie- en Debatavond met de titel ”Nepnieuws, wat doen we ermee?”.

Er gebeurde dit jaar veel rondom Erasmus.

Op 30 april was het precies 400 jaar geleden dat het prachtige bronzen Erasmusbeeld door Hendrik de Keyser op de markt van Rotterdam werd geplaatst.

Het blijft bijzonder dat Rotterdam als eerste stad een openbaar standbeeld plaatste voor een 

Rotterdamse wetenschapper, dus niet voor een koning, keizer of admiraal.

Op 29 april organiseerde het Centrum voor Beeldende Kunst een symposium over het belang van dit beeld in de collectie beelden in onze stad. Tijdens dit Symposium spraken de burgemeesters van de twee Erasmussteden Gouda en Rotterdam, de heren Verhoeven en Aboutaleb, over het belang van het gedachtegoed van Erasmus.

Dit nieuwe initiatief, mede gestart door ons comité, wil het dit jaar 750 jaar bestaande Gouda en de stad Rotterdam dichter bij elkaar brengen. In het vervolg zal er om het jaar in elke stad een speciale activiteit rondom Erasmus worden georganiseerd.

Op 30 april was het om 12 uur precies 400 jaar geleden dat het beeld werd geplaatst. Iedere Rotterdammer weet dat Erasmus elke middag bij de 12de klokslag van 12 uur een bladzijde in zijn grote boek omslaat. Wij hebben dat gevierd met Rotterdamse leerlingen en studenten die op dat moment ook een bladzijde uit hun favoriete boek omsloegen.

In de Laurenskerk werd op 30 april  door de beide burgemeesters een bijzondere Erasmusnis geopend waarin ook een aantal bijzondere beeldjes van Erasmus uit de collectie van Museum Rotterdam werden geplaatst.

In de bibliotheek Rotterdam bevindt zich een van de grootste en bijzonderste collecties  ter wereld van het werk van Erasmus, een collectie die dit jaar genomineerd werd om opgenomen te worden in de Unesco Wereld Erfgoed collectie.

In juli werd “Erasmus Online” gestart: het is het meest volledige bibliografische overzicht van de Erasmiaanse drukgeschiedenis. Het biedt unieke onderzoeksmogelijkheden met zeer gedetailleerde gegevens per editie. Erasmus Online is vrij toegankelijk voor een ieder.

De in een grote kluis bewaarde collectie boeken die nu via Erasmus Online vrij toegankelijk is, en de “Erasmus Experience” waar al duizenden bezoekers en vele tientallen schoolklassen kennis maakten met het gedachtegoed van Erasmus ,maken de Bibliotheek  Rotterdam, tezamen met het beeld van Hendrik de Keyser, de nis in de Laurenskerk en het Geboorte Monument van Erasmus naast de kerk een aantrekkelijk doel voor de Erasmus 

wandeling welke in verschillende talen on line wordt aangeboden. Vele Rotterdammers en toeristen die de stad bezoeken maken er gebruik van.

Een minder bekend maar niet minder spannend “Erasmus moment” was dit voorjaar het slaan van  een twee euro stuk met een zijdelingse, aan een schilderij van Holbein ontleende, beeltenis van Erasmus. Deze munt werd in allerlei variaties uitgebracht in alle 27 landen van de Europese Unie. Aanleiding is het 35-jarig bestaan van de Erasmus plus programma van de EU. In deze 35 jaar kregen miljoenen jonge Europeanen de gelegenheid om gedurende enige tijd te studeren aan een universiteit in een ander land. Deze uitwisseling wordt algemeen beschouwd als het meest succesvolle Europese  integratieproject.

Overigens werden er in Nederland slechts 17.000 Erasmus munten geslagen. Let dus goed op of er een door Uw handen gaat.

Maar hoe ging het eigenlijk met Erasmus zelf in 1522, nu 500 jaar geleden. Wij weten uit zijn brieven dat hij het moeilijk had. Europa was in razend tempo gespleten geraakt en gevangen in polarisatie tussen katholieken en reformatoren. “Wie niet met ons is, is tegen ons” was het adagium geworden in beide kampen. Erasmus doet zijn uiterste best om dreigende afscheiding te voorkomen, maar zijn gematigde opstelling wordt door geen van beide partijen in dank afgenomen. Om de steeds vijandiger theologen van het lijf te houden zoekt Erasmus bescherming bij de nieuwe uit Nederland afkomstige paus Adrianus.

Erasmus voelt zich  in het najaar van1522 ziek: hij wordt geteisterd door pijnen veroorzaakt door nierstenen. Hij kan alleen nog staande lezen en schrijven. Een lichtpuntje is dat hij een nieuw type rode wijn ontdekt, afkomstig uit de Bourgogne. In verscheidene brieven meldt hij dat hij nog nooit zo iets lekkers heeft gedronken en droomt dat hij zich voor deze wijn in het vijandige Frankrijk zou willen vestigen.

Maar Erasmus publiceert in 1522 in een derde twaalftal Samenspraken ook een bijzondere visie op Oorlog en Vrede.

Wij hebben enkele jaren geleden de publicatie van zijn “Klacht van de Vrede” uit 1517 gevierd, een boek waarin Erasmus zich als een krachtig pacifist opstelt. Nu stelt hij: ”misschien moet een goede vorst wel eens een oorlog voeren, maar pas wanneer alle

andere mogelijkheden zijn uitgeput en de hoogste nood hem dwingt”. Je moet je soms  verdedigen wanneer een op macht belust buurland jouw land binnenvalt. Hij beseft echter terdege dat zo’n verdediging gepaard gaat met veel leed en schade.

Het is verbluffend dat Erasmus nu precies 500 jaar geleden een boodschap verkondigt die helaas vandaag volop actueel is.

Zaterdagavond is er een bijeenkomst in de Laurenskerk waar de conservator van de Erasmus Erfgoed Collectie van de Bibliotheek John Tholen over “De Klacht van de Vrede” spreekt, gevolgd  door een concert door Capella Brabant.

Ik hoop U allen daar te zien.

Maar nu eerst tijd voor de uitreiking van de Lof der Zotheidspeld aan Peter Koole en de Erasmus-lezing door Siebe Thissen

Ik wens U allen een aangename middag.

… vervolg van het juryrapport

Als basis voor zijn schilderijen compileert Koole elementen uit de media: nieuwsfoto’s, krantenkoppen, fragmenten uit ondertitels op televisie. Deze compilaties vergroot hij uit in fotorealistische schilderijen van monumentaal formaat. Zo brengt hij de talen van de schilderkunst en de massamedia samen in krachtige statements. Aan die beelden hoeft hij persoonlijk niets meer toe te voegen. Het resultaat is dat de inhoud van een schilderij van Koole vaak leest als een aanklacht en de vorm te verstaan is als een oproep om nooit te vergeten. Toch noemt de schilder zich liever geen activist. Hij verslaat de werkelijkheid in een iconografisch idioom dat bij iedereen binnenkomt.

Dat maakt van zijn schilderijen geen makkelijke werken. Op het eerste gezicht zijn het prettige, evenwichtige composities in een verfijnde en consciëntieuze schilderstijl. Maar al snel herkennen we de afgebeelde onderwerpen als confrontaties met die ongemakkelijke gebeurtenissen die we liever als incidenten beschouwen, dan als de tekenen van onze tijd. Juist om die reden is de enorme consistentie in zijn oeuvre van de afgelopen decennia bewonderenswaardig en zelfs dapper.

In deze tijd herkennen we in zijn werk de momenten waarop we hadden kunnen weten dat er zaken grondig misgingen. Het beperken van de persvrijheid in Rusland, politieke moord, het brutaal aanvallen van burgerdoelen. Wegkijken is in het werk van Peter Koole nooit een optie geweest. In Rotterdam is het werk van Peter Koole tentoongesteld in onder meer de Laurenskerk en BRUTUS.

… vervolg lezing loco-burgemeester Faouzi Achbar

Zo is uw portret van Hatidža Mehmedović, oprichter van Mothers of Srebrenica zeer indringend. In haar gezicht zie je pijn en vermoeidheid, maar ook vastberadenheid. Verdriet gecombineerd met kracht.

We kunnen er niet om heen, u schildert over zware onderwerpen. Gebeurtenissen die zo groot zijn, dat je ze bijna niet kan bevatten. Maar die te belangrijk zijn om zomaar te vergeten. Met uw werk zorgt u ervoor dat mensen betrokken blijven. Dat zij de gebeurtenissen herinneren en de implicaties ervan zien. 

Zoals uw serie Dedicated to Anna Politkovskaya. Het is meer dan een eerbetoon aan deze Russische journaliste. Het is ook een reminder aan het belang van persvrijheid en een waarschuwing voor de toekomst. 

Politkovskaya werd bedreigd, vergiftigd en uiteindelijk doodgeschoten omdat zij verslag deed van de misdaden die het Russische leger in Tsjetsjenië pleegde. 

Slechts drie jaar na uw tentoonstelling in het Kunstenlab zien we dat de geschiedenis zich herhaalt. Hetzelfde leger, hetzelfde geweld. Nu in Oekraïne, in Boetsja en Izjoem. 

History will teach us nothing zong Sting. En dat onderschrijft u volgens mij. De namen veranderen, de gebeurtenissen niet. Tsjetsjenië werd Oekraïne en wat in Srebrenica plaatsvond overkwam ook de Rohingya en Oeigoeren. 

Gelukkig zijn er mensen, zoals Erasmus en u, die ons bij de les houden. Die ons laten nadenken over onze eigen rol in het geheel. Die ons inspireren om nog beter ons best te doen. Om te streven naar meer verdraagzaamheid, naar begrip en empathie. 

Uw werk is geëngageerd, intrigerend en herkenbaar. De realistische afbeeldingen trekken de kijker het schilderij in. Uw stijl is dan ook zeer uitnodigend. Pas daarna, bij de tweede blik, ziet de kijker uw boodschap. 

Het comité schrijft hierover: 

‘Op het eerste gezicht zijn het prettige, evenwichtige composities in een verfijnde schilderstijl. Maar al snel herkennen we de afgebeelde onderwerpen als confrontaties met ongemakkelijke gebeurtenissen die we liever als incidenten beschouwen, dan als de tekenen van onze tijd.’

Beste meneer Koole, net als Erasmus legt u de ongemakkelijke waarheid bloot. Confronteert u de samenleving, dwingt u ons om die waarheid onder ogen te zien. Daarmee treedt u zeker in de voetsporen van Erasmus. 

Vandaar dat het Comité Erasmus u dit jaar de Lof der Zotheidspeld toegekend heeft. 

Mag ik u vragen om naar voren te komen?

foto: Peter van WIjk

Van harte gefeliciteerd.

Erasmusweek 2022: Klacht van de Vrede: historische context en blijvende relevantie

In Erasmus’ tijd was het altijd oorlog. Koningen, keizers en pausen trokken met hun legers door Europa om persoonlijke vetes uit te vechten, gebiedsclaims kracht bij te zetten of een bevriende mogendheid te steunen. Dit zorgde voor een onrustig Europa: economische malaise, hongersnood
en oorlogsgeweld waren voor veel Europeanen in de 16e en 17e eeuw vertrouwde begrippen.

Desiderius Erasmus – van Rotterdam, zoals hij zichzelf gedurende zijn hele leven bleef profileren – was een Europeaan, veel meer dan een Nederlander. Hij is weliswaar in de Noordelijke Nederlanden geboren en volgde er lager onderwijs, maar zodra hij de kans kreeg ging hij op reis. Eerst naar Parijs, later onder andere naar Londen, Venetië en Leuven, om uiteindelijk te eindigen in Bazel. Oorlog was hem een doorn in het oog. Hoe kon het bestaan dat christenen tegen christenen ten strijde trokken? Of zelfs mensen tegen mensen? Nergens in de dierenwereld zag hij een parallel. Alleen een verdedi-gingsoorlog vond hij in het uiterste geval aanvaardbaar, bijvoorbeeld tegen de Ottomanen die via Hongarije oprukten richting Wenen. Maar ook in dat geval zou het beter zijn om hen met woorden te doen inzien dat Christus’ barmhartigheid ook voor hen gold.

Erasmus moet verheugd hebben gereageerd op het nieuws van de komst van een Europese vredes-conferentie. In het Noord-Franse Cambrai zouden Karel V, Hendrik VIII en Frans I elkaar ontmoeten om een bestendige vrede in Europa te realiseren. Als een soort aanmoediging schreef Erasmus zijn Klacht van de Vrede (in het Latijn: Querela Pacis). Hij koos daarvoor niet de traditionele vorm van een zakelijk traktaat. In plaats daarvan voerde hij op een speelse manier Vrede zelf op als personificatie, die zich beklaagt over het feit dat ze geen gehoor vindt. Dit format had Erasmus al eens eerder succesvol toegepast: in het tegenwoordig bekendste werk uit zijn oeuvre, Lof der Zotheid. Hier brengt hij Zotheid ten tonele als kritische beschouwer van de contemporaine maatschappij. De personages Zotheid en Vrede geven Erasmus’ serieuze boodschap een luchtige en toegankelijke vorm – een bewuste keuze voor een zwaar onderwerp.

Vrede haalt in haar klacht allerlei verschillende argumenten aan die de zinloosheid van oorlog benadrukken: oorlogsvoering brengt aanzienlijke economische schade omdat het geldverslindend is en verwoesting met zich meebrengt. Het dient enkel om het persoonlijk gewin van de vorst te bewerkstelligen. Het is tegennatuurlijk: harmonie is de vanzelfsprekende status van de wereld. Christenen van beide kampen bidden God om bijstand in de strijd tegen elkaar: dit is niet verenigbaar. Zo klaagt de Vrede door, met alleszins redelijke argumenten. Uiteindelijk ging de topconferentie niet door, vanwege ontstane onenigheid tussen de vorsten. Dit zal Erasmus des te meer hebben gemotiveerd om zijn werk in 1517 te publiceren.

Bibliotheek Rotterdam heeft een groot aantal vroegmoderne edities van Querela Pacis, waaronder een exemplaar van de eerste druk door de vermaarde drukker Johannes Froben te Bazel. Samen laten deze oude drukken de populariteit van de tekst zien, direct vanaf het moment van de eerste publicatie in december 1517. In het volgende jaar 1518 werden edities gedrukt in Leuven, Bazel, Venetië, Leipzig en Krakow. Het jaar daarop volgenden Florence, Keulen en Straatsburg. Vervolgens verschijnt de tekst in Sevilla, Augsburg, Zürich, Mainz, Parijs en Lyon. Binnen enkele jaren na de eerste verschijning van de tekst werd de Klacht van de Vrede door heel Europa gehoord. Het werk werd ook al snel uit Erasmus’ Latijn vertaald naar de volkstalen. Onlangs verwierf Bibliotheek Rotter-dam een exemplaar van de zeldzame eerste editie van de eerste Duitse vertaling: Ein klag des Fryde[n]s uit 1521. Dit Rotterdamse exemplaar is nu het enige in Nederland en vormt samen met de andere edities van deze tekst een prominent onderdeel van ’s werelds grootste en internationaal vooraanstaande collectie Erasmusdrukken, die Bibliotheek Rotterdam beheert.

Vandaag de dag is Europa zonder twijfel veiliger, stabieler en welvarender dan in Erasmus’ tijd.
Toch ligt oorlog ook in Europa nog steeds op de loer. Nog maar dertig jaar geleden begon een reeks oorlogsconflicten op de Balkan en Oekraïne is in oorlog met Rusland. Bovendien ziet Europa de gevolgen van oorlogen elders: grote stromen vluchtelingen trekken vanuit Afrika en het Midden-Oosten de Middellandse Zee over. Hoewel de meeste Europeanen zich niet persoonlijk bedreigd zullen voelen door oorlogsgeweld, is oorlog nog altijd niet uit onze maatschappij verdwenen. Erasmus’ Klacht van de Vrede blijft daarom relevant: het benadrukt ook in onze tijd de menselijke en economi-sche bezwaren. Het feit dat de tekst ruim 500 jaar oud is, en vrede dus nog altijd niet volledig wordt gehoord, maakt haar klacht des te dwingender.

Erasmusweek 2021: Dankwoord Rosanne Hertzberger, winnaar van de Lof der Zotheidspeld 2021

Geacht comité, geachte aanwezigen, geachte wethouder en mede-speldontvanger, familie en vrienden.

Dank jullie wel, dank voor deze speld. Het is geweldig om deze erkenning en waardering te ontvangen, vooral ook hier in de burgerzaal in Rotterdam. 

Zowel de families van mijn vader als mijn moeders kant, als mijn schoonvader en schoonmoeders kant kennen een lange geschiedenis in Rotterdam. Mijn opa Jan ten Cate had praktijk op de Mathenesserlaan, mijn opa Ellis groeide op op de Crooswijksesingel, de families van opa van Veelen en oma Vreugdenhil kennen een lange rijke geschiedenis als ondernemers op de Vierambachtstraat en Beukelsdijk. Ikzelf werd hier geboren maar groeide in de jaren 80 op in Dordrecht, mede omdat het hier in de stad een beetje een puinzooi was geworden, daar kunnen we het wel over eens zijn volgens mij, maar ook wij zijn na een boel omzwervingen teruggekeerd in Rotterdam-West, en daar brengen wij met heel veel plezier een vijfde generatie Rotterdammers groot.

Het is ook een grote eer dat het comité mijn werk in de geest van Desiderius Erasmus Roterodamus ziet. Hij is de grote beschermheer voor mensen zoals ik die het publieke debat, de schrijverij en het wetenschappelijk onderzoek combineren. Die ook met regelmaat vijanden maken, en ook telkens op zoek zijn naar geld. Nu ik met een wetenschappelijke bedelbrief bezig ben, oftewel een aanvraag voor onderzoeksgeld, is het goed om ’s avonds in de recent verschenen biografie van Langereis te lezen dat zelfs een grootheid als Erasmus tot ver in zijn carrière moest vleien en smeken en leuren en intellectueel hoereren om geld of vervoer, of een boek, of onderdak.

Mijn eerste dank gaat daarom uit naar de mensen die Erasmus hier in Rotterdam onder de aandacht blijven brengen en aandacht blijven vragen voor wie hij was en wat hij schreef. Theo Kemperman, ik ben bij jou in de bibliotheek op bezoek geweest om die vijf eeuwen oude brieven en drukken te bewonderen en aan te raken. Het is indrukwekkend om te zien met hoeveel eerbied en zorg zijn werk in de bibliotheek gecureerd wordt. 

Het zou logisch zijn om hier Lof der Zotheid als voorbeeld aan te grijpen, het meer uitdagende, retorische, humoristische en venijnige deel van Erasmus’ oeuvre te roemen. Maar ik wil het heel kort  hebben over het meer studieuze deel, de über-intellectueel die Erasmus was. 

In zijn hele leven, in zijn hele werk, als schrijver, als leermeester en ook als vriend zie je zijn eindeloze inspanning om mensen, zijn lezerspubliek maar ook de jongens met wie hij in Stein in het klooster zat, om hen naar een hoger vlak te tillen. Om ze te onderwijzen en te emanciperen en aan te sporen hoger te mikken. Erasmus vond dat gewone mensen, burgers, volk, vrouwen zelfs, moesten kunnen lezen, en studeren, en vooral niet klakkeloos overnemen wat de autoriteiten, de kerk, hen donderdeelden vanaf de preekstoel. Erasmus vond dat ze hun talen moesten kennen, ze moesten met eigen ogen kunnen beoordelen of vertalingen van bijbelpassages wel recht deden aan de oorspronkelijke tekst. Kortom, mensen moesten hun eigen onderzoek doen.

En in lijn met dat gedachtegoed zal ik het bedrag van de cheque die aan deze speld verbonden is, doneren aan Stichting Crispatus. Een stichting die ik zelf vorig jaar heb opgericht met als doel om in mijn eigen vakgebied, de microbiologie, burgerwetenschap mogelijk te maken. Oftewel citizen science, het betekent je dat krachtige wapen, het instrument van het empirisch wetenschappelijk onderzoek dat de moderne wereld zoveel gezondheid, welvaart en voorspoed heeft gebracht, dat je die niet opsluit binnen de muren van de academie of Research & Development afdelingen van bedrijven, maar actief verspreid. 

Mensen aanspoort hun leefwereld te bevragen, ze aanleert hoe ze experimenten kunnen doen, hoe ze data verzamelen en delen en hen kortom aanmoedigt om zelf op onderzoek uit te gaan. 

Klinkt leuk, maar het is doodeng als mensen zelf gaan nadenken. Mensen die zelf gaan lezen of vertalen kunnen soms tot hele andere conclusies komen. En als mensen zelf schrijven, en het in Erasmus’ tijd met de uitvinding van de drukpers ook nog eens makkelijk kunnen verspreiden, dan is het hek van de dam. Misschien doen ze het niet goed, verspreiden ze de verkeerde informatie, nepnieuws, complot-theorieën, anti-wetenschap. Ronduit gevaarlijk.

En zo kan elk burgerrecht met één streep onderuit gehaald worden. Er is altijd een argument te bedenken hoe vrijheden verkeerd kunnen worden ingezet. Privacy, dat vinden terroristen en pedofielen ook erg leuk om zich achter te verschuilen. Burgerwetenschap? Zo noemen mensen als Willem Engel, de baas van de wappies, zichzelf toevallig ook. Do your own research, is tegenwoordig niet het motto van burgerwetenschap maar het motto van complot-denkers geworden. Want dat eigen onderzoek moet je dan tot de conclusie leiden dat er een deep state is, of een gangenstelsel of dat we geregeerd worden door aliens of zoiets.

En toch, het is de ultieme machtsdeling om burgers het instrument van de wetenschap in handen te geven. Uiteindelijk is zelf teksten lezen, schrijven en publiceren vandaag niet meer genoeg. Hebreeuws, Grieks en Latijn waren de talen die Erasmus propageerde. Nu zijn dat Java, Python, R, programmeertalen. Want het zijn de algoritmes die we nu zelf moeten kunnen lezen en bestuderen, zodat we begrijpen hoe Google en Facebook – de machthebbers van vandaag – onze online werkelijkheid vormgeven. 

Burgers zouden moeten weten hoe ze zelf fijnstof in hun omgeving kunnen meten, en de resultaten daarvan gebruiken om luchtvervuiling aan te kaarten. We moeten zelf het microbioom, de bacteriële ecologie van ons lichaam, in kaart kunnen brengen om te begrijpen wat de oorzaak is van onbegrepen ziektes. Al die kwesties zijn té belangrijk om aan wetenschappers over te laten. Bovendien tref je binnen de academische, industriële en overheidsinstituten met regelmaat dezelfde dogma’s, ritualisme en gebakken lucht aan als in de Kerk van Erasmus’ tijd.

Vier verslagen

foto: Martijn Bergsma

Rondleiding over Erasmus            

door Lennard van den Beukel / Klas 1B (12 jr) 

We hebben een rondleiding gekregen over Desiderius Erasmus Rotterdamus in Rotterdam. We begonnen bij de bibliotheek, want op de bibliotheek staat een uitspraak van Erasmus: ‘Heel de wereld is je vaderland.’ Daarmee bedoelde hij dat alle mensen bij elkaar horen. In het café in de bibliotheek staat nog een uitspraak van hem: ‘Als ik weinig geld heb koop ik boeken en als ik dan nog iets overhoud dan koop ik eten en kleren.’ Daarna hoorden we dat – zover bekend is – Erasmus 3141 brieven heeft geschreven. Dit deed hij allemaal in het Latijn. Hij heeft ook voor zijn boek Adagia 4131 spreekwoorden verzameld. 

In de Nauwe Kerkstraat stond het café van een tante van de moeder van Erasmus waar de moeder van Erasmus tijdens haar zwangerschap onopgemerkt kon verblijven. Dat deed ze omdat de vader van Erasmus een priester was en dus überhaupt geen kinderen mocht krijgen en omdat ze niet getrouwd waren. (In die tijd moest je getrouwd zijn voordat je een kind kreeg). Erasmus is uiteindelijk geboren in het ziekenhuis of in dat café. Dat is niet helemaal duidelijk. 

Terwijl Erasmus opgroeide was de Laurenskerk nog in aanbouw. Het was voor Erasmus heel vervelend dat zijn ouders niet getrouwd waren. Erasmus moest nadat hij naar de Latijnse school was gestuurd door zijn oom (Hij woonde eerst bij zijn oom omdat zijn ouders waren overleden aan de pest toen hij 13 was) naar het Klooster van Stijn. Daar vond hij niets aan. Het enige wat hij daar interessant vond was de bibliotheek van het klooster. Daar zat hij totdat de Hertog van Kamerijk hem uit het klooster haalde om namens hem Latijnse literatuurbijeenkomsten te gaan organiseren. In die tijd was het gewoon dat belangrijke mensen zoals hertogen iemand in dienst hadden die de Latijnse dingen voor hen deed, omdat niet alle hertogen zelf Latijn spraken. 

Toen gingen we naar het beeld van Erasmus. Daar werd verteld dat iedereen die nu naar Rotterdam komt om dingen over Erasmus te bekijken zeker langs het beeld van Erasmus gaat. In 1549 werd het eerste beeld in Rotterdam van Erasmus gemaakt. Dit was een klein houten beeldje van hem met een arm waar een rol papier in zat die kon bewegen. Dat beeldje werd getoond aan belangrijke mensen die naar Rotterdam kwamen voor Erasmus. Toen besefte men dat er misschien een groter beeld gebouwd moest worden. Dat beeld was in 1622 klaar en werd naast de Laurenskerk gezet. Dat beeld is gemaakt van koper en aan de onderkant van het beeld staan teksten, zowel in het Nederlands als in het Latijn. Tijdens het bombardement van Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog is dat beeld niet platgebombardeerd, net als de Laurenskerk. In het derde jaar van de Tweede Wereldoorlog is het beeld tijdelijk begraven in de tuin van Boijmans van Beuningen, omdat ze bang waren dat het beeld kapotgemaakt zou worden door de Duitsers en gebruikt zou worden als materiaal voor kogels. 

Daarna gingen we naar binnen in de Laurenskerk. Daar staat een beeldje van een schip dat eerst Erasmus heette, maar die naam mocht toch niet. Dat schip ging met 4 andere schepen naar Japan. Ze gingen eerst naar een eiland bij Argentinië. Voor dat ze daar aankwamen, waren er al drie schepen vergaan. Bij Japan kwam alleen het schip dat eerst Erasmus heette aan. De Japanners waren heel verbaasd toen ze die mensen zagen, want die hadden nog nooit iemand met blond haar gezien. De koning van Japan probeerde toch met de bemanning in contact te komen, omdat zijn dochter doodziek was en hij dacht dat de bemanning haar misschien kon redden. Uiteindelijk ging de scheepsarts kijken en die wist haar te genezen. Daardoor werd de koning nieuwsgierig naar de bemanning. De bemanning vertelde toen over Erasmus. De koning vond Erasmus zo goed dat er nu overal in Japan op de middelbare school de denkwijze van Erasmus wordt gehanteerd.

Desiderius Erasmus 1466 /1467/1469 – 1536

door Arisa Rybak & Sanisha Bhagoe / Klas 1C (12 jr)

Erasmus was 1 van de bekendste Rotterdammers ter wereld. Hij heeft het boek Lof der zotheid onder andere geschreven, en 3260 spreuken verzamelt! Ook was hij een humanist. Hij vond het belachelijk dat de kerk en de paus zo veel macht/geld hadden. Zelf was hij wel katholiek, maar hij vond het belangrijk dat alles/iedereen gelijk was. 

In dit verslag gaan we vertellen wat we hebben geleerd bij de Erasmus wandeling. 

Als eerst ontmoette we elkaar bij de centrale bibliotheek waar de eerste spreuk van Erasmus al op ons stond te wachten. “Heel de aarde is je vaderland” wat Erasmus daarmee bedoelde volgens ons is, het maakt niet uit in welk land je bent, heel de wereld is je thuis. Het kan natuurlijk van alles betekenen. Maar we gaan nooit weten wat Erasmus daarmee echt bedoelde. Erasmus hield van spreuken. Wat ook nog een interessante spreuk van Erasmus is is: als ik weinig geld heb, koop ik boeken; als ik nog iets overhou dan koop ik eten en kleren. Erasmus gaf niet om kleding. Hoe vond boeken belangrijker. In bijna elk restaurant in de VS staat die spreuk bij de kassa. De spreuk kan je ook tegenkomen in het centrale bibliotheek, in het café. 

Van 1622 tot 1940 stond er een Erasmus standbeeld naast de Markthal. Hij werd gebombardeerd door de Spanjaarden op 14 mei 1940. Het standbeeld is het oudste standbeeld in Nederland! Het standbeeld werd weggehaald door de gemeentelijke dienst Kunstbescherming, en werd naar het Museum Boijmans Van Beuningen gebracht. Tot juli 1945, toen kreeg hij weer een nieuwe plek op de coolsingel tot 1963. Uiteindelijk heeft het beeld plaats gekregen in 1964 voor de Sint-Laurenskerk. De originele sokkel is op 23 februari 1965 naar het Erasmiaans Gymnasium vervoerd. 

Er is nog een monument van Erasmus voor de Sint-Laurenskerk. Het is een Vrijstaande trapgevel met de portret van Erasmus zelf erop. De trapgevel is helemaal bedekt met illustraties afkomstig uit Erasmus’ belangrijkste werken: de Adagia, Lof der Zotheid en het Nieuwe Testament. Het monument is op 28 oktober 2016 aan het licht gebracht.

Ook in het Sint-Laurenskerk zelf zijn boeken/monumenten van Erasmus. Zo is er bijvoorbeeld de boek lof der zotheid en de boek aan de ketting. Er hangt daar ook een tekst in latijn over Erasmus. Ook is er een schip die Erasmus heette. De naam is wel veranderd naar De liefde. De schip ging van Nederland naar Japan, en belandde op een eilandje die Kuroshima heet. Het replica van de schip bevindt zich in Kuroshima en het origineel in het Nationaal museum van Tokio. Het beeld staat als symbool van handelsrelatie tussen Nederland en Japan. Als je naar Japan gaat weet letterlijk iedereen wie Erasmus was. Verder is het een mooi kerk met veel andere monumenten. 

Wat we ook niet vergeten is de mozaïek tegenover het stadhuis. Het stelt Erasmus voor met zijn paard. Bovenaan zie je zijn geboorteplaats staan in het Latijn “Roterodamum”. En onderaan zijn sterfplaats “Inclyta Basilea”.

Erasmus project

door Daan Groenendijk, Lucas van Altenburg en Noud van Delft / Klas 1C (12/13 jr)

Erasmus is een van de bekendste Rotterdammers ter wereld. Hij is een filosoof en humanist. Ook schreef hij boeken, een van de bekendste was Lof der Zotheid. Hij heeft ook veel spreuken bedacht. Hij was zelf katholiek, maar hij vindt het niet goed dat de paus en de kerk zoveel macht en geld hadden. Hij vindt het heel belangrijk dat iedereen gelijke rechten heeft. Erasmus is op 28 oktober 1466 geboren en heeft in 1466, 1467 en 1469 in Rotterdam gewoond. Hij is op 12 juli 1536 overleden. 

Het verslag over de toelichtingen van de wandeling

We begonnen bij de bibliotheek waar we de eerste spreuk van Erasmus zagen “Heel aarde is je vaderland”. We weten niet zeker wat dit betekent, maar we denken dat dit de betekenis is: Het maakt niet uit waar je vandaan komt, heel de wereld is je thuis. Maar het kan natuurlijk ook ander dingen betekenen. Erasmus gaf meer om boeken dan om kleding. Hij heeft hier ook een spreuk over, namelijk: “Als ik geld heb, koop ik boeken. Als ik nog geld overhoud dan koop ik eten en kleren.

Monument Erasmus

Voor de Laurenskerk staat een vrijstaande trapgevel met een portret van Erasmus erop. Het monument is op 28 oktober 2016 geopend. Er staan illustraties op van Erasmus zijn belangrijkste werken: Uit Lof der zotheid, het nieuwe testament en de Adagia. 

foto: Martijn Bergsma

In de Laurenskerk zelf zijn er ook kleine monumenten en ze hebben boeken van Erasmus. Ze hebben onder andere het boek: “Lof der zotheid”. Er is ook een schip dat vernoemd is naar Erasmus. Het schip ging eigenlijk naar China maar kwam terecht in Japan, het schip belandde op een eiland, genaamd Deshima. Het originele schip bevind zich in het Nationale museum in Tokyo. Daarom weet iedereen in Japan wie Erasmus is. 

Standbeeld Erasmus

Van 1622 tot 1940 stond er een Erasmus standbeeld bij de Markthal. Het standbeeld was weggehaald door de gemeente. In 1945 is het standbeeld verplaats naar het museum Boijmans Van Beuningen. Maar tot 1945, want toen is het standbeeld verplaatst naar de Coolsingel. Uiteindelijk is het standbeeld voor de Sint-Laurenskerk geplaatst.

Erasmus project                                                                      Atilla Faqiri (1e klas / 13 jr)

Van 1622 tot 1940 stond er een Erasmus standbeeld bij de Markthal. Het standbeeld was weggehaald door de gemeente. In 1945 is het standbeeld verplaatst naar het museum Boijmans Van Beuningen. Maar tot 1945, want toen is het standbeeld verplaatst naar de Coolsingel. Uiteindelijk is het standbeeld naar de Sint-Laurenskerk.

Erasmus was een bekend Nederlandse filosoof en schrijver die door heel Europa gereisd heeft. Hij is geboren op 1466/1467/1469 (We weten niet zeker wanneer hij geboren is). Een van zijn spreekwoorden luidt: ‘Heel de wereld is mijn vaderland’. Daarmee bedoelde hij waarschijnlijk dat iedereen in de wereld een beetje familie van elkaar is. Hij is in elk land van Europa geweest behalve Spanje en Portugal, omdat ze daar streng katholiek zijn. 

Erasmus maakte de kerk belachelijk ook al was hij zelf Christen. Hij maakte de kerk belachelijk, omdat hij het oneens was met alle macht die de kerk had en door het feit dat er van de macht gebruik werd gemaakt om nog rijker en machtiger te worden. Hij vond dat mensen de mogelijkheid moeten hebben zelf nadenken door hun de mogelijkheid te geven de Bijbel in hun eigen taal te kunnen lezen. Hij wilde meningsverschillen overbruggen met gezond verstand. Hij heeft zelfs met Karel de 5e een gesprek gehad over zijn gedachtes. 

Hij begon met Latijnse les toen hij 8 of 9 jaar oud was. Al zijn 3141 brieven en 4131 spreekwoorden heeft hij ook in het Latijn geschreven. Erasmus droomde er altijd van om naar de universiteit te gaan, maar zolang hij nog in het klooster zat kon dat niet. Hij mocht sowieso niet studeren, omdat hij een bastaardkind was. Dat kwam doordat zijn vader priester was en een priester mocht in die tijd geen kinderen hebben. De hertog van Kameland haalde hem uit het klooster van Stijn. Uiteindelijk heeft Erasmus dan in Parijs toch theologie gestudeerd. 

Erasmus zijn ouders hadden voor hem nog een zoon die was verbannen naar Rome. De mensen waren dus ook tegen Erasmus. Toen is Erasmus zijn moeder naar haar tante gevlucht in Rotterdam. Die had toen een klein café. Ze zij dat er heel veel mensen naar binnen en naar buiten gingen en dat ze haar daar dus niet zouden opmerken. 

Philips de Goede was de zoon van Karel de 5e en kwam in 1549 naar Nederland om Erasmus zijn geboortehuis te zien en een beeld van hem. Er was toen helemaal nog geen beeld van Erasmus, dus werd er een klein houten beeldje gesneden. Daarna kwam er een marmeren beeld van hem, maar tijdens de 80-jarige oorlog waren de Spanjaarden aan de macht en gooiden Erasmus zijn beeld in het water. Later werd hij eruit gehaald en in elkaar gezet, maar dat lukte niet volledig. Er kwam ook nog een bronzen beeld.

Lezing wethouder Saïd Kasmi

Uitgesproken tijden de uitreiking van de Lof der Zotheidspelden 2020 en 2021

Dames en heren, beste Rosanne Hertzberger, beste Dick Couvée,

Van harte welkom op deze feestelijke bijeenkomst in de Burgerzaal. Dat het vandaag de geboortedag van Desiderius Erasmus is, hoef ik u waarschijnlijk niet te vertellen. Maar vieren we nu zijn 555ste verjaardag zoals op de uitnodiging staat of is het pas zijn 552ste? Als we uitgaan van de dit jaar verschenen biografie ‘Erasmus Dwarsdenker’ van Sandra Langereis dan is het vandaag zijn 552ste verjaardag. Zij is er na grondig onderzoek vrij zeker van dat Erasmus drie jaar later geboren is. 

Ik vermoed dat het Erasmus zelf niet zoveel zou kunnen schelen. Hij zou vooral in zijn nopjes zijn dat hij na meer dan vijf eeuwen nog steeds niet vergeten is. Dat we hem in zijn geboorteplaats beschouwen als de beroemdste Rotterdammer aller tijden. En dat we jaarlijks aan een stadsgenoot een speld uitreiken die vernoemd is naar zijn bekendste boek. 

Op dit jaarlijkse feestje staat naast de grootste Rotterdammer aller tijden vooral een Rotterdammer van deze tijd in het zonnetje. Een Rotterdammer die zich volgens het Comité Erasmus in de geest van Erasmus heeft ingezet voor de samenleving. Een Rotterdammer die een lans heeft gebroken voor tolerantie, onderwijs en satire en daarvoor de Lof der Zotheid speld verdient. Vandaag zijn dat zelfs twee Rotterdammers, omdat de uitreiking vorig jaar niet door kon gaan vanwege de coronapandemie.

Langereis stelt zich in haar biografie voor hoe Erasmus vanuit het hiernamaals terug zou kijken op zijn leven. Zo laat ze hem denken: 

‘Ze kunnen me missen, daar in Holland. Ik heb er tijdens mijn echte leven werkelijk alles aan gedaan om mijn eeuwige nagedachtenis veilig te stellen…’
Dat dit is gelukt, wil ik Erasmus laten zien tijdens een wandeling door de stad.  Als ik hem ophaal op het Grotekerkplein, stapt hij van zijn sokkel, verstopt zijn boek in een plantenbak en gaan we samen op pad. We lopen natuurlijk als eerste langs de bibliotheek waarop zijn uitspraak ‘Heel de wereld is je vaderland’ staat. Dan over de brug die zijn naam draagt. Vervolgens naar de universiteit en het ziekenhuis die naar hem vernoemd zijn. En als laatste naar de Pauluskerk. Een opvangplek voor alle mensen in Rotterdam die het zonder hulp niet meer redden. Een wereld, een kerk, die ieders vaderland is. Een plek waar Erasmus in zijn tijd ook steeds naar op zoek was.  

We worden hartelijk ontvangen door dominee Dick Couvée. Het klikt meteen tussen die twee. Want naast hun liefde voor God en de medemens delen ze ook hun sterke rechtvaardigheidsgevoel, hun aandacht voor misstanden in de maatschappij en hun lef om buiten de gebaande paden te treden. Couvée luistert aandachtig naar Erasmus’ levensverhaal over eindeloos vallen en opstaan, bedelen en wachten op wat steun. Verhalen die hij elke dag hoort in zijn kerk, waar geloven en hulpverlenen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het wordt een lang en boeiend gesprek … 

Ik denk dat Erasmus na afloop zou zeggen dat hij een zielsverwant heeft ontmoet. Die overeenkomst ziet het Comité Erasmus ook. En daarom heeft ze in 2020 de 10e Lof der Zotheidspeld aan Dick Couvée toegekend. 

Beste Dick,

Toen jij in 2008 het stokje overnam van Hans Visser, was de Pauluskerk al 28 jaar de opvangplek voor drugsverslaafden. Dat is zij nog steeds maar er is in jouw tijd ook een hoop veranderd. De Pauluskerk is nu misschien wel meer dan ooit het vangnet voor de meest kwetsbaren in de stad. Voor mensen zonder verblijfspapieren, mensen met psychische problemen, met problematische schulden, voor arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa. En dat is niet zo vreemd als je bedenkt hoe enorm de stad Rotterdam en de maatschappij veranderd zijn. Ik heb gehoord dat jij een broertje dood hebt aan woorden als ‘zelfredzaamheid’ en ‘participatiesamenleving’. En daarom breek je net als Erasmus onophoudelijk een lans voor een open houding ten opzichte van de sociaal zwakkeren en kansarmen. Een open houding van de overheid, van de gemeente en van de samenleving. 

Jouw pleidooi is ‘geven zonder dat je er iets voor terug krijgt’. Voor jou telt elk mens. Onvoorwaardelijk! Dan kom je uit bij ‘barmhartigheid en ‘waardigheid’ en dat is precies waarom het Comité Erasmus vindt dat jij deze Lof der Zotheidsspeld verdient.

In een interview vertelde jij dat je de Pauluskerk, afgezien van je vrouw en je kinderen, als het mooiste geschenk in je leven ziet. Als de plek waar je telkens een ander verhaal vertelde over hoe de samenleving in de christelijke traditie eigenlijk zou kunnen zijn. Want, zo concludeer je: ‘Als het hier in het klein kan, dan kan het ook in het groot.’ 

Dames en heren, we reiken vandaag twee spelden uit. De Lof der Zotheidsspeld voor 2021 is door het Comité Erasmus toegekend aan Rosanne Hertzberger. 

In zijn Lof der Zotheid onderzoekt Erasmus of hij de waarheid kan vertellen met een grap. Tegen de lezers die niet met zich laten dollen en heus wel doorhebben dat Vrouw Dwaasheid de mensheid die zot is een spiegel voorhoudt, zegt hij dat een lofrede van de Dwaasheid op de dwaasheid te dwaas is om serieus te nemen’. En dat is wat Rosanne Hertzberger ook doet. 

Want als microbioloog met een mening, of moet ik zeggen als columnist die ook microbioloog is, houdt zij de mensen, net als Erasmus, met humor een spiegel voor. Haar columns, boeken en essays zijn niet alleen vermakelijk, ze schuren ook en dwingen de lezer tot een innerlijk debat. Een recensent schreef over haar boek ‘Ode aan de E-nummers’ dat ze haar lezers het bloed onder de nagels vandaan haalt, maar dat haar denkvoer de ergernis waard is. Hertzberger verzet zich tegen de vele bloggers, dieetgoeroes en influencers, die als nepdeskundigen zonder enige wetenschappelijke onderbouwing beweringen doen over voeding, gezondheid en schadelijke stoffen. 

Zo schrijft ze: ‘Eén tweet of post van een bekende foodblogger over toxische chemicaliën en tig jaar wetenschappelijk onderzoek kan de prullenbak in.’  

De overeenkomst met Erasmus is niet ver te zoeken. Hij ergerde zich tijdens zijn studie in Parijs bijvoorbeeld mateloos aan de theologen, die hij spottend ‘theologasten’ noemde. In een brief aan zijn pupil Thomas Grey schrijft hij spottend dat ze met hun groteske mimiek en theatrale gebaren niets dan stompzinnigheid op stentorvolume vanaf hun kansel oreerden. Volstrekte nepgeleerden waren het. 

Hertzberger is ook niet bang om zichzelf op de hak te nemen. Zo schrijft ze in een column over het afgelopen Boekenweekthema ‘Rebellen en dwarsdenkers’: ‘Sommigen scharen mij daar ook onder, ondanks het feit dat ik bij mijn weten nogal mainstream ideeën opschrijf. Ik bedoel: zo rebels kan het toch niet zijn om in een land dat massaal uit pakjes en zakjes kookt op te schrijven dat het best prima is om uit pakjes en zakjes te koken.’


Beste Rosanne,

Ik denk dat dwarsdenker Erasmus hard had gelachen om jouw columns en boeken. Hij zou hebben genoten van de manier waarop jij de vinger op de zere plek legt als je schrijft over onze hedendaagse maatschappij. Kritisch, scherp, dwars en humoristisch, met onverwachte invalshoeken, hyperbolen en zelfspot. Hij zou in jouw pen de zijne herkennen. 

Het Comité Erasmus ziet die overeenkomst ook en kent jou daarom de 11e Lof der Zotheidsspeld toe. 

Rosanne en Dick, willen jullie naar voren komen, want het is hoog tijd om jullie de speld te overhandigen. 

Beste mensen, het woord is nu aan Dick en Rosanne. Maar eerst wil ik nog graag de laatste alinea van de Lof der Zotheid voorlezen, die Sandra Langereis zo grappig vertaald heeft:

‘Vroeger zei men: de pest aan drinkers met een goed geheugen. Maar nu zeggen we: de pest aan toehoorders met een goed geheugen. En daarom, roemruchte ingewijden! Mannen van dwaasheid! Vaarwel allemaal! Klap uw handen stuk! Leef zonder juk, drink u een ongeluk!’

Erasmusweek 2021: Presentatie van de volledige correspondentie van Erasmus in het Nederlands

Vanaf 17.00 uur in de aula van het Bibliotheektheater Rotterdam.

Na 15 jaar gestaag werken door een team van vertalers is de correspondentie van Erasmus in de Nederlandse vertaling compleet. De 21 delen met daarin 3.141 brieven zijn uitgegeven door het Rotterdamse uitgevershuis Ad. Donker. De correspondentie is een van de grootste en meest interessante briefwisselingen uit de wereldliteratuur. Niet alleen voor wie zich interesseert voor de Renaissance en het Humanisme is de correspondentie een boeiende verzameling, maar ook voor geïnteresseerden in politiek. Bovendien is ‘Vriendschap’ een terugkerend thema in de brieven van Erasmus.

De voltooiing van de reeks werd op deze middag feestelijk gevierd. Met o.a. een voordracht door Jet Steinz: “Erasmus als brievenschrijver” naar aanleiding van “ P.S. – Van Liefdespost tot hate mail: de 150 opmerkelijkste Nederlandse brieven”, een optreden door spoken word artist Elten Kiene en een introductie van de stichting “Zelf Denken, Samen Doen”. 

Org: Stg ter Bevordering van de Uitgave van de Volledige Correspondentie van Desiderius Erasmus i.s.m. Bibliotheek Rotterdam. 

Openingswoord door de voorzitter van het Comité Erasmus, icoon van Rotterdam, tevens voorzitter van de Stichting ter bevordering van de uitgave van de volledige correspondentie van Desiderius Erasmus’. 

Geachte aanwezigen, welkom bij deze feestelijke middag om de voltooiing van de vertaling van alle brieven van Erasmus in het Nederlands te vieren.

Het project

Het was de Rotterdamse uitgever Willem Donker die in 2004 het gedurfde initiatief nam om alle brieven van Erasmus uit het Latijn te laten vertalen en uit te geven. Donker vond een aantal uitstekende classici als vertalers. Deze groep, in samenstelling in de loop van het project iets veranderd en uitgebreid, verrichtte het ‘monnikenwerk’ om de soms lange en ingewikkelde brieven in goed Nederlands te vertalen. Waar nodig werden de brieven voorafgegaan door een inleiding waarin meer werd verteld over degene die de brief schreef of de omstandigheden waaronder de brief geschreven werd. Vele voetnoten verduidelijken de tekst.

De vertalers werden bijgestaan door een prestigieuze redactieraad. ‘Meelezen’, frequent overleg en correcties leidden tot een vertaling van een constant, hoog niveau dat in de loop der jaren in recensies steeds werd geprezen. Donker besteedde veel aandacht aan de vormgeving, juist, zoals hij zei, omdat Erasmus zijn brieven schreef in de tijd waarin de boekdrukkunst opkwam. Vormgever Bart Oppenheimer kwam tot een bijzonder mooie keuze van letter en inktkleur, de boeken werden in linnen gebonden en kregen een leeslint en een stofomslag met prachtige kleuren. Jet Quadekker zorgde gedurende de gehele periode op uitstekende wijze de bureauredactie. 

Het was vanaf de presentatie van het eerste deel in 2004 al snel duidelijk dat het dappere initiatief van Willem Donker financieel gezien niet kon worden gedragen door uitgeverij Ad. Donker. Op advies van Henk Mali werd daarom in 2005 de ‘Stichting ter bevordering van de uitgave van de volledige correspondentie van Desiderius Erasmus’ opgericht die zich ten doel stelde de financiële middelen te verwerven om het gehele project mogelijk te maken. Dat is uiteindelijk na 16 jaar succesvol afgerond met de publicatie van alle bewaard gebleven brieven in 20 delen en een registerdeel. 

Het lijkt interessant om stil te staan bij de ervaringen van het Stichtingsbestuur om over zo’n lange periode voldoende financiële middelen te verkrijgen voor dit herculische project. De Stichting werd hierbij bijgestaan door een prestigieus comité van aanbeveling.

Het gedachtegoed van Erasmus door de eeuwen heen 

Het werk van Desiderius Erasmus Roterodamus was in het begin van de 20e eeuw in Nederland niet breed bekend. Erasmus stierf op 12 juli 1536. In een brief, gedateerd 22 augustus 1534, toont Erasmus zich teleurgesteld over het beperkte bereik, zo u wilt de geringe impact van zijn werk en idealen: er was in Europa een periode aangebroken van ongekende onrust, oorlog, beeldenstormen, ontwijding van kloosters en kerken, controversen met Luther omtrent het opkomende protestantisme en een steeds harder en strikter optreden van de katholieke kerk. Erasmus maakte zich grote zorgen. En inderdaad, een van de slachtoffers was zijn geschreven en gedrukte nalatenschap. Erasmus werd postuum tot ketter verklaard, waarbij al zijn geschriften op de index werden geplaatst. Om dit nog eens extra te benadrukken schreef Paus Paulus IV in de kantlijn bij de naam Erasmus: ‘alle werk is verboden, inclusief zijn commentaren, annotaties, dialogen, opinies, vertalingen, brieven, boeken, en geschriften, zelfs die welke niets bevatten tegen of over de godsdienst’. Het plaatsen van alle werk van Erasmus op de index was zo effectief dat het gedachtegoed van Erasmus in Europa eeuwenlang vrijwel uit het publieke debat verdween. Het wordt tijdens de Verlichting nauwelijks genoemd. Pas in de 20e eeuw werd zijn werk bekender door de boeken van Huizinga en Zweig. 

Rotterdam 

In Rotterdam bleef de aandacht voor Erasmus echter door de eeuwen heen wel behouden. Hij die zich gedurende zijn gehele leven Rotterdammer noemde, was tijdens zijn leven zo beroemd dat er reeds dertien jaar na zijn dood een stenen standbeeld voor hem werd opgericht, dat werd geplaatst op de Grote Markt, vlakbij zijn geboortehuis en de Laurenskerk. Sedertdien heeft er in Rotterdam vrijwel steeds een standbeeld van Erasmus gestaan, met vanaf 1622 het prachtige bronzen beeld, gemaakt door Hendrik de Keyser. 

Waar Erasmus zelf zijn naam onverbrekelijk verbond aan Rotterdam, heeft deze stad aan een uniek gymnasium, een vooraanstaande universiteit, een onmisbaar Medisch Centrum en een magnifieke brug ook de naam Erasmus verbonden. Het Rotterdamse comité ‘Erasmus, icoon van Rotterdam’ waarin 15 Rotterdamse organisaties samenwerken om Erasmus en zijn gedachtegoed onder de ogen van de Rotterdamse burger te brengen, heeft ervoor gezorgd dat een aantal Adagia (kenmerkende uitspraken van Erasmus) op strategische plekken door de stad worden geplaatst; er is een monument geplaatst op de plek van zijn geboortehuis; in de Bibliotheek Rotterdam is de Erasmus Experience ingericht waar de bezoeker zichzelf beter leert kennen tegen de achtergrond van een aantal uitspraken van Erasmus, en er wordt jaarlijks een Lof der Zotheidspeld uitgereikt aan een Rotterdammer die zich heeft onderscheiden door uitspraken en activiteiten in de geest van Erasmus.

De fondsen 

Het is dus niet verwonderlijk dat zowel het initiatief van de Rotterdammer Willem Donker als ook het grotendeels uit Rotterdammers bestaande bestuur van de Stichting zich bij het zoeken naar financiële middelen in eerste instantie vooral richtte op Rotterdamse fondsen: deze hebben inderdaad gedurende de eerste jaren van dit project het leeuwendeel van de financiën ter beschikking gesteld. 

In de jaren na de financiële crisis werd het verkrijgen van fondsen steeds moeizamer. Het bestuur van de Stichting realiseerde zich ook dat het uitgeven van gedrukte boeken in het begin van de 21e eeuw misschien niet meer voldoende was om de nationale fondsen te interesseren. Daarom is toen het besluit genomen om alle in het Nederlands vertaalde brieven ook te digitaliseren en op deze wijze iedere geïnteresseerde Nederlander gratis te laten kennismaken met door Erasmus zelf geschreven meningen en overwegingen. De digitalisering is verricht door de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren (dbnl), onderdeel van de Koninklijke Bibliotheek, die eerder het complete werk van W.F. Hermans, Menno ter Braak en Eddy du Perron digitaliseerde. De beslissing om alle in het Nederlands vertaalde brieven van Erasmus te digitaliseren heeft een aantal fondsen ‘over de brug getrokken’ om ook de laatste loodjes bij te dragen voor de succesvolle afronding van dit project.

Begonnen als een project met een Rotterdams accent is het uitgegroeid tot een project van nationale betekenis. De totale som die door de fondsen werd geschonken bedroeg 750.000 euro. Ik denk dat de besturen van de deelnemende fondsen er trots op zullen zijn hun bijdrage vertaald te zien in deze unieke aanvulling op het Nederlandse cultuurbezit. Helaas heeft Donker de presentatie van de laatste delen van deze reeks niet meer meegemaakt. Hij overleed in 2018. Gelukkig heeft zijn weduwe, Jos Exler, de uitgeverij doorgezet en is het 16-jarige project succesvol afgerond. 

De hedendaagse betekenis van het gedachtegoed van Erasmus 

Professor Heesakkers heeft bij de presentatie van deel 1 in 2004 zijn bewondering uitgesproken voor de ongelooflijke werklust van Erasmus; er waren dagen dat hij wel 70 brieven schreef. Overigens weten we uit zijn brieven dat hij in zijn latere leven, door nierstenen gekweld, alleen staand kon lezen en schrijven. 

Vele brieven moeten verloren zijn gegaan, maar het feit dat er nog meer dan 3000 bewaard zijn gebleven onderstreept het belang en de interesse die er al tijdens het leven van Erasmus aan werd geschonken. Erasmus’ correspondentie laat zien hoe groot zijn netwerk was: het omspande geheel Europa; hij correspondeerde met geleerden, vorsten, bisschoppen en pausen. Carel Peeters noemt hem in Vrij Nederland een geobsedeerd twitteraar. 

De brieven geven een prachtig inzicht in het Europa rondom 1500, maar het is vooral het gedachtegoed van Erasmus dat vandaag, meer dan 500 jaar later, van steeds groter belang lijkt: een ‘wereldburger’ die zich beweegt door een Europa dat voor hem geen grenzen heeft, een man die onvermoeibaar pleit voor verdraagzaamheid, voor de vrijheid van meningsuiting, voor het belang van dialoog met interesse voor elkaar, voor het gebruik van humor en ironie bij het bediscussiëren van controversiële onderwerpen, voor het belang van onderwijs voor jongens maar ook voor meisjes, en vele andere zaken die behoren bij een goed burgerschap in de 20e eeuw. 

‘Zelf Denken, Samen Doen’

Het is daarom verheugend te zien dat de digitalisatie van de correspondentie van Erasmus geen geïsoleerde actie is gebleven, maar heeft geleid tot een nieuw initiatief: een aantal vooraanstaande organisaties in Nederland heeft zich aaneengesloten tot de Stichting Zelf Denken, Samen Doen. Naast de Stichting ter bevordering van de uitgave van de volledige correspondentie van Desiderius Erasmus zijn dit de Bibliotheek Rotterdam met een van de mooiste en grootste Erasmuscollecties ter wereld, de Koninklijke Bibliotheek als nationale regisseur voor de landelijke digitale bibliotheek, de dbnl (Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren) als specialist op het gebied van het produceren en publiceren van betrouwbare digitale teksten, het Huygens Instituut voor Geschiedenis van de knaw (Koninkijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen) en als waarborg voor de wetenschappelijke kwaliteit, de Erasmus of Rotterdam Society waarin Nederlandse wetenschappers verenigd zijn die actief zijn op het gebied van studies naar werk en betekenis van Erasmus, alsmede de Erasmus Universiteit Rotterdam. 

Het doel van de Stichting Zelf Denken, Samen Doen is tweeledig: 

het ontwikkelen van (onderwijs)programma’s voor alle leeftijden waarbij zelf denken wordt geactiveerd rondom begrippen als tolerantie, vrijheid van meningsuiting, interesse in elkaar en het belang van onderwijs als basis voor ieders individuele toekomst — dit als hulp bij het ontwikkelen van burgerschap en participatie(‘Samen Doen’); 

het gezamenlijk maken van een ‘Digitaal Monument’ voor Erasmus met een wereldwijde, betrouwbare beschikbaarheid voor iedereen van alle oorspronkelijke uitgaven van de werken van Erasmus, de latere edities, vertalingen, secundaire biografieën, alsmede gemakkelijk toegankelijke voorlichting over zijn gedachtegoed.

Burgerschap 

De Nederlandse samenleving is volop in beweging. De groeiende diversiteit van culturen en opvattingen in combinatie met de digitale revolutie zorgt ervoor dat de vrijheid van eigen meningsuiting en die van de ander onder druk is komen te staan. Het programma Zelf Denken, Samen Doen heeft de ambitie een bijdrage met impact te leveren aan de versterking van het democratisch vermogen van de Nederlanders. Zelf denken en samen doen gaat om mensen die als zelfstandige burgers met onderscheidingsvermogen kunnen denken en handelen en die het vermogen hebben om goed geïnformeerd, kritisch en betrokken deel te nemen aan een veranderende samenleving. Dat is een kwaliteit die niet zomaar op school of op internet wordt geleerd. Er bestaat geen kookboek voor burgerschapsvorming. Met een aantal vernieuwende projecten die ‘hands on’ een vertaling maken van Erasmus’ gedachtegoed naar de actualiteit, en naar de leef- en beleefwereld van kinderen en adolescenten heeft de Stichting in samenwerking met het Erasmus University College en JINC (project gelijke kansen voor jongeren) een aantal innoverende projecten ontwikkeld die zijn gericht op het lager onderwijs en het vmbo (deze projecten werden financieel gesteund door de Erasmus Stichting, de Erasmus Universiteit en anonieme giften). 

In samenwerking met de Willem de Kooning Academie werd een serious game, ‘Switch’, ontwikkeld dat kinderen in de leeftijd van 10-12 jaar in spelvorm laat kennismaken met het gedachtegoed van Erasmus. Grote groepen lagere school leerlingen van wisselende culturele achtergrond en intellectuele ontwikkeling hebben enthousiast en succesvol aan het spel deelgenomen. 

Taaltrips, georganiseerd door JINC, laten 8 – 12-jarigen (waaronder schoolklassen met kinderen met een verblijfsstatus komend uit vluchtelingensituaties) hun woordenschat vergroten en kennismaken met concepten als vrijheid van meningsuiting, empathie en belangstelling voor elkaar en aandacht voor hun persoonlijke toekomst

Een derde project vormt de zg. ‘bliksemstage’, gericht op het ontwikkelen van burgerschap van vmbo-jongeren. Hierbij wordt ‘problem-based learning’ gebruikt, gericht op het vergroten van gespreksvaardigheden en zelfvertrouwen: er wordt door de leerlingen onder leiding van een student zelf gediscussieerd over stellingen als: ‘ik mag zeggen wat ik wil’, ‘ik mag doen wat ik wil’, ‘als ik alles zou kunnen doen wat ik wil, wat moet ik dan doen om mijn dromen waar te maken?’. De nu ontwikkelde projecten werden uitgebreid getest en worden door de kinderen/leerlingen zeer gewaardeerd. De effecten worden wetenschappelijk geëvalueerd. Het gebruik van (kort opgeleide)studenten van universiteit of hbo als spel/ discussieleider verkleint de afstand met de doelgroepen, ontziet onderwijzers en leraren en confronteert deze studenten ook met het belang van burgerschap. 

Hoe nu verder?

De Stichting Zelf Denken, Samen Doen zoekt naar de mogelijkheid om in samenwerking met maatschappelijke partners over te gaan tot een verdere uitrol van deze en nog te ontwikkelen projecten: eerst in Rotterdam, dan in de regio en bij aangetoond succes in de rest van het land. Deze initiatieven voor burgerschapvorming gebruiken Erasmus eigenlijk alleen als metafoor: hij speelt zelf als historische persoon vrijwel geen rol; het is in feite zijn gedachtegoed dat gebruikt wordt om in deze voor jongeren soms onrustige tijden waarin het aanbod via de sociale media verwarrend en overweldigend is, een handvat te bieden om te leren wat waar en niet waar is en om zelf te denken, als hulp om evenwichtig deel te nemen aan de samenleving. 

In het boekje dat u straks krijgt uitgereikt, zijn de inleidingen bijeengebracht van de 20 delen waarin de Nederlandse vertalingen van alle overgeleverde 3141 brieven van Erasmus zijn gepubliceerd. U krijgt hiermee een snelle blik op zijn levensloop en de tijd waarin Erasmus leefde, terwijl de brieven prachtig illustreren hoe hij zich ontwikkelde tot de grootste humanist van zijn tijd.

Erasmusweek 2021: Uitreiking Lof der Zotheidspelden 2020 en 2021

in de Burgerzaal van het stadhuis 

Welkom door Steven Lamberts, voorzitter van Comité “Erasmus, icoon van Rotterdam” 

Mijnheer de Wethouder, Mevrouw Hertzberger, Mijnheer Couvée, familieleden en vrienden,     

de erasmusspeld

geachte aanwezigen.

Welkom bij de 555ste viering van de verjaardag van Desiderius Erasmus.

Mijn naam is Steven Lamberts, voorzitter van het comité “Erasmus, icoon van Rotterdam”, een comité waarin 15 Rotterdamse instellingen en organisaties samenwerken met het doel Erasmus tot HET boegbeeld van zijn geboortestad te maken.

Wij vergroten de bekendheid van Erasmus in het stadsbeeld van Rotterdam, we bevorderen het gebruik van zijn naam, eigenlijk zijn “merk”, bij het positioneren van onze stad in binnen- en buitenland en wij dragen zijn gedachtegoed uit in de Rotterdamse samenleving en daarbuiten.

Vorig jaar hebben wij de viering van de 554ste verjaardag van Erasmus moeten overslaan in verband met de Covid-19 pandemie.

Daarom zullen vanmiddag zowel de 10e als de 11e Lof der Zotheidspeld worden uitgereikt aan personen die zich bijzonder onderscheiden in de geest van het gedachtegoed van Erasmus. 

Mevrouw Hertzberger en mijnheer Couvée: U mag zich spiegelen aan de namen van enkele recente spelddragers als Inez Weski, Loes Luca, Hugo Borst en Fidan Ekiz.

De jaren 1520 en 1521, nu dus precies 500 jaar geleden, waren voor Erasmus zeer productieve     jaren: hij publiceerde “Antibarbari”, het boek tegen de barbarij, misschien wel het belangrijkste manifest van Erasmus’ humanisme, waarin hij steeds wijst op het belang van goed onderwijs.

In 1521 publiceerde Erasmus zijn zogenaamde brievenleerboek, in die tijd veel gelezen   en ook nu nog een klassieke handleiding voor de kunst van het brieven schrijven.

Morgen wordt in het Bibliotheektheater gevierd dat alle 3141 bewaard gebleven brieven van Erasmus uit het Latijn in prachtig Nederlands zijn vertaald en zijn uitgegeven in 21 delen. Daarmee  wordt een project volbracht van 16 jaren noeste arbeid, waarin een aantal vertalers deze Herculische taak uitvoerde, financieel gesteund door een groot aantal Nederlandse Fondsen.

Een waarlijk prachtige toevoeging aan het Nederlands cultuurbezit, vergelijkbaar      met de uitgave van de brieven van Vincent van Gogh en het Rembrandtproject.

Onze Stichting “Erasmus, icoon van Rotterdam” heeft ook dit jaar weer rondom deze  verjaardag viering een prachtige Erasmusweek samengesteld:

naast de Erasmus wandeling en het Erasmus lunchconcert in de Laurenskerk, was er gisteravond een geanimeerde conferentie over Burgerschap, georganiseerd door het Huis         van Erasmus.

Vandaag bezoeken alle 211 eersteklassers van het Erasmiaans Gymnasium hun eigen basisschool en vertellen aan 3500 leerlingen van groep 8 over het belang van het gedachtegoed    van Erasmus. Op deze manier hebben in de afgelopen jaren 45000 Rotterdamse schoolkinderen Erasmus leren kennen.

Zaterdagmorgen is er n de bibliotheek gelegenheid om onder leiding van John Tholen onder de   titel “Erasmus uit de kluis” in kleine groepjes de bijzondere Erasmuscollectie te leren kennen, terwijl tegelijkertijd een nieuwe aflevering van de “Human Library” wordt georganiseerd. 

Tenslotte is er zondagmiddag een filosofie workshop met als titel “Erasmus dwarsdenker” naar aanleiding van de publicatie van het prachtige boek met deze titel door Sandra Langereis.

Erasmus blijft een populaire Rotterdammer: enkele jaren geleden bleek bij een enquête onder   74000 Rotterdammers de bokser Bep van Klaveren met 33% van de stemmers de grootste Rotterdammer, gevolgd door Erasmus met 27% en Pim Fortuin met 12% van de stemmen. 

Nu de beperkingen in onze bewegingsvrijheid welke aan de pandemie waren gekoppeld stapsgewijs verdwijnen zal ons comité de draad weer oppakken: naast de Erasmus Experience in de bibliotheek, waar U vast allen al geweest bent – anders een echte “Must”, de Erasmus stadswandeling voor bezoekers aan Rotterdam, het Monument voor het geboortehuis van Erasmus en het plaatsen van meer Adagia, kernachtige uitspraken van Erasmus op strategische plaatsen in de stad, zal er op 30 april 2022 een speciale plechtigheid plaatsvinden omdat het die dag precies 400 jaar geleden is dat het door Hendrik de Keyser gemaakte prachtige bronzen standbeeld van Erasmus werd onthuld.

Het blijft toch prachtig dat in onze stad het eerste standbeeld niet voor een prins, een vorst of een krijgsheer maar voor een    geleerde met een boek werd opgericht.

Een van de belangrijkste doelen van ons comité is om onderdelen van het gedachtegoed van Erasmus onder de aandacht, of zo U wil tussen de oren van alle Rotterdammers vast te zetten.   

Een teleurstellende reactie op de Corona pandemie is het ongenoegen en protest in onze samenleving waarbij groepen burgers met kreten als “viruswaanzin” oproepen tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Hierbij is de toon van de discussie op straat en in de sociale media vaak agressief.

Het lijkt of we de belangrijkste kenmerken van het gedachtegoed van Erasmus zoals tolerantie, goed en geïnteresseerd luisteren naar elkaar en het oplossen van controversen met   humor en ironie na 500 jaar volledig achter ons hebben gelaten.

In de afgelopen maanden heeft de stichting Huis van Erasmus voor het basisonderwijs als steun voor  “burgerschapsvorming” digitale modules ontworpen met de titel “Erasmus voor de klas”.

Morgenmiddag zal bij de afsluiting van de in het Nederlands vertaalde Correspondentie van  Erasmus door de stichting “Zelf Denken, Samen Doen” aandacht worden besteed aan enkele          innovatieve methoden om burgerschapsvorming te onderwijzen aan 10 tot 12 jarigen en aan leerlingen in het VMBO.

Het is in onze toch wel “verwende” samenleving tegen het einde van de Covid-19 pandemie goed om even stil te staan bij hoe Erasmus gedurende vrijwel zijn gehele leven        geconfronteerd werd met de problemen van een steeds weer terugkerende pestepidemie die door Europa raasde.

Hij bezocht met zijn broer de Latijnse School in Deventer toen in 1484 in die stad een pestepidemie uitbrak waarbij zijn moeder stierf; hiermee kwam een abrupt einde aan zijn schooltijd in deze stad. Kort na terugkomst in Gouda overleed ook zijn vader Gerardus aan de  pest en bleven Erasmus en zijn broer als wees in handen van drie voogden die er bij beide jongens   sterk op aandrongen in het klooster te treden.

Tijdens vrijwel zijn gehele leven beperkten steeds weer terugkerende pest-epidemieën de mogelijkheid om te reizen: steden werden onverwacht afgesloten en Erasmus moest, blijkens vele brieven zijn plannen steeds weer wijzigen

In een brief van 1501 vermeldt hij dat hij Parijs vanwege de pest met spoed moet verlaten; hij keert er in 1502 terug maar moet er door het opvlammen van de epidemie al weer snel weg. Hij  wil vervolgens naar Keulen gaan, maar omdat ook daar de pest uitbrak vestigt hij zich in Leuven.

In een latere brief uit 1518 beschrijft hij zijn reis uit Bazel. Na een zware tocht, gedeeltelijk te paard, arriveert hij doodziek in Leuven en beschrijft in deze brief zijn klachten en ziekteverschijnselen. Drie verschillende dokters bezoeken hem aan zijn ziekbed, maar blijven zo ver        mogelijk van zijn bed op de drempel van zijn ziekenkamer staan: zij vermoeden dat Erasmus aan de pest lijdt. En inderdaad, nu 500 jaar later kunnen we vaststellen dat de beschreven klachten en symptomen die Erasmus bij zichzelf in detail beschrijft, goed overeenkomen met de toen    heersende builenpest, welke hij uiteindelijk ternauwernood overleeft.

De overeenkomst tussen de wijze waarop wij in de afgelopen anderhalf jaar met de gevaren en beperkingen van de Covid-19 pandemie omgingen en hoe Erasmus er gedurende zijn gehele leven mee werd geconfronteerd is treffend.

Het is bemoedigend om te zien hoe hij er ondanks alle beperkingen in slaagde zich te ontwikkelen tot een van de eerste echte Europeanen die niet beperkt door landsgrenzen als     wereldburger het concept van vrede actief verbreidde,

U kent allen het Erasmus Adagium, geplaatst in het Centraal Station: er staat “Ruimte scheidt de lichamen, niet de geesten”, een prachtige opbeurende uitspraak aan het einde van onze 1,5 meter samenleving.

Ik wens U allen een aangename middag.

Tekst dankwoord Dick Couvée

Geachte heer Lamberts, geachte dames en heren, geachte wijzen of zotten.

Heel graag wil ik het Comité Erasmus danken voor het feit, dat het mij het voorrecht heeft willen gunnen van de uitreiking van de Lof der Zotheidsspeld 2020. En in dat “mij”, zo begrijp ik u, neemt u ook graag de Pauluskerk als geheel mee. Haar inspiratie, haar inzet voor al die mensen,  die het – voor kortere  of langere tijd – niet redden op eigen kracht, in Rotterdam, in de regio Rijnmond, in het land. En dus ook al haar bezoekers, van wie er vanmiddag gelukkig een aantal aanwezig is – zonder hen is het allemaal niks – , al haar noeste medewerkers, ook een aantal aanwezig, en voorts al die mensen die anderszins mogelijk maken, dat de Pauluskerk doet wat haar te doen staat. En dat vanuit haar bijbelse – en dus eeuwenoude, maar o zo actuele, dwaze – wortels. In de eer die mij ten deel valt, wil ik dus meer dan graag hen allemaal meenemen. Zonder hen geen Pauluskerk.  

Eerlijk gezegd had ik zoiets niet verwacht. En, ook eerlijk gezegd, een mooiere erkenning dan deze had u mij/ons eigenlijk niet kunnen schenken. Lof der Zotheid, Vrouwe Zotheid, die beweert dat wijsheid in onze wereld in wezen dwaasheid is en andersom. Hoe vaak heb ik mijzelf en wij vaak ook allemaal samen vanuit de Pauluskerk niet afgevraagd wie er nu eigenlijk gek was in onze samenleving nu. 

Waren dat de mensen, die vonden dat de mensen die hun heil zoeken in de Pauluskerk behoren tot de groep van nietsnutten en onrendabelen, beklagenswaardige losers, geldverslindende uitvreters van de samenleving, niet in staat tot enig maatschappelijk of economisch goed? Tweede- of derderangslui dus, aan wie je echt niet al te veel aandacht hoeft te schenken. Of waren wij dat zelf ? Omdat wij, dwars tegen de vaak dominante stroom in – als waren wij gekken – bleven geloven in de waarde en dus de erkenning daarvan door anderen van èlk mens en van àlle leven. En dat onvoorwaardelijk. En dus juist ook van die mensen die kwetsbaar zijn, om wat voor reden dan ook, en er zogenaamd niet toe doen, omdat hun “lives” toch niet zouden “matteren”.

Aan het eind van het dwaze “gouden boekje” komt de ware aap uit de mouw. Dwaasheid is niet alleen maar een al of niet idioot ideaal van Vrouwe dwaasheid. Dat idiote ideaal van het enorme belang van dwaasheid heeft zij opgepikt uit “een aantal loffelijke getuigenissen daarover van anderen”. Zo ongeveer de beste die er zijn. In ieder geval veel beter dan die van theologen. Want “zelfs ezels krijgen nog eerder een kerkelijk ambt dan een wijze”. Of het nu gaat om de paus, kardinalen of alle dominees bij elkaar. Vrouwe Zotheid beroept zich voor haar pleidooi voor het praktiseren van dwaasheid uitvoerig op iets dat daar in haar ogen ver bovenuit gaat: het boek der boeken. En wie schetst onze verbazing, uitgerekend de apostel Paulus, ja, inderdaad, naamgever van de Pauluskerk, kan in haar ogen veel genade vinden. Zeer veel. Kijk, dwaas of niet, maar dan ga je praten !  

“Maar God heeft juist mensen uitgekozen, die in deze wereld “dom” of “zwak” worden genoemd. Zo heeft God de wijsheid van de mensen belachelijk gemaakt. Zo zorgt God er voor, dat niemand trots kan zijn op zichzelf”, citeert Vrouwe Zotheid met instemming Paulus in zijn brief aan de alternatieve leef- en geloofsgemeenschap van Korinthe. Het zijn de zogenaamd “dommen” en “zwakken” van de Pauluskerk die ons laten zien dat het verdienmodel van ons soort samenleving gebaseerd is op een onvoorstelbare roofbouw van Moeder Aarde en van uitbuiting en uitsluiting van grote groepen mensen, die noodgedwongen dat model mogelijk maken, voor anderen, maar in de voordelen daarvan zèlf niet of nauwelijks delen. En dat al sinds eind 15e eeuw. Velen van hen moeten werken als zzp-er of in de flexibele schil of schemerzone van onze economie. Wat is hier nu dwaasheid en wat wijsheid ?! Het zijn de zogenaamd “dommen” of “zwakken” van de Pauluskerk, die ons laten zien, dat gelijkwaardigheid en gelijkheid voor de wet de facto betekenen, dat rijken rijker worden en armen armer. Niet alleen als het gaat om geld. Ook als het gaat om kansen op zinvolle arbeid, goed onderwijs en een goede gezondheid. Arme mensen in Rotterdam gaan meer dan 10 jaar eerder dood dan rijke. Wat is hier nu wijsheid en wat dwaasheid ?! Het zijn de zogenaamd “dommen” of “zwakken” van de Pauluskerk, die ons laten zien, dat een samenleving fundamenteel verandert van roofbouw naar opbouw op het moment dat iedereen onvoorwaardelijk in staat wordt gesteld om eraan bij te dragen en zichzelf dienstbaar te maken aan iets dat veel groter en sterker is dan “ik” en “mijzelf”. Het christendom heeft op haar beste momenten altijd gegokt op dat laatste. Waar mensen zich dienstbaar maken aan anderen en aan het geheel, ontstaat meer en beter leven. En niet minder. En dan voor allemaal. En niet voor een paar. Wat is hier nu wijs en wat dwaas?! Van die dwaze onderstroom in het christendom heeft de Pauluskerk zich altijd onderdeel gevoeld. Als het kon in het klein in de Pauluskerk – waar overigens elke dag ongeveer alles gebeurt wat God verboden heeft – waarom dan niet in de samenleving als geheel?! Voor die dwaze wijsheid ben ik jullie allemaal, lieve dwaze mensen van de Pauluskerk, onvoorstelbaar dankbaar. Het is het grootste cadeau van mijn leven, dat ik van zo’n kerk, zo’n sociale beweging – want dat is de kerk – deel heb mogen uitmaken. En daarmee dus ook jullie, lieve dwaze mensen van het Comité Erasmus, in de erkenning daarvan. 

Tot slot. Aan de erkenning is ook een geldbedrag verbonden. Het leek mij helemaal in de geest van de dwaasheid, dat ik dat geld niet zelf houd, maar weggeef. Het Comité vond dat ook een goed idee. Met overtuiging geef ik dat geldbedrag graag door aan “Tent of Nations”. Tent of Nations is een landbouwboerderij en vredesproject van de familie Nassar op de door Israëlische staat bezette Westbank, even ten zuiden van Bethlehem. De boerderij ligt op een berg. In de afgelopen jaren zijn op de bergen rondom en strategisch goed gekozen inmiddels 6 nederzettingen van Israëlische kolonisten verschenen, die regelmatig de honderden olijfbomen en daarmee de bestaansgrond van deze Palestijnse boeren vandaliseren en terroriseren. De familie worstelt al jaren tevergeefs om een vergunning van de overheid en daarmee om bestaansmogelijkheden voor de lange termijn, nadat eerder het Israëlische Hoger Gerechtshof uitdrukkelijk het eigendomsrecht van de familie op hun grond erkende, ook na jaren strijd. Het project zet zich onder het authentiek christelijke, volkomen dwaze motto “We refuse to be enemies” daadwerkelijk in voor vrede en daarmee voor toekomst voor zowel Palestijnen als Israëli’s. Dat werk – in die volgens mij helemaal in Erasmiaanse geest – zou ik meer dan graag ondersteunen en bij u allemaal aanbevelen.