Overslaan en naar de inhoud gaan

Erasmusweek 2023: Erasmus, juist nu!

Mevrouw de wethouder, hooggeachte laureaat, zeer geachte aanwezigen, 

I

Soms lees ik Erasmus en kan mij zijn beeldtaal maar nauwelijks boeien. Neem bijvoorbeeld zijn lofprijzing van Alexander Stewart, de bastaardzoon van de Schotse Koning die bisschop van St. Andrews zou worden en met wie Erasmus in Siena nog onder één dak had gewoond toen hij de jongen retorica en Grieks onderwees. Alexander wordt door Erasmus afgeschilderd als het allerbraafste jongetje van de klas. Elke dag werkte hij aan zijn studies. In de namiddag wijdde hij zich aan muziek en aan zang, maar als hij ’s avonds ging eten, ging dat altijd weer gepaard met voorleessessies uit stichtelijke literatuur. De tiener, schrijft Erasmus instemmend, maakte enkel tijd vrij voor de uitoefening van zijn godsdienst… en natuurlijk ook nog om te slapen. Als hij al eens tijd had voor iets anders, zocht hij geen ontspanning, maar stortte hij zich op het lezen van de historieschrijvers. Een voorbeeldige jongen, kortom, geheel aan de muzen en vooral aan Christus gewijd. 

Wij brengen vandaag Erasmus en de mensenrechten bij elkaar, maar is Erasmus daar wel modern genoeg voor? Rotterdam is dan een heel moderne stad, maar Erasmus lijkt soms hopeloos verouderd. Mensenrechten bestonden in zijn tijd nog niet en aandacht voor individuele keuzes bij het inrichten van je persoonlijke leven al helemaal niet. Wat hebben we in een tijd waarin we vooral elkaars passies bewonderen aan een denker die zich daar continu minachtend over uitliet en die alleen deugd, ijver en stichtelijke vroomheid prijst? Wat moeten we in onze tijd van globalisme en diversity-vraagstukken [bovendien] met een theoloog die een Christocentrisch wereldbeeld vertegenwoordigt? En wat moet onze Speld-laureaat Lilian Gonçalves – Ho Kang You, die in haar Mandeville-lezing van 2007 (natuurlijk ook hier in Rotterdam) als geen ander de schaduwkanten van “corporatisme, gemeenschapszin [en] hechte nationale eenheid” heeft benadrukt, met een denker die politiek zag als het aandacht geven aan het eigen volk, en die Plato en het Nieuwe Testament voorschreef als norm voor de gehele mensheid?

Nou, schrikt u niet! – ik zal u maar meteen verklappen waar ik vandaag heen wil: Ja, Erasmus lijkt misschien soms hopeloos ouderwets, maar hij is niettemin bij uitstek degene om bij stil te staan ter gelegenheid van 75 jaar mensenrechten. Hij komt weliswaar uit een andere tijd en zijn taal en stijl zijn vaak niet de onze, maar wat hij te zeggen had is gek genoeg nog steeds uitermate relevant. Er is, kortom, ook anno 2023 nog alle reden om het ideaal van de mensenrechten op Erasmus’ geboortedag te vieren en om zijn Speld uit te reiken aan onze laureaat. 

II

Wat heeft Erasmus ons dan te zeggen? Laten we eens terugkeren naar Alexander. Het portret van de jongen is opgenomen in Erasmus’ commentaar op het beroemde spreekwoord Spartam nactus es, hanc orna – dat wil zeggen: “Sparta is je toegevallen, maak er iets moois van!” Dat spreekwoord heeft het niet tot in onze moderne talen gehaald, zoals veel van de andere spreekwoorden in Erasmus’ verzameling wèl, maar het is toch beroemd geworden – niet omdat wij het nog gebruiken, maar om wat Erasmus erover schreef! 

‘Hou op met oorlog voeren,’ is Erasmus’ boodschap hier, en hij richt zich daarbij op de koningen en de vorsten van zijn tijd. ‘Je hebt immers wel iets beters te doen: je eigen land opbouwen, bijvoorbeeld!’ (“Sparta is je toegevallen, maak er iets moois van!”) Erasmus schrikt er niet voor terug om de vorsten van zijn tijd met wilde dieren te vergelijken: wat zij vertonen is enkel territoriumdrift. Laat ze in plaats daarvan vrijheid en geluk binnen hun eigen landsgrenzen garanderen… dat is pas een waardevolle vorm van politiek!

Nu, Erasmus doceerde spreekwoorden, maar met zijn commentaar op die spreekwoorden was hij tegelijkertijd een influencer, en wist hij altijd wel iets interessants te zeggen. Bij het spreekwoord ‘Je moet wel als koning of als nar geboren zijn’, komt hetzelfde thema terug. Erasmus loopt nu niet alleen eigentijdse koningen, maar ook antieke goden af, om te laten zien hoe het hooggeplaatste individuen met een ego vaak alleen maar te doen is om lustbevrediging en bezit – en bij vorsten in het bijzonder om paardrijden en jagen; alles, zolang het maar niets te maken heeft met wijsheid, met de zorg voor veiligheid in de staat of met een interesse in het algemeen belang. 

Het spreekwoord Festina lente, ‘Haast u langzaam!’ heeft het wel tot onze moderne talen gehaald. Het gaf Erasmus aanleiding om over van alles en nog wat te schrijven: over Egyptische hiërogliefen bijvoorbeeld, en over de noodzaak van copyright… Hij maakt gaandeweg zonder blikken of blozen ook nog even reclame voor zijn uitgever – en daarmee dus ook voor zichzelf – maar uiteindelijk gaat het hem ook hier weer om zijn medemensen en om hun omgang met elkaar. ‘Haast u langzaam!’ zou volgens Erasmus namelijk niets anders uitdrukken dan wat de oude Plato altijd al had geleerd en wat Erasmus hier in heel praktische zin interpreteert als “Mensen, denk nou eens eerst na voordat je iets doet, en doe vervolgens zonder dralen wat je moet doen!” 

Met zijn spreekwoorden leerde Erasmus heel Europa lezen, maar met zijn commentaren bood hij zijn lezers ook een nieuw politiek perspectief. Als Erasmus in 1516 zijn boekje over De Opvoeding van de Christenvorst uitgeeft – in feite bedoeld als levensopdracht voor de jongeman die later keizer Karel V zou worden – belandden de thema’s van ‘Je hebt Sparta, maak er iets moois van’, ‘Je moet wel een koning of nar zijn’ en van ‘Haast u langzaam’ stuk voor stuk in Erasmus’ politieke filosofie. Er wordt wel gezegd dat diezelfde filosofie (de filosofie van De Opvoeding van de Christenvorst) via Willem van Oranje vervolgens een verdere weg vond naar het Plakkaat van Verlatinghe waarmee ons land zich uiteindelijk ontdeed van de zoon van Karel, Filips II; en dat dat Plakkaat vervolgens weer latere onafhankelijkheidsverklaringen inspireerde, waar op haar beurt de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens op zou kunnen zijn geïnspireerd. Zo is er een directe lijn mogelijk van 1516 naar 1948 – maar ik heb daar niet zoveel mee; ik geloof daar eerlijk gezegd niet zo in. Die lijn is historisch nogal speculatief, maar we hebben hem ook niet nodig. Veel belangrijker dan een opeenvolgende reeks van onafhankelijkheidsverklaringen is het innige verband dat er inhoudelijk bestaat tussen Erasmus en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

III

Hoe zit dat? In elk van zijn haast ontelbare geschriften hamerde Erasmus er linksom of rechtsom wel op dat er zoiets bestaat als goed beleid – maar ook dat het in zijn tijd maar weinig leiders lukte om dat goede beleid ook daadwerkelijk van de grond te krijgen. Hij hoefde geen Rotterdammer te zijn om hier met een scheepvaart-vergelijking op de proppen te komen. (De klassieke oudheid zat al vol met vaststaande uitdrukkingen en morele verwijzingen naar wat het is om recht door zee te zijn, koers te houden, of juist te dobberen in een zee van ellende…) Maar Erasmus voegt daar nog wel iets aan toe: in de echte scheepvaart, schrijft hij, eis je terecht diploma’s, of ten minste enige ervaring van een schipper. Bij de politici van zijn tijd was dat niet het geval. Vorsten deden maar wat. Het liefst zou je je politieke leiders volgens Erasmus dan ook moeten kunnen kiezen, want zoals het nu ging, kon iedereen zonder enig talent zo maar bestuurder worden. Maar zolang verkiezingen nog niet tot de mogelijkheden behoorden in 1516, zat er niets anders op dan… dan maar vorstenkinderen zo goed mogelijk opvoeden – dat was precies het thema van Erasmus’ Opvoeding van de Christenvorst. 

En dat betekende nogal wat in 1516! 

Politiek bedrijven was in die tijd namelijk vooral oorlog voeren – en niet zomaar oorlog voeren, maar je leven wagen omdat vorst zus of zo uit was op gebiedsuitbreiding, of omdat de zwager van deze of gene edelman gestorven was en die edelman nu aanspraak maakte op het grondgebied van zijn zus (of zo). Erfeniskwesties bepaalden de politiek – en politiek was oorlogskunst om familiebelangen. En dan komt Erasmus: ‘Je hebt Sparta al, maak dáár nu eerst eens iets moois van!’ En dat betekent niet alleen dat politiek bij Erasmus in plaats van oorlogskunst vredeskunst werd, maar ook dat het in de politiek niet om grondgebied ging, maar om de juiste omgang met mensen in een bestaand grondgebied, al ging het maar om Luxemburg: politiek is primair binnenlands beleid! 

En daarmee wordt Erasmus’ Platoons-Christelijke wijsheids-ideaal opeens ook heel praktisch, want waar komt dat binnenlandse beleid bij Erasmus dan in de praktijk op neer? Het gaat hem om het goed inrichten van de rechtspraak, om het aanpassen van bestaande wetten vanuit het oogpunt die te kunnen verbeteren, om het bestrijden van de misdaad; om rechtvaardig, maar ook mild te straffen; te zorgen voor een progressief belastingstelsel, zodat er een goede bestaansvoorwaarde wordt geschapen voor iedereen, te investeren in onderwijs en infrastructuur, en corruptie te bestrijden. 

Het staat er echt allemaal, in 1516! Plato’s ideaal van onpartijdigheid en belangeloosheid was volgens Erasmus niets anders dan Christus’ ideaal van eerlijkheid en rechtvaardigheid, maar hij vertaalde die abstracte filosofische richtlijnen zelf heel concreet in zaken die ook in onze Universele Verklaring een concrete rol toebedeeld hebben gekregen; net zoals de meer abstracte idealen van vrijheid van spreken, het vasthouden aan the rule of law en de focus op het algemeen belang. Erasmus schreef de wereld precies datgene voor waar we ook vandaag de dag nog in geloven – en waar we vandaag de dag ook nog steeds voor moeten strijden.

IV

Dat was dus eigenlijk allemaal verre van ouderwets. Natuurlijk, andersom zou Erasmus ook van ons iets kunnen leren – over de emancipatie van vrouwen, bijvoorbeeld. Maar vergeet dan niet dat hij opnieuw de eerste was die ook aan de mondigheid van vrouwen bijdroeg door hen zicht te bieden op serieus onderwijs; iets wat voor de meeste antieke filosofen nog ondenkbaar was geweest. En natuurlijk was Erasmus door en door Christelijk, maar paradoxaal genoeg was Erasmus’ Christendom een ideaal dat openstond voor iedereen: voor Joden, Turken, zwarte Afrikanen en zelfs voor Christenen, want de meeste mensen waren dat volgens Erasmus alleen nog maar in naam! Opvoeding – niet alleen van de vorst, maar in feite van iedereen – was wat mensen verder kon brengen, maar hoe je die opvoeding precies noemde, dat maakte Erasmus niet veel uit. Heel brutaal schreef hij juist in ditzelfde boek (de Opvoeding van de Christenvorst) dat filosoof of Christen zijn eigenlijk hetzelfde was. Erasmus’ Christendom was dan ook geen partijpolitiek Christendom. De boodschap van Christus was voor Erasmus vooral een sterk wapen om nooit compromissen te hoeven sluiten op het gebied van rechtvaardigheid; en anderzijds een goed bruikbare spiegel voor de hypocriete Christenen van zijn tijd. 

“Maar er waren in Erasmus’ tijd toch nog helemaal geen mensenrechten?” Nee, ook dat klopt, maar als we nu toch een historisch verband willen zoeken, laten we dat dan niet zoeken in onafhankelijkheidsverklaringen waarin misschien wel iets is meegenomen van Erasmus’ politieke idealisme, maar waarin altijd net zo goed het veiligstellen van historisch gegroeide privileges meespeelt. Het gaat dan niet over goede sociale condities, maar over de vrijheden van een stad of van een volk – het soort geopolitieke argumentaties, kortom, waar Erasmus niet veel mee op had. In die zin zijn de Rechten van de Mens veel meer Erasmiaans geïnspireerd dan de onafhankelijkheidsverklaringen van dit of dat volk. Bij mensenrechten gaat het juist niet om rechten die worden verdedigd vanuit het perspectief van de geschiedenis, maar om rechten die worden verdedigd vanuit het oogpunt van de waardigheid van alle ingezetenen van een bepaalde maatschappij. En binnen die maatschappij gaat het dan weer niet om een vorm van staatscollectivisme, maar om het garanderen van fundamentele omgangsnormen die van het goed functioneren van het rechtssysteem automatisch de lakmoesproef maken voor het goed functioneren van de maatschappij als zodanig – bij Erasmus precies zo, als in onze Universele Verklaring. 

Dat we mensenrechten hebben weten vast te leggen is een daad van zelfopvoeding die ons uiteindelijk veel strikter aan Erasmus bindt dan de eventuele mogelijkheid van een direct historisch verband tussen zijn teksten en de onze. Door überhaupt na te denken over de manier waarop we kunnen waarborgen dat staten doen waarvoor ze bedoeld zijn, bouwen we niet alleen voort op Erasmus, maar scharen we ons ook inhoudelijk achter wat hij zag als de fundamentele voorwaarden voor goed bestuur – achter idealen die de verantwoordelijkheid zouden moeten zijn van elke regering en die zouden moeten gelden voor ieder afzonderlijk mens.

Dat we die opvoedingsslag met zijn allen hebben gemaakt, komt niet alleen omdat we juist 75 jaar geleden, in 1948, met schaamte terugkeken op onze pijnlijke historische fouten, maar ook omdat we destijds konden teruggrijpen op een politiek-filosofische traditie van enkele eeuwen oud, die aan het licht had gebracht wat politiek ook zou kunnen zijn. In die zin is de Opvoeding van de Christenvorst inmiddels de Opvoeding van de Wereldgemeenschap geworden.

V

En dat brengt me weer terug bij Alexander Stewart. Want waarom speelde die jongen eigenlijk een rol in Erasmus’ spreekwoordenverzameling? Dat was omdat Alexander in 1513 jammerlijk was omgekomen bij de Slag van Flodden Field in alweer zo’n zinloze oorlog – de oorlog die zijn vader, de Koning van Schotland, tegen Engeland aan het voeren was. Alexander was nog maar twintig jaar oud en zijn portret moest kleur geven aan Erasmus’ argument over de totale gekte van de oorlog.

Erasmus gebruikte daarvoor een beeldtaal die misschien niet meer de onze is. Hij maakte van Alexander een braaf studiehoofd, een engel van een puber in de meest onaantrekkelijke zin van het woord: een niet-levenslustige, vroegoude en heel kuise tiener-heilige. We weten niet hoe Erasmus zijn verdriet om de dood van Alexander vandaag de dag zou hebben verwoord. Wij post-Romantische mensen hebben inmiddels de beschikking over een heel scala aan manieren om ons uit te drukken en beschikken bovendien over de vrijheid om dat, for better or for worse, dan ook maar te pas en te onpas te doen. 

Erasmus moest, voor zijn eigen veiligheid, binnen de marges van religieuze en filosofische dogma’s opereren om überhaupt te kunnen zeggen wat hij vond. Hij zou echt versteld hebben gestaan, als hij ons vandaag de dag kon zien: versteld over de breedte en de toegankelijkheid van ons onderwijs, over de toewijding van miljoenen professionals die er in hun dagelijkse werkzaamheden niet eens aan zouden willen denken om corrupt te zijn – en ook versteld over onze welgemeende belangstelling voor mensenrechten. Wij hebben inmiddels veel bereikt, maar dat mensenrechten vandaag de dag nog net zo actueel zijn als ten tijde van Erasmus, betekent natuurlijk niet dat wij niet meer te maken hebben met landjepik of met gerechtelijke willekeur (ik hoef de voorbeelden niet voor u op te sommen); dat wij minder gevaar zouden lopen om opnieuw te vervallen tot politieke barbarij; of dat Erasmus’ les van eerlijkheid, rechtvaardigheid en de noodzaak van voortgaand onderwijs voor ons zou hebben afgedaan. En tenslotte: hoeveel vrolijker of levenslustiger wij misschien ook denken te zijn in vergelijking met de generaties die aan ons voorafgingen – hoeveel leuker wij onszelf of onze eigen tijd misschien ook mogen vinden – dat betekent niet dat we ons minder serieus zouden moeten bekommeren om Erasmus’ waarschuwingen; zijn waarschuwingen, bijvoorbeeld, tegen de blindheid en zelfingenomenheid van onopgevoede mensen met macht, en zijn even belangrijke waarschuwing dat daar een serieus opvoedingsideaal tegenover moet staan. Mensen, zei Erasmus, worden niet geboren, maar gevormd. 

Dus: Erasmus – verouderd of zelfs ouderwets? Het zijn dezelfde idealen die we nog steeds koesteren en waarvoor we, zoals gezegd, nog steeds moeten vechten. We hebben ze enkel opnieuw aan de orde gesteld nadat Erasmus dat al 500 jaar geleden gedaan had. Het zijn in feite Erasmus’ idealen die we met vallen en opstaan inmiddels hebben doorontwikkeld tot ons moderne begrip van ‘mensenrechten.’ Als we vandaag het 75-jarig bestaan van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens vieren met een onderscheiding aan onze laureaat, doen we dat dan ook niet voor niets met: de Speld van Erasmus!

Ik dank u wel.

door Han van Ruler

Professor Intellectuele Geschiedenis aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en Vice-decaan van de Erasmus School of Philosofy (ESPhil)

Erasmusweek 2023: Uitreiking Lof der Zotheidspeld

Namens het College van B&W sprak mw Natasha Mohamed – Hoesein, wethouder Armoedebestrijding, Schuldhulpverlening en Taal   

Goedemiddag allemaal, 

de Erasmusweek heeft dit jaar, zoals u weet, het thema ‘Mensenrechten in de stad van Erasmus’. Het thema is een eerbetoon aan het 75-jarig bestaan van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens.

Dat thema maakte dat de jury van de Lof der Zotheidspeld meteen aan u dacht, mevrouw Gonçalves- Ho Kang You. De jury was snel en unaniem in haar besluit.

Voor heel veel mensen bent u namelijk het icoon van mensenrechten en bent u een inspiratie. U startte vanuit de Surinaamse gemeenschap, maar uw licht straalt inmiddels ook ver daarbuiten. Niet zo vreemd dus dat de jury meteen aan u dacht, mevrouw Gonçalves- Ho Kang You. U maakt zich als jurist en mensenrechtenactivist al uw hele leven sterk voor rechtvaardigheid, voor een samenleving waarin iedereen gelijke kansen heeft, ongeacht kleur, herkomst of geloof. 

Voor dat belangrijke werk is wel een lange adem nodig. Grote veranderingen vragen nou eenmaal tijd, geduld en doorzettingsvermogen. En dat brengt u allemaal mee. 

Ik wil graag de Mandeville-lezing aanhalen die u in 2007 gaf. Daarin zei u het volgende, en ik citeer: 

‘Het individu verdient overal respect, bescherming en een veilige omgeving waarin hij of zij individuele keuzes kan maken. Dat vraagt goed bestuur van actieve overheden en inspirerend leiderschap, overal ter wereld.

Dit vereist uiteindelijk een moreel universalisme, waarin iedereen telt, gekoppeld aan respect voor legitieme verschillen, waarmee ruimte wordt gelaten of gemaakt voor pluriformiteit en individualisme.’ 

Einde citaat. 

Lees verder

Erasmusweek 2023: Dankwoord door laureaat Lilian Gonçalves – Ho Kang You 

Geachte wethouder, geacht Comité Erasmus en geachte aanwezigen, lieve vrienden en familie.

Vereerd en ook bedeesd ben ik dat door u, wethouder Natasha Mohamed – Hoessein, aan mij de Lof der Zotheidspeld is uitgereikt hier in het Stadhuis in Rotterdam. 

Rotterdam, mijn stad van aankomst in Nederland uit Suriname. Het was een mooie herfstdag in augustus 1964, toen ik met mijn moeder met de Nieuw Amsterdam de Rotterdamse haven binnenvoer. Het vlaggenschip van de Holland Amerikalijn torende hoog uit boven de Lage Landen. Dat was precies zoals ik dat uit de schoolboeken kende. 

Als 17-jarige zette ik parmantig voet aan wal, met een lange vlecht en een grote koffer vol ambities en vrolijkheid. 

Nu sta ik niet in de haven maar in de Raadszaal van Rotterdam en is aan mij de Lof der Zotheidspeld uitgereikt. Die wordt volgens het boekje jaarlijks aan een Rotterdammer toegekend. Wat een dwaasheid om nu een Amsterdammer te vereren! Wellicht had Erasmus daar niet van opgekeken. Hij was immers in de eerste plaats een wereldburger. Zo prijs ik mij met velen uit de diaspora gelukkig ook wereldburger te zijn. Met trots dragen we vanuit diverse perspectieven bij aan de verbinding en saamhorigheid in de Nederlandse samenleving die de onze is geworden. 

Er is geen beter moment om stil te staan bij de hedendaagse betekenis van het gedachtegoed van Erasmus, de man die onvermoeibaar pleitte voor verdraagzaamheid. Oorlogen razen om ons heen, zelden zijn we met zulke ongekende wreedheden geconfronteerd als de afgelopen weken. Het humanitair oorlogsrecht wordt met de voeten getreden. We kijken naar elkaar, je kijkt naar jezelf en voelt je machteloos. Je beseft eens te meer dat verdraagzaamheid een onvoltooid project is, daar moet steeds voor worden gestreden om het te verwerven. Juist nu is het van uiterst groot belang dat we ons blijven inzetten voor de gelijke toepassing van internationaal humanitair recht door alle partijen en daarvoor in actie te komen. 

Lees verder

Erasmusweek 2023: Gedicht Mama Erasmus 

Voor de afgelopen Erasmusweek heeft stadsdichter ElfieTromp een gedicht geschreven en voorgedragen als opening van de Living Library in de hal van de bibliotheek. 

Mama Erasmus 

1. 

Wie denkt dat het voldoende is 
geboren te zijn, heeft het helemaal 
verkeerd, aldus Erasmus 

als je denkt dat ik je heb gebaard 
om achterin de bus te zitten 
dan heb je het fout, sneert mijn moeder 

je kunt aan een hoop ontsnappen 
oorlog, ziekte of je ware liefde 
maar niet aan de stem van je moeder 

elke moeder is een soort filosoof 
maar ze zijn niet allemaal Erasmus

2. 

Je kunt boeken lezen 
maar ook mensen 

een kind en zijn ouder 
kennen elkaars taal 
ik spreek vloeiend moeder 

ze lacht graag 
daar zit de crux 
wist Erasmus al 

humor is een protest 
een dekmantel 
een goocheltruc 

om te zeggen wat we denken 
zonder te krenken 

3. 

Erasmus schreef meer dan twee meter aan werk 
– herziene edities niet meegeteld –

ik kocht vandaag appels op de markt 
voor een goede prijs en schreef dit gedicht
ook Erasmus moet honger hebben gehad 

wie hem voedde, wat hij at 
daar heeft hij het nooit over gehad 
wel waarschuwt hij tegen moeders verwennerij 
daar krijg je slappe mensen van 

het is maar net welke moeder 
je hebt gekregen 
Erasmus, you lucky boy

Verslag van de uitreiking van de Lof der Zotheidspeld 2022

op 27 oktober in de Burgerzaal van het stadhuis te Rotterdam

De uitreiking van de 12e Lof der Zotheidspeld aan kunstenaar Peter Koole is een belangwekkende gebeurtenis geworden.

De gouden Lof der Zotheidspeld, ontwerp Neel Korteweg

Het begon al met mooie muziek tijdens de inloop vanaf 16.30 uur, op het orgel van de Burgerzaal van het stadhuis. 

Mw Irene Smit (bestuurslid Comité Erasmus Rotterdam) opende de feestelijke bijeenkomst:

“Die laatste melodie herkende u waarschijnlijk als…. Dona, nobis pacem  of Geef ons vrede.

Maar wat was al die heftigheid daarvoor? Dat begon met een “bataille”: oorlogsmuziek uit de tijd van Erasmus, gevolgd door nog 2 strijdbare stukken voor orgel uit latere tijd: de “Corrente Italiana” van Juan Cabanilles Barberá (1644-1712) en “Laat ons juichen Batavieren”, weliswaar van  Mozart (1756-1791) maar wel gebaseerd op een Nederlands lied.

Adriaan Hoek, onze nieuwe stadsorganist, preludeerde op ons Erasmiaanse thema van dit jaar: Weg met oorlog! Het onstuitbare pacifisme van Erasmus.

Dit thema, omdat precies 500 jaar geleden de samenspraak met de titel ”de bekentenis van een huursoldaat” verscheen.

Verder was er in 1522 ook een uitgave van “De klacht van de vrede”, die zich in de Erasmus collectie van de bibliotheek bevindt. Oorlog en vrede dus.

lees verder

Vervolgens heette Steven Lamberts (voorzitter Comité Erasmus Rotterdam) alle aanwezigen hartelijk welkom:

Mijnheer de wethouder, mijnheer Koole, familie en vrienden van de heer Koole, geachte aanwezigen, welkom bij de viering van de 556ste verjaardag van Desiderius Erasmus.

Om logistieke redenen  vieren wij de verjaardag vandaag een dag te vroeg; Erasmus maakte herhaaldelijk duidelijk dat hij op 28 oktober was geboren, merkwaardigerwijs bleef hij heel onduidelijk over zijn geboortejaar:1466 wordt het meest waarschijnlijk geacht.

Ik ben Steven Lamberts, voorzitter van het comité Erasmus, icoon van Rotterdam, een comité waarin 16 Rotterdamse instellingen en organisaties samenwerken met het doel Erasmus tot HET boegbeeld van zijn geboortestad te maken.

Doel van ons comité is het bevorderen van de bekendheid van het gedachtegoed van Erasmus bij alle Rotterdammers en het bevorderen van het gebruik van zijn naam, eigenlijk zijn “merk”, bij het positioneren van de stad Rotterdam in binnen- en buitenland.

Erasmus en zijn geboortestad zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Deze band schiep 

Erasmus zelf door zijn naam vanaf zijn eerste gedrukte publicatie te koppelen aan Rotterdam. 

Door zijn brede internationale bekendheid, maar vooral door zijn gedachtegoed is Erasmus een symbool, of als u wilt een icoon van Rotterdam geworden.

lees verder

Hierna legde loco-burgemeester Faouzi Achbar uit waarom de Lof der Zotheidspeld dit jaar naar kunstenaar Peter Koole gaat:

Dames en heren, 

Van harte welkom in de Burgerzaal van het stadhuis. Een prachtige plek om de verjaardag van de beroemdste Rotterdammer aller tijden te vieren: Desiderius Erasmus Roterodamus. 

Eigenlijk een dag te vroeg, want hij is morgen pas echt jarig. Maar dat mag de pret niet drukken. Het is tenslotte al heel bijzonder dat we er eeuwen later nog steeds een feest van maken.  

Vast onderdeel van dit jaarlijkse ritueel is de uitreiking van de Lof der Zotheidspeld. Een onderscheiding voor iemand die leeft en werkt in de geest van Erasmus. Een stadsgenoot die op geheel eigen wijze verslag doet van misstanden in onze tijd. Dan heb ik het natuurlijk over beeldend kunstenaar Peter Koole. 

Hij, voor wie rang noch stand veilig is, ageert niet tegen bepaalde personen, maar tegen het kwaad in het algemeen.

Dit citaat uit Lof der Zotheid omschrijft u ten voeten uit, meneer Koole. Net als Erasmus strijdt u tegen onrecht, tegen dingen die overduidelijk niet pluis zijn. 

Soms is het kwaad open en bloot, soms zit het verborgen. Dan legt u de vinger op de zere plek en maakt het zichtbaar voor iedereen. Erasmus deed dat met woorden, u doet het met verf. En soms met geverfde woorden. 

Onrechtvaardigheid raakt u diep. Zo zeer zelfs, dat sommige zaken u niet loslaten. U duikt dan vol overgave in het blootleggen van die wantoestand. U verzamelt informatie uit de media, leest boeken en probeert de achtergronden te begrijpen. 

Om het onrecht vervolgens op het doek aan de kaak te stellen. Om mensen te informeren of eraan te herinneren. 

foto: Peter van Wijk

Een bekend voorbeeld is uw werk over de val van Srebrenica. Het verlies van zoveel levens, gevolgd door een jarenlange strijd voor erkenning tekent de nabestaanden. Uw doeken maken de gevolgen van die dramatische gebeurtenis duidelijk. 

lees verder

Juryrapport toekenning Lof der Zotheidspeld aan beeldend kunstenaar Peter C. Koole

Het Comité Erasmus, Icoon van Rotterdam heeft de Lof der Zotheidspeld 2022 toegekend aan de Rotterdamse schilder Peter Koole (Middelburg, 1958) voor zijn geëngageerde werk. Koole ontvangt de prijs op donderdag 27 oktober in de Burgerzaal van het Rotterdamse stadhuis uit handen van Burgemeester Aboutaleb, tijdens de viering van de verjaardag van Desiderius Erasmus.   

De schilderijen van de Rotterdamse beeldend kunstenaar Peter Koole (1958) zijn stille, des te meer indrukwekkende getuigenissen van dramatische en onrechtvaardige gebeurtenissen die de wereld schokken. Gebeurtenissen die voor korte of langere tijd de media beheersen om daarna meestal weer naar de achtergrond te verdwijnen. Helaas moeten we vaak later erkennen dat juist deze gebeurtenissen van historische betekenis zijn gebleken en dat we ze hadden kunnen lezen als signalen, zo je wilt als waarschuwingen voor de toekomst.

De val van Srebrenica, de ramp met de MH17, de moord op de Russische journaliste Anna Politkovskaja, de arrestatie van de leden van Pussy Riot, zijn enkele van de onderwerpen die hij in beeld brengt.

lees verder

Siebe Thissen, voormalig hoofd beeldende kunst & openbare ruimte bij het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam, droeg hierna zijn lezing

“ERASMUS ALS MOREEL KOMPAS IN TIJDEN VAN OORLOG”

over Jan Mispelblom Beyer en Rotterdam voor:

Op 20 september 1941 deed Jan Mispelblom Beyer zijn Intrede bij de Remonstrantse Gemeente te Rotterdam. In een volgepakte Arminiuskerk werd de zojuist beroepen predikant uit Leiden geïntroduceerd als een leraar met een open blik – als een denker en doener die bewezen had de werkelijkheid te kunnen doorgronden. Hoe benard en benauwd die werkelijkheid sinds mei 1940 ook was, van de nieuwe predikant werd verwacht dat hij de noties van geloof, hoop en liefde fier overeind zou houden. 

Jan Mispelblom Beyer 

De beroeping van Mispelblom Beyer in Rotterdam gold als een daad van verzet in oorlogstijd. Want de reputatie van deze theoloog was niet onomstreden. Hij was een van de belangrijkste spreekbuizen van de vredesbeweging in Nederland. Mispelblom Beyer was pacifist, antimilitarist en religieus-anarchist. Hij was bevriend met Clara Wichmann en Henriëtte Roland Holst, en schreef talloze artikelen voor tijdschriften als De Wapens Neder, Bevrijding en Vredesstrijd. In zijn bijdragen hekelde hij de oorlog en het militarisme; hij propageerde de dienstweigering en verwierp kolonialisme en racisme. Ook kwalificeerde hij de discriminatie van vrouwen als een gruwelijk onrecht. Bovendien was hij zeer actief in de antimilitaristische vereniging Kerk en Vrede, opgericht in 1924 door de Leidse hoogleraar Gerrit Jan Heering, bij wie hij theologie en filosofie had gestudeerd. Zijn leermeester was in de jaren 1930 driemaal genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede. En nu zat Heering in de voorste banken van de Arminiuskerk.

Kerk en Vrede stond echter hoog op de lijst van verdachte organisaties die door de Nederlandse Centrale Inlichtingendienst in de gaten werden gehouden. In een geheim rapport uit 1939 werd het profiel van Mispelblom Beyer in staccatovorm opgetekend: links-extremistisch persoon; anarchistisch-antimilitaristisch spreker; voorzitter Kerk en Vrede te Leiden; voorzitter van de Internationale Antimilitaristische Vereniging; bestuurslid Jongeren Vredes Actie; lid van het Amnestiecomité voor de Bemanning van de Zeven Provinciën; redacteur van Vredesstrijd; lid van het Comité voor Indische Ballingen; ondertekenaar Dienstweigeringsmanifest Mobiliseren. In een hypernerveus tijdvak waarin soldaten werden gemobiliseerd tegen een mogelijke inval van het Derde Rijk gold Mispelblom Beyer als staatsgevaarlijk. Hoewel het geloof in het gebroken geweertje sinds 1940 danig op de proef werd gesteld, telde Kerk en Vrede nog bijna vijfduizend leden, onder wie meer dan driehonderd predikanten. Twee jaar eerder was het lidmaatschap van deze vereniging al voor ambtenaren verboden verklaard. Bij veel kerken waar dominees van Kerk en Vrede predikten, stonden in 1939 en 1940 militairen op wacht om toe te zien dat er geen gemobiliseerde soldaten naar pacifistische preken zouden luisteren. 

lees verder

Op de omloop naast de Burgerzaal kregen alle aanwezigen vervolgens de gelegenheid om Peter Koole met zijn uitverkiezing te feliciteren.

Maker van de video: Marcella Kuiper, in opdracht van de Jeanne Oosting Stichting.

Erasmusweek 2022: Klacht van de Vrede: historische context en blijvende relevantie

In Erasmus’ tijd was het altijd oorlog. Koningen, keizers en pausen trokken met hun legers door Europa om persoonlijke vetes uit te vechten, gebiedsclaims kracht bij te zetten of een bevriende mogendheid te steunen. Dit zorgde voor een onrustig Europa: economische malaise, hongersnood
en oorlogsgeweld waren voor veel Europeanen in de 16e en 17e eeuw vertrouwde begrippen.

Desiderius Erasmus – van Rotterdam, zoals hij zichzelf gedurende zijn hele leven bleef profileren – was een Europeaan, veel meer dan een Nederlander. Hij is weliswaar in de Noordelijke Nederlanden geboren en volgde er lager onderwijs, maar zodra hij de kans kreeg ging hij op reis. Eerst naar Parijs, later onder andere naar Londen, Venetië en Leuven, om uiteindelijk te eindigen in Bazel. Oorlog was hem een doorn in het oog. Hoe kon het bestaan dat christenen tegen christenen ten strijde trokken? Of zelfs mensen tegen mensen? Nergens in de dierenwereld zag hij een parallel. Alleen een verdedi-gingsoorlog vond hij in het uiterste geval aanvaardbaar, bijvoorbeeld tegen de Ottomanen die via Hongarije oprukten richting Wenen. Maar ook in dat geval zou het beter zijn om hen met woorden te doen inzien dat Christus’ barmhartigheid ook voor hen gold.

Erasmus moet verheugd hebben gereageerd op het nieuws van de komst van een Europese vredes-conferentie. In het Noord-Franse Cambrai zouden Karel V, Hendrik VIII en Frans I elkaar ontmoeten om een bestendige vrede in Europa te realiseren. Als een soort aanmoediging schreef Erasmus zijn Klacht van de Vrede (in het Latijn: Querela Pacis). Hij koos daarvoor niet de traditionele vorm van een zakelijk traktaat. In plaats daarvan voerde hij op een speelse manier Vrede zelf op als personificatie, die zich beklaagt over het feit dat ze geen gehoor vindt. Dit format had Erasmus al eens eerder succesvol toegepast: in het tegenwoordig bekendste werk uit zijn oeuvre, Lof der Zotheid. Hier brengt hij Zotheid ten tonele als kritische beschouwer van de contemporaine maatschappij. De personages Zotheid en Vrede geven Erasmus’ serieuze boodschap een luchtige en toegankelijke vorm – een bewuste keuze voor een zwaar onderwerp.

Vrede haalt in haar klacht allerlei verschillende argumenten aan die de zinloosheid van oorlog benadrukken: oorlogsvoering brengt aanzienlijke economische schade omdat het geldverslindend is en verwoesting met zich meebrengt. Het dient enkel om het persoonlijk gewin van de vorst te bewerkstelligen. Het is tegennatuurlijk: harmonie is de vanzelfsprekende status van de wereld. Christenen van beide kampen bidden God om bijstand in de strijd tegen elkaar: dit is niet verenigbaar. Zo klaagt de Vrede door, met alleszins redelijke argumenten. Uiteindelijk ging de topconferentie niet door, vanwege ontstane onenigheid tussen de vorsten. Dit zal Erasmus des te meer hebben gemotiveerd om zijn werk in 1517 te publiceren.

Bibliotheek Rotterdam heeft een groot aantal vroegmoderne edities van Querela Pacis, waaronder een exemplaar van de eerste druk door de vermaarde drukker Johannes Froben te Bazel. Samen laten deze oude drukken de populariteit van de tekst zien, direct vanaf het moment van de eerste publicatie in december 1517. In het volgende jaar 1518 werden edities gedrukt in Leuven, Bazel, Venetië, Leipzig en Krakow. Het jaar daarop volgenden Florence, Keulen en Straatsburg. Vervolgens verschijnt de tekst in Sevilla, Augsburg, Zürich, Mainz, Parijs en Lyon. Binnen enkele jaren na de eerste verschijning van de tekst werd de Klacht van de Vrede door heel Europa gehoord. Het werk werd ook al snel uit Erasmus’ Latijn vertaald naar de volkstalen. Onlangs verwierf Bibliotheek Rotter-dam een exemplaar van de zeldzame eerste editie van de eerste Duitse vertaling: Ein klag des Fryde[n]s uit 1521. Dit Rotterdamse exemplaar is nu het enige in Nederland en vormt samen met de andere edities van deze tekst een prominent onderdeel van ’s werelds grootste en internationaal vooraanstaande collectie Erasmusdrukken, die Bibliotheek Rotterdam beheert.

Vandaag de dag is Europa zonder twijfel veiliger, stabieler en welvarender dan in Erasmus’ tijd.
Toch ligt oorlog ook in Europa nog steeds op de loer. Nog maar dertig jaar geleden begon een reeks oorlogsconflicten op de Balkan en Oekraïne is in oorlog met Rusland. Bovendien ziet Europa de gevolgen van oorlogen elders: grote stromen vluchtelingen trekken vanuit Afrika en het Midden-Oosten de Middellandse Zee over. Hoewel de meeste Europeanen zich niet persoonlijk bedreigd zullen voelen door oorlogsgeweld, is oorlog nog altijd niet uit onze maatschappij verdwenen. Erasmus’ Klacht van de Vrede blijft daarom relevant: het benadrukt ook in onze tijd de menselijke en economi-sche bezwaren. Het feit dat de tekst ruim 500 jaar oud is, en vrede dus nog altijd niet volledig wordt gehoord, maakt haar klacht des te dwingender.

Erasmusweek 2021: Dankwoord Rosanne Hertzberger, winnaar van de Lof der Zotheidspeld 2021

Geacht comité, geachte aanwezigen, geachte wethouder en mede-speldontvanger, familie en vrienden.

Dank jullie wel, dank voor deze speld. Het is geweldig om deze erkenning en waardering te ontvangen, vooral ook hier in de burgerzaal in Rotterdam. 

Zowel de families van mijn vader als mijn moeders kant, als mijn schoonvader en schoonmoeders kant kennen een lange geschiedenis in Rotterdam. Mijn opa Jan ten Cate had praktijk op de Mathenesserlaan, mijn opa Ellis groeide op op de Crooswijksesingel, de families van opa van Veelen en oma Vreugdenhil kennen een lange rijke geschiedenis als ondernemers op de Vierambachtstraat en Beukelsdijk. Ikzelf werd hier geboren maar groeide in de jaren 80 op in Dordrecht, mede omdat het hier in de stad een beetje een puinzooi was geworden, daar kunnen we het wel over eens zijn volgens mij, maar ook wij zijn na een boel omzwervingen teruggekeerd in Rotterdam-West, en daar brengen wij met heel veel plezier een vijfde generatie Rotterdammers groot.

Het is ook een grote eer dat het comité mijn werk in de geest van Desiderius Erasmus Roterodamus ziet. Hij is de grote beschermheer voor mensen zoals ik die het publieke debat, de schrijverij en het wetenschappelijk onderzoek combineren. Die ook met regelmaat vijanden maken, en ook telkens op zoek zijn naar geld. Nu ik met een wetenschappelijke bedelbrief bezig ben, oftewel een aanvraag voor onderzoeksgeld, is het goed om ’s avonds in de recent verschenen biografie van Langereis te lezen dat zelfs een grootheid als Erasmus tot ver in zijn carrière moest vleien en smeken en leuren en intellectueel hoereren om geld of vervoer, of een boek, of onderdak.

Mijn eerste dank gaat daarom uit naar de mensen die Erasmus hier in Rotterdam onder de aandacht blijven brengen en aandacht blijven vragen voor wie hij was en wat hij schreef. Theo Kemperman, ik ben bij jou in de bibliotheek op bezoek geweest om die vijf eeuwen oude brieven en drukken te bewonderen en aan te raken. Het is indrukwekkend om te zien met hoeveel eerbied en zorg zijn werk in de bibliotheek gecureerd wordt. 

Het zou logisch zijn om hier Lof der Zotheid als voorbeeld aan te grijpen, het meer uitdagende, retorische, humoristische en venijnige deel van Erasmus’ oeuvre te roemen. Maar ik wil het heel kort  hebben over het meer studieuze deel, de über-intellectueel die Erasmus was. 

In zijn hele leven, in zijn hele werk, als schrijver, als leermeester en ook als vriend zie je zijn eindeloze inspanning om mensen, zijn lezerspubliek maar ook de jongens met wie hij in Stein in het klooster zat, om hen naar een hoger vlak te tillen. Om ze te onderwijzen en te emanciperen en aan te sporen hoger te mikken. Erasmus vond dat gewone mensen, burgers, volk, vrouwen zelfs, moesten kunnen lezen, en studeren, en vooral niet klakkeloos overnemen wat de autoriteiten, de kerk, hen donderdeelden vanaf de preekstoel. Erasmus vond dat ze hun talen moesten kennen, ze moesten met eigen ogen kunnen beoordelen of vertalingen van bijbelpassages wel recht deden aan de oorspronkelijke tekst. Kortom, mensen moesten hun eigen onderzoek doen.

En in lijn met dat gedachtegoed zal ik het bedrag van de cheque die aan deze speld verbonden is, doneren aan Stichting Crispatus. Een stichting die ik zelf vorig jaar heb opgericht met als doel om in mijn eigen vakgebied, de microbiologie, burgerwetenschap mogelijk te maken. Oftewel citizen science, het betekent je dat krachtige wapen, het instrument van het empirisch wetenschappelijk onderzoek dat de moderne wereld zoveel gezondheid, welvaart en voorspoed heeft gebracht, dat je die niet opsluit binnen de muren van de academie of Research & Development afdelingen van bedrijven, maar actief verspreid. 

Mensen aanspoort hun leefwereld te bevragen, ze aanleert hoe ze experimenten kunnen doen, hoe ze data verzamelen en delen en hen kortom aanmoedigt om zelf op onderzoek uit te gaan. 

Klinkt leuk, maar het is doodeng als mensen zelf gaan nadenken. Mensen die zelf gaan lezen of vertalen kunnen soms tot hele andere conclusies komen. En als mensen zelf schrijven, en het in Erasmus’ tijd met de uitvinding van de drukpers ook nog eens makkelijk kunnen verspreiden, dan is het hek van de dam. Misschien doen ze het niet goed, verspreiden ze de verkeerde informatie, nepnieuws, complot-theorieën, anti-wetenschap. Ronduit gevaarlijk.

En zo kan elk burgerrecht met één streep onderuit gehaald worden. Er is altijd een argument te bedenken hoe vrijheden verkeerd kunnen worden ingezet. Privacy, dat vinden terroristen en pedofielen ook erg leuk om zich achter te verschuilen. Burgerwetenschap? Zo noemen mensen als Willem Engel, de baas van de wappies, zichzelf toevallig ook. Do your own research, is tegenwoordig niet het motto van burgerwetenschap maar het motto van complot-denkers geworden. Want dat eigen onderzoek moet je dan tot de conclusie leiden dat er een deep state is, of een gangenstelsel of dat we geregeerd worden door aliens of zoiets.

En toch, het is de ultieme machtsdeling om burgers het instrument van de wetenschap in handen te geven. Uiteindelijk is zelf teksten lezen, schrijven en publiceren vandaag niet meer genoeg. Hebreeuws, Grieks en Latijn waren de talen die Erasmus propageerde. Nu zijn dat Java, Python, R, programmeertalen. Want het zijn de algoritmes die we nu zelf moeten kunnen lezen en bestuderen, zodat we begrijpen hoe Google en Facebook – de machthebbers van vandaag – onze online werkelijkheid vormgeven. 

Burgers zouden moeten weten hoe ze zelf fijnstof in hun omgeving kunnen meten, en de resultaten daarvan gebruiken om luchtvervuiling aan te kaarten. We moeten zelf het microbioom, de bacteriële ecologie van ons lichaam, in kaart kunnen brengen om te begrijpen wat de oorzaak is van onbegrepen ziektes. Al die kwesties zijn té belangrijk om aan wetenschappers over te laten. Bovendien tref je binnen de academische, industriële en overheidsinstituten met regelmaat dezelfde dogma’s, ritualisme en gebakken lucht aan als in de Kerk van Erasmus’ tijd.

Lezing wethouder Saïd Kasmi

Uitgesproken tijden de uitreiking van de Lof der Zotheidspelden 2020 en 2021

Dames en heren, beste Rosanne Hertzberger, beste Dick Couvée,

Van harte welkom op deze feestelijke bijeenkomst in de Burgerzaal. Dat het vandaag de geboortedag van Desiderius Erasmus is, hoef ik u waarschijnlijk niet te vertellen. Maar vieren we nu zijn 555ste verjaardag zoals op de uitnodiging staat of is het pas zijn 552ste? Als we uitgaan van de dit jaar verschenen biografie ‘Erasmus Dwarsdenker’ van Sandra Langereis dan is het vandaag zijn 552ste verjaardag. Zij is er na grondig onderzoek vrij zeker van dat Erasmus drie jaar later geboren is. 

Ik vermoed dat het Erasmus zelf niet zoveel zou kunnen schelen. Hij zou vooral in zijn nopjes zijn dat hij na meer dan vijf eeuwen nog steeds niet vergeten is. Dat we hem in zijn geboorteplaats beschouwen als de beroemdste Rotterdammer aller tijden. En dat we jaarlijks aan een stadsgenoot een speld uitreiken die vernoemd is naar zijn bekendste boek. 

Op dit jaarlijkse feestje staat naast de grootste Rotterdammer aller tijden vooral een Rotterdammer van deze tijd in het zonnetje. Een Rotterdammer die zich volgens het Comité Erasmus in de geest van Erasmus heeft ingezet voor de samenleving. Een Rotterdammer die een lans heeft gebroken voor tolerantie, onderwijs en satire en daarvoor de Lof der Zotheid speld verdient. Vandaag zijn dat zelfs twee Rotterdammers, omdat de uitreiking vorig jaar niet door kon gaan vanwege de coronapandemie.

Langereis stelt zich in haar biografie voor hoe Erasmus vanuit het hiernamaals terug zou kijken op zijn leven. Zo laat ze hem denken: 

‘Ze kunnen me missen, daar in Holland. Ik heb er tijdens mijn echte leven werkelijk alles aan gedaan om mijn eeuwige nagedachtenis veilig te stellen…’
Dat dit is gelukt, wil ik Erasmus laten zien tijdens een wandeling door de stad.  Als ik hem ophaal op het Grotekerkplein, stapt hij van zijn sokkel, verstopt zijn boek in een plantenbak en gaan we samen op pad. We lopen natuurlijk als eerste langs de bibliotheek waarop zijn uitspraak ‘Heel de wereld is je vaderland’ staat. Dan over de brug die zijn naam draagt. Vervolgens naar de universiteit en het ziekenhuis die naar hem vernoemd zijn. En als laatste naar de Pauluskerk. Een opvangplek voor alle mensen in Rotterdam die het zonder hulp niet meer redden. Een wereld, een kerk, die ieders vaderland is. Een plek waar Erasmus in zijn tijd ook steeds naar op zoek was.  

We worden hartelijk ontvangen door dominee Dick Couvée. Het klikt meteen tussen die twee. Want naast hun liefde voor God en de medemens delen ze ook hun sterke rechtvaardigheidsgevoel, hun aandacht voor misstanden in de maatschappij en hun lef om buiten de gebaande paden te treden. Couvée luistert aandachtig naar Erasmus’ levensverhaal over eindeloos vallen en opstaan, bedelen en wachten op wat steun. Verhalen die hij elke dag hoort in zijn kerk, waar geloven en hulpverlenen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het wordt een lang en boeiend gesprek … 

Ik denk dat Erasmus na afloop zou zeggen dat hij een zielsverwant heeft ontmoet. Die overeenkomst ziet het Comité Erasmus ook. En daarom heeft ze in 2020 de 10e Lof der Zotheidspeld aan Dick Couvée toegekend. 

Beste Dick,

Toen jij in 2008 het stokje overnam van Hans Visser, was de Pauluskerk al 28 jaar de opvangplek voor drugsverslaafden. Dat is zij nog steeds maar er is in jouw tijd ook een hoop veranderd. De Pauluskerk is nu misschien wel meer dan ooit het vangnet voor de meest kwetsbaren in de stad. Voor mensen zonder verblijfspapieren, mensen met psychische problemen, met problematische schulden, voor arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa. En dat is niet zo vreemd als je bedenkt hoe enorm de stad Rotterdam en de maatschappij veranderd zijn. Ik heb gehoord dat jij een broertje dood hebt aan woorden als ‘zelfredzaamheid’ en ‘participatiesamenleving’. En daarom breek je net als Erasmus onophoudelijk een lans voor een open houding ten opzichte van de sociaal zwakkeren en kansarmen. Een open houding van de overheid, van de gemeente en van de samenleving. 

Jouw pleidooi is ‘geven zonder dat je er iets voor terug krijgt’. Voor jou telt elk mens. Onvoorwaardelijk! Dan kom je uit bij ‘barmhartigheid en ‘waardigheid’ en dat is precies waarom het Comité Erasmus vindt dat jij deze Lof der Zotheidsspeld verdient.

In een interview vertelde jij dat je de Pauluskerk, afgezien van je vrouw en je kinderen, als het mooiste geschenk in je leven ziet. Als de plek waar je telkens een ander verhaal vertelde over hoe de samenleving in de christelijke traditie eigenlijk zou kunnen zijn. Want, zo concludeer je: ‘Als het hier in het klein kan, dan kan het ook in het groot.’ 

Dames en heren, we reiken vandaag twee spelden uit. De Lof der Zotheidsspeld voor 2021 is door het Comité Erasmus toegekend aan Rosanne Hertzberger. 

In zijn Lof der Zotheid onderzoekt Erasmus of hij de waarheid kan vertellen met een grap. Tegen de lezers die niet met zich laten dollen en heus wel doorhebben dat Vrouw Dwaasheid de mensheid die zot is een spiegel voorhoudt, zegt hij dat een lofrede van de Dwaasheid op de dwaasheid te dwaas is om serieus te nemen’. En dat is wat Rosanne Hertzberger ook doet. 

Want als microbioloog met een mening, of moet ik zeggen als columnist die ook microbioloog is, houdt zij de mensen, net als Erasmus, met humor een spiegel voor. Haar columns, boeken en essays zijn niet alleen vermakelijk, ze schuren ook en dwingen de lezer tot een innerlijk debat. Een recensent schreef over haar boek ‘Ode aan de E-nummers’ dat ze haar lezers het bloed onder de nagels vandaan haalt, maar dat haar denkvoer de ergernis waard is. Hertzberger verzet zich tegen de vele bloggers, dieetgoeroes en influencers, die als nepdeskundigen zonder enige wetenschappelijke onderbouwing beweringen doen over voeding, gezondheid en schadelijke stoffen. 

Zo schrijft ze: ‘Eén tweet of post van een bekende foodblogger over toxische chemicaliën en tig jaar wetenschappelijk onderzoek kan de prullenbak in.’  

De overeenkomst met Erasmus is niet ver te zoeken. Hij ergerde zich tijdens zijn studie in Parijs bijvoorbeeld mateloos aan de theologen, die hij spottend ‘theologasten’ noemde. In een brief aan zijn pupil Thomas Grey schrijft hij spottend dat ze met hun groteske mimiek en theatrale gebaren niets dan stompzinnigheid op stentorvolume vanaf hun kansel oreerden. Volstrekte nepgeleerden waren het. 

Hertzberger is ook niet bang om zichzelf op de hak te nemen. Zo schrijft ze in een column over het afgelopen Boekenweekthema ‘Rebellen en dwarsdenkers’: ‘Sommigen scharen mij daar ook onder, ondanks het feit dat ik bij mijn weten nogal mainstream ideeën opschrijf. Ik bedoel: zo rebels kan het toch niet zijn om in een land dat massaal uit pakjes en zakjes kookt op te schrijven dat het best prima is om uit pakjes en zakjes te koken.’


Beste Rosanne,

Ik denk dat dwarsdenker Erasmus hard had gelachen om jouw columns en boeken. Hij zou hebben genoten van de manier waarop jij de vinger op de zere plek legt als je schrijft over onze hedendaagse maatschappij. Kritisch, scherp, dwars en humoristisch, met onverwachte invalshoeken, hyperbolen en zelfspot. Hij zou in jouw pen de zijne herkennen. 

Het Comité Erasmus ziet die overeenkomst ook en kent jou daarom de 11e Lof der Zotheidsspeld toe. 

Rosanne en Dick, willen jullie naar voren komen, want het is hoog tijd om jullie de speld te overhandigen. 

Beste mensen, het woord is nu aan Dick en Rosanne. Maar eerst wil ik nog graag de laatste alinea van de Lof der Zotheid voorlezen, die Sandra Langereis zo grappig vertaald heeft:

‘Vroeger zei men: de pest aan drinkers met een goed geheugen. Maar nu zeggen we: de pest aan toehoorders met een goed geheugen. En daarom, roemruchte ingewijden! Mannen van dwaasheid! Vaarwel allemaal! Klap uw handen stuk! Leef zonder juk, drink u een ongeluk!’

Erasmusweek 2021: Presentatie van de volledige correspondentie van Erasmus in het Nederlands

Vanaf 17.00 uur in de aula van het Bibliotheektheater Rotterdam.

Na 15 jaar gestaag werken door een team van vertalers is de correspondentie van Erasmus in de Nederlandse vertaling compleet. De 21 delen met daarin 3.141 brieven zijn uitgegeven door het Rotterdamse uitgevershuis Ad. Donker. De correspondentie is een van de grootste en meest interessante briefwisselingen uit de wereldliteratuur. Niet alleen voor wie zich interesseert voor de Renaissance en het Humanisme is de correspondentie een boeiende verzameling, maar ook voor geïnteresseerden in politiek. Bovendien is ‘Vriendschap’ een terugkerend thema in de brieven van Erasmus.

De voltooiing van de reeks werd op deze middag feestelijk gevierd. Met o.a. een voordracht door Jet Steinz: “Erasmus als brievenschrijver” naar aanleiding van “ P.S. – Van Liefdespost tot hate mail: de 150 opmerkelijkste Nederlandse brieven”, een optreden door spoken word artist Elten Kiene en een introductie van de stichting “Zelf Denken, Samen Doen”. 

Org: Stg ter Bevordering van de Uitgave van de Volledige Correspondentie van Desiderius Erasmus i.s.m. Bibliotheek Rotterdam. 

Openingswoord door de voorzitter van het Comité Erasmus, icoon van Rotterdam, tevens voorzitter van de Stichting ter bevordering van de uitgave van de volledige correspondentie van Desiderius Erasmus’. 

Geachte aanwezigen, welkom bij deze feestelijke middag om de voltooiing van de vertaling van alle brieven van Erasmus in het Nederlands te vieren.

Het project

Het was de Rotterdamse uitgever Willem Donker die in 2004 het gedurfde initiatief nam om alle brieven van Erasmus uit het Latijn te laten vertalen en uit te geven. Donker vond een aantal uitstekende classici als vertalers. Deze groep, in samenstelling in de loop van het project iets veranderd en uitgebreid, verrichtte het ‘monnikenwerk’ om de soms lange en ingewikkelde brieven in goed Nederlands te vertalen. Waar nodig werden de brieven voorafgegaan door een inleiding waarin meer werd verteld over degene die de brief schreef of de omstandigheden waaronder de brief geschreven werd. Vele voetnoten verduidelijken de tekst.

De vertalers werden bijgestaan door een prestigieuze redactieraad. ‘Meelezen’, frequent overleg en correcties leidden tot een vertaling van een constant, hoog niveau dat in de loop der jaren in recensies steeds werd geprezen. Donker besteedde veel aandacht aan de vormgeving, juist, zoals hij zei, omdat Erasmus zijn brieven schreef in de tijd waarin de boekdrukkunst opkwam. Vormgever Bart Oppenheimer kwam tot een bijzonder mooie keuze van letter en inktkleur, de boeken werden in linnen gebonden en kregen een leeslint en een stofomslag met prachtige kleuren. Jet Quadekker zorgde gedurende de gehele periode op uitstekende wijze de bureauredactie. 

Het was vanaf de presentatie van het eerste deel in 2004 al snel duidelijk dat het dappere initiatief van Willem Donker financieel gezien niet kon worden gedragen door uitgeverij Ad. Donker. Op advies van Henk Mali werd daarom in 2005 de ‘Stichting ter bevordering van de uitgave van de volledige correspondentie van Desiderius Erasmus’ opgericht die zich ten doel stelde de financiële middelen te verwerven om het gehele project mogelijk te maken. Dat is uiteindelijk na 16 jaar succesvol afgerond met de publicatie van alle bewaard gebleven brieven in 20 delen en een registerdeel. 

Het lijkt interessant om stil te staan bij de ervaringen van het Stichtingsbestuur om over zo’n lange periode voldoende financiële middelen te verkrijgen voor dit herculische project. De Stichting werd hierbij bijgestaan door een prestigieus comité van aanbeveling.

Het gedachtegoed van Erasmus door de eeuwen heen 

Het werk van Desiderius Erasmus Roterodamus was in het begin van de 20e eeuw in Nederland niet breed bekend. Erasmus stierf op 12 juli 1536. In een brief, gedateerd 22 augustus 1534, toont Erasmus zich teleurgesteld over het beperkte bereik, zo u wilt de geringe impact van zijn werk en idealen: er was in Europa een periode aangebroken van ongekende onrust, oorlog, beeldenstormen, ontwijding van kloosters en kerken, controversen met Luther omtrent het opkomende protestantisme en een steeds harder en strikter optreden van de katholieke kerk. Erasmus maakte zich grote zorgen. En inderdaad, een van de slachtoffers was zijn geschreven en gedrukte nalatenschap. Erasmus werd postuum tot ketter verklaard, waarbij al zijn geschriften op de index werden geplaatst. Om dit nog eens extra te benadrukken schreef Paus Paulus IV in de kantlijn bij de naam Erasmus: ‘alle werk is verboden, inclusief zijn commentaren, annotaties, dialogen, opinies, vertalingen, brieven, boeken, en geschriften, zelfs die welke niets bevatten tegen of over de godsdienst’. Het plaatsen van alle werk van Erasmus op de index was zo effectief dat het gedachtegoed van Erasmus in Europa eeuwenlang vrijwel uit het publieke debat verdween. Het wordt tijdens de Verlichting nauwelijks genoemd. Pas in de 20e eeuw werd zijn werk bekender door de boeken van Huizinga en Zweig. 

Rotterdam 

In Rotterdam bleef de aandacht voor Erasmus echter door de eeuwen heen wel behouden. Hij die zich gedurende zijn gehele leven Rotterdammer noemde, was tijdens zijn leven zo beroemd dat er reeds dertien jaar na zijn dood een stenen standbeeld voor hem werd opgericht, dat werd geplaatst op de Grote Markt, vlakbij zijn geboortehuis en de Laurenskerk. Sedertdien heeft er in Rotterdam vrijwel steeds een standbeeld van Erasmus gestaan, met vanaf 1622 het prachtige bronzen beeld, gemaakt door Hendrik de Keyser. 

Waar Erasmus zelf zijn naam onverbrekelijk verbond aan Rotterdam, heeft deze stad aan een uniek gymnasium, een vooraanstaande universiteit, een onmisbaar Medisch Centrum en een magnifieke brug ook de naam Erasmus verbonden. Het Rotterdamse comité ‘Erasmus, icoon van Rotterdam’ waarin 15 Rotterdamse organisaties samenwerken om Erasmus en zijn gedachtegoed onder de ogen van de Rotterdamse burger te brengen, heeft ervoor gezorgd dat een aantal Adagia (kenmerkende uitspraken van Erasmus) op strategische plekken door de stad worden geplaatst; er is een monument geplaatst op de plek van zijn geboortehuis; in de Bibliotheek Rotterdam is de Erasmus Experience ingericht waar de bezoeker zichzelf beter leert kennen tegen de achtergrond van een aantal uitspraken van Erasmus, en er wordt jaarlijks een Lof der Zotheidspeld uitgereikt aan een Rotterdammer die zich heeft onderscheiden door uitspraken en activiteiten in de geest van Erasmus.

De fondsen 

Het is dus niet verwonderlijk dat zowel het initiatief van de Rotterdammer Willem Donker als ook het grotendeels uit Rotterdammers bestaande bestuur van de Stichting zich bij het zoeken naar financiële middelen in eerste instantie vooral richtte op Rotterdamse fondsen: deze hebben inderdaad gedurende de eerste jaren van dit project het leeuwendeel van de financiën ter beschikking gesteld. 

In de jaren na de financiële crisis werd het verkrijgen van fondsen steeds moeizamer. Het bestuur van de Stichting realiseerde zich ook dat het uitgeven van gedrukte boeken in het begin van de 21e eeuw misschien niet meer voldoende was om de nationale fondsen te interesseren. Daarom is toen het besluit genomen om alle in het Nederlands vertaalde brieven ook te digitaliseren en op deze wijze iedere geïnteresseerde Nederlander gratis te laten kennismaken met door Erasmus zelf geschreven meningen en overwegingen. De digitalisering is verricht door de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren (dbnl), onderdeel van de Koninklijke Bibliotheek, die eerder het complete werk van W.F. Hermans, Menno ter Braak en Eddy du Perron digitaliseerde. De beslissing om alle in het Nederlands vertaalde brieven van Erasmus te digitaliseren heeft een aantal fondsen ‘over de brug getrokken’ om ook de laatste loodjes bij te dragen voor de succesvolle afronding van dit project.

Begonnen als een project met een Rotterdams accent is het uitgegroeid tot een project van nationale betekenis. De totale som die door de fondsen werd geschonken bedroeg 750.000 euro. Ik denk dat de besturen van de deelnemende fondsen er trots op zullen zijn hun bijdrage vertaald te zien in deze unieke aanvulling op het Nederlandse cultuurbezit. Helaas heeft Donker de presentatie van de laatste delen van deze reeks niet meer meegemaakt. Hij overleed in 2018. Gelukkig heeft zijn weduwe, Jos Exler, de uitgeverij doorgezet en is het 16-jarige project succesvol afgerond. 

De hedendaagse betekenis van het gedachtegoed van Erasmus 

Professor Heesakkers heeft bij de presentatie van deel 1 in 2004 zijn bewondering uitgesproken voor de ongelooflijke werklust van Erasmus; er waren dagen dat hij wel 70 brieven schreef. Overigens weten we uit zijn brieven dat hij in zijn latere leven, door nierstenen gekweld, alleen staand kon lezen en schrijven. 

Vele brieven moeten verloren zijn gegaan, maar het feit dat er nog meer dan 3000 bewaard zijn gebleven onderstreept het belang en de interesse die er al tijdens het leven van Erasmus aan werd geschonken. Erasmus’ correspondentie laat zien hoe groot zijn netwerk was: het omspande geheel Europa; hij correspondeerde met geleerden, vorsten, bisschoppen en pausen. Carel Peeters noemt hem in Vrij Nederland een geobsedeerd twitteraar. 

De brieven geven een prachtig inzicht in het Europa rondom 1500, maar het is vooral het gedachtegoed van Erasmus dat vandaag, meer dan 500 jaar later, van steeds groter belang lijkt: een ‘wereldburger’ die zich beweegt door een Europa dat voor hem geen grenzen heeft, een man die onvermoeibaar pleit voor verdraagzaamheid, voor de vrijheid van meningsuiting, voor het belang van dialoog met interesse voor elkaar, voor het gebruik van humor en ironie bij het bediscussiëren van controversiële onderwerpen, voor het belang van onderwijs voor jongens maar ook voor meisjes, en vele andere zaken die behoren bij een goed burgerschap in de 20e eeuw. 

‘Zelf Denken, Samen Doen’

Het is daarom verheugend te zien dat de digitalisatie van de correspondentie van Erasmus geen geïsoleerde actie is gebleven, maar heeft geleid tot een nieuw initiatief: een aantal vooraanstaande organisaties in Nederland heeft zich aaneengesloten tot de Stichting Zelf Denken, Samen Doen. Naast de Stichting ter bevordering van de uitgave van de volledige correspondentie van Desiderius Erasmus zijn dit de Bibliotheek Rotterdam met een van de mooiste en grootste Erasmuscollecties ter wereld, de Koninklijke Bibliotheek als nationale regisseur voor de landelijke digitale bibliotheek, de dbnl (Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren) als specialist op het gebied van het produceren en publiceren van betrouwbare digitale teksten, het Huygens Instituut voor Geschiedenis van de knaw (Koninkijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen) en als waarborg voor de wetenschappelijke kwaliteit, de Erasmus of Rotterdam Society waarin Nederlandse wetenschappers verenigd zijn die actief zijn op het gebied van studies naar werk en betekenis van Erasmus, alsmede de Erasmus Universiteit Rotterdam. 

Het doel van de Stichting Zelf Denken, Samen Doen is tweeledig: 

het ontwikkelen van (onderwijs)programma’s voor alle leeftijden waarbij zelf denken wordt geactiveerd rondom begrippen als tolerantie, vrijheid van meningsuiting, interesse in elkaar en het belang van onderwijs als basis voor ieders individuele toekomst — dit als hulp bij het ontwikkelen van burgerschap en participatie(‘Samen Doen’); 

het gezamenlijk maken van een ‘Digitaal Monument’ voor Erasmus met een wereldwijde, betrouwbare beschikbaarheid voor iedereen van alle oorspronkelijke uitgaven van de werken van Erasmus, de latere edities, vertalingen, secundaire biografieën, alsmede gemakkelijk toegankelijke voorlichting over zijn gedachtegoed.

Burgerschap 

De Nederlandse samenleving is volop in beweging. De groeiende diversiteit van culturen en opvattingen in combinatie met de digitale revolutie zorgt ervoor dat de vrijheid van eigen meningsuiting en die van de ander onder druk is komen te staan. Het programma Zelf Denken, Samen Doen heeft de ambitie een bijdrage met impact te leveren aan de versterking van het democratisch vermogen van de Nederlanders. Zelf denken en samen doen gaat om mensen die als zelfstandige burgers met onderscheidingsvermogen kunnen denken en handelen en die het vermogen hebben om goed geïnformeerd, kritisch en betrokken deel te nemen aan een veranderende samenleving. Dat is een kwaliteit die niet zomaar op school of op internet wordt geleerd. Er bestaat geen kookboek voor burgerschapsvorming. Met een aantal vernieuwende projecten die ‘hands on’ een vertaling maken van Erasmus’ gedachtegoed naar de actualiteit, en naar de leef- en beleefwereld van kinderen en adolescenten heeft de Stichting in samenwerking met het Erasmus University College en JINC (project gelijke kansen voor jongeren) een aantal innoverende projecten ontwikkeld die zijn gericht op het lager onderwijs en het vmbo (deze projecten werden financieel gesteund door de Erasmus Stichting, de Erasmus Universiteit en anonieme giften). 

In samenwerking met de Willem de Kooning Academie werd een serious game, ‘Switch’, ontwikkeld dat kinderen in de leeftijd van 10-12 jaar in spelvorm laat kennismaken met het gedachtegoed van Erasmus. Grote groepen lagere school leerlingen van wisselende culturele achtergrond en intellectuele ontwikkeling hebben enthousiast en succesvol aan het spel deelgenomen. 

Taaltrips, georganiseerd door JINC, laten 8 – 12-jarigen (waaronder schoolklassen met kinderen met een verblijfsstatus komend uit vluchtelingensituaties) hun woordenschat vergroten en kennismaken met concepten als vrijheid van meningsuiting, empathie en belangstelling voor elkaar en aandacht voor hun persoonlijke toekomst

Een derde project vormt de zg. ‘bliksemstage’, gericht op het ontwikkelen van burgerschap van vmbo-jongeren. Hierbij wordt ‘problem-based learning’ gebruikt, gericht op het vergroten van gespreksvaardigheden en zelfvertrouwen: er wordt door de leerlingen onder leiding van een student zelf gediscussieerd over stellingen als: ‘ik mag zeggen wat ik wil’, ‘ik mag doen wat ik wil’, ‘als ik alles zou kunnen doen wat ik wil, wat moet ik dan doen om mijn dromen waar te maken?’. De nu ontwikkelde projecten werden uitgebreid getest en worden door de kinderen/leerlingen zeer gewaardeerd. De effecten worden wetenschappelijk geëvalueerd. Het gebruik van (kort opgeleide)studenten van universiteit of hbo als spel/ discussieleider verkleint de afstand met de doelgroepen, ontziet onderwijzers en leraren en confronteert deze studenten ook met het belang van burgerschap. 

Hoe nu verder?

De Stichting Zelf Denken, Samen Doen zoekt naar de mogelijkheid om in samenwerking met maatschappelijke partners over te gaan tot een verdere uitrol van deze en nog te ontwikkelen projecten: eerst in Rotterdam, dan in de regio en bij aangetoond succes in de rest van het land. Deze initiatieven voor burgerschapvorming gebruiken Erasmus eigenlijk alleen als metafoor: hij speelt zelf als historische persoon vrijwel geen rol; het is in feite zijn gedachtegoed dat gebruikt wordt om in deze voor jongeren soms onrustige tijden waarin het aanbod via de sociale media verwarrend en overweldigend is, een handvat te bieden om te leren wat waar en niet waar is en om zelf te denken, als hulp om evenwichtig deel te nemen aan de samenleving. 

In het boekje dat u straks krijgt uitgereikt, zijn de inleidingen bijeengebracht van de 20 delen waarin de Nederlandse vertalingen van alle overgeleverde 3141 brieven van Erasmus zijn gepubliceerd. U krijgt hiermee een snelle blik op zijn levensloop en de tijd waarin Erasmus leefde, terwijl de brieven prachtig illustreren hoe hij zich ontwikkelde tot de grootste humanist van zijn tijd.

Erasmusweek 2021: Uitreiking Lof der Zotheidspelden 2020 en 2021

in de Burgerzaal van het stadhuis 

Welkom door Steven Lamberts, voorzitter van Comité “Erasmus, icoon van Rotterdam” 

Mijnheer de Wethouder, Mevrouw Hertzberger, Mijnheer Couvée, familieleden en vrienden,     

de erasmusspeld

geachte aanwezigen.

Welkom bij de 555ste viering van de verjaardag van Desiderius Erasmus.

Mijn naam is Steven Lamberts, voorzitter van het comité “Erasmus, icoon van Rotterdam”, een comité waarin 15 Rotterdamse instellingen en organisaties samenwerken met het doel Erasmus tot HET boegbeeld van zijn geboortestad te maken.

Wij vergroten de bekendheid van Erasmus in het stadsbeeld van Rotterdam, we bevorderen het gebruik van zijn naam, eigenlijk zijn “merk”, bij het positioneren van onze stad in binnen- en buitenland en wij dragen zijn gedachtegoed uit in de Rotterdamse samenleving en daarbuiten.

Vorig jaar hebben wij de viering van de 554ste verjaardag van Erasmus moeten overslaan in verband met de Covid-19 pandemie.

Daarom zullen vanmiddag zowel de 10e als de 11e Lof der Zotheidspeld worden uitgereikt aan personen die zich bijzonder onderscheiden in de geest van het gedachtegoed van Erasmus. 

Mevrouw Hertzberger en mijnheer Couvée: U mag zich spiegelen aan de namen van enkele recente spelddragers als Inez Weski, Loes Luca, Hugo Borst en Fidan Ekiz.

De jaren 1520 en 1521, nu dus precies 500 jaar geleden, waren voor Erasmus zeer productieve     jaren: hij publiceerde “Antibarbari”, het boek tegen de barbarij, misschien wel het belangrijkste manifest van Erasmus’ humanisme, waarin hij steeds wijst op het belang van goed onderwijs.

In 1521 publiceerde Erasmus zijn zogenaamde brievenleerboek, in die tijd veel gelezen   en ook nu nog een klassieke handleiding voor de kunst van het brieven schrijven.

Morgen wordt in het Bibliotheektheater gevierd dat alle 3141 bewaard gebleven brieven van Erasmus uit het Latijn in prachtig Nederlands zijn vertaald en zijn uitgegeven in 21 delen. Daarmee  wordt een project volbracht van 16 jaren noeste arbeid, waarin een aantal vertalers deze Herculische taak uitvoerde, financieel gesteund door een groot aantal Nederlandse Fondsen.

Een waarlijk prachtige toevoeging aan het Nederlands cultuurbezit, vergelijkbaar      met de uitgave van de brieven van Vincent van Gogh en het Rembrandtproject.

Onze Stichting “Erasmus, icoon van Rotterdam” heeft ook dit jaar weer rondom deze  verjaardag viering een prachtige Erasmusweek samengesteld:

naast de Erasmus wandeling en het Erasmus lunchconcert in de Laurenskerk, was er gisteravond een geanimeerde conferentie over Burgerschap, georganiseerd door het Huis         van Erasmus.

Vandaag bezoeken alle 211 eersteklassers van het Erasmiaans Gymnasium hun eigen basisschool en vertellen aan 3500 leerlingen van groep 8 over het belang van het gedachtegoed    van Erasmus. Op deze manier hebben in de afgelopen jaren 45000 Rotterdamse schoolkinderen Erasmus leren kennen.

Zaterdagmorgen is er n de bibliotheek gelegenheid om onder leiding van John Tholen onder de   titel “Erasmus uit de kluis” in kleine groepjes de bijzondere Erasmuscollectie te leren kennen, terwijl tegelijkertijd een nieuwe aflevering van de “Human Library” wordt georganiseerd. 

Tenslotte is er zondagmiddag een filosofie workshop met als titel “Erasmus dwarsdenker” naar aanleiding van de publicatie van het prachtige boek met deze titel door Sandra Langereis.

Erasmus blijft een populaire Rotterdammer: enkele jaren geleden bleek bij een enquête onder   74000 Rotterdammers de bokser Bep van Klaveren met 33% van de stemmers de grootste Rotterdammer, gevolgd door Erasmus met 27% en Pim Fortuin met 12% van de stemmen. 

Nu de beperkingen in onze bewegingsvrijheid welke aan de pandemie waren gekoppeld stapsgewijs verdwijnen zal ons comité de draad weer oppakken: naast de Erasmus Experience in de bibliotheek, waar U vast allen al geweest bent – anders een echte “Must”, de Erasmus stadswandeling voor bezoekers aan Rotterdam, het Monument voor het geboortehuis van Erasmus en het plaatsen van meer Adagia, kernachtige uitspraken van Erasmus op strategische plaatsen in de stad, zal er op 30 april 2022 een speciale plechtigheid plaatsvinden omdat het die dag precies 400 jaar geleden is dat het door Hendrik de Keyser gemaakte prachtige bronzen standbeeld van Erasmus werd onthuld.

Het blijft toch prachtig dat in onze stad het eerste standbeeld niet voor een prins, een vorst of een krijgsheer maar voor een    geleerde met een boek werd opgericht.

Een van de belangrijkste doelen van ons comité is om onderdelen van het gedachtegoed van Erasmus onder de aandacht, of zo U wil tussen de oren van alle Rotterdammers vast te zetten.   

Een teleurstellende reactie op de Corona pandemie is het ongenoegen en protest in onze samenleving waarbij groepen burgers met kreten als “viruswaanzin” oproepen tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Hierbij is de toon van de discussie op straat en in de sociale media vaak agressief.

Het lijkt of we de belangrijkste kenmerken van het gedachtegoed van Erasmus zoals tolerantie, goed en geïnteresseerd luisteren naar elkaar en het oplossen van controversen met   humor en ironie na 500 jaar volledig achter ons hebben gelaten.

In de afgelopen maanden heeft de stichting Huis van Erasmus voor het basisonderwijs als steun voor  “burgerschapsvorming” digitale modules ontworpen met de titel “Erasmus voor de klas”.

Morgenmiddag zal bij de afsluiting van de in het Nederlands vertaalde Correspondentie van  Erasmus door de stichting “Zelf Denken, Samen Doen” aandacht worden besteed aan enkele          innovatieve methoden om burgerschapsvorming te onderwijzen aan 10 tot 12 jarigen en aan leerlingen in het VMBO.

Het is in onze toch wel “verwende” samenleving tegen het einde van de Covid-19 pandemie goed om even stil te staan bij hoe Erasmus gedurende vrijwel zijn gehele leven        geconfronteerd werd met de problemen van een steeds weer terugkerende pestepidemie die door Europa raasde.

Hij bezocht met zijn broer de Latijnse School in Deventer toen in 1484 in die stad een pestepidemie uitbrak waarbij zijn moeder stierf; hiermee kwam een abrupt einde aan zijn schooltijd in deze stad. Kort na terugkomst in Gouda overleed ook zijn vader Gerardus aan de  pest en bleven Erasmus en zijn broer als wees in handen van drie voogden die er bij beide jongens   sterk op aandrongen in het klooster te treden.

Tijdens vrijwel zijn gehele leven beperkten steeds weer terugkerende pest-epidemieën de mogelijkheid om te reizen: steden werden onverwacht afgesloten en Erasmus moest, blijkens vele brieven zijn plannen steeds weer wijzigen

In een brief van 1501 vermeldt hij dat hij Parijs vanwege de pest met spoed moet verlaten; hij keert er in 1502 terug maar moet er door het opvlammen van de epidemie al weer snel weg. Hij  wil vervolgens naar Keulen gaan, maar omdat ook daar de pest uitbrak vestigt hij zich in Leuven.

In een latere brief uit 1518 beschrijft hij zijn reis uit Bazel. Na een zware tocht, gedeeltelijk te paard, arriveert hij doodziek in Leuven en beschrijft in deze brief zijn klachten en ziekteverschijnselen. Drie verschillende dokters bezoeken hem aan zijn ziekbed, maar blijven zo ver        mogelijk van zijn bed op de drempel van zijn ziekenkamer staan: zij vermoeden dat Erasmus aan de pest lijdt. En inderdaad, nu 500 jaar later kunnen we vaststellen dat de beschreven klachten en symptomen die Erasmus bij zichzelf in detail beschrijft, goed overeenkomen met de toen    heersende builenpest, welke hij uiteindelijk ternauwernood overleeft.

De overeenkomst tussen de wijze waarop wij in de afgelopen anderhalf jaar met de gevaren en beperkingen van de Covid-19 pandemie omgingen en hoe Erasmus er gedurende zijn gehele leven mee werd geconfronteerd is treffend.

Het is bemoedigend om te zien hoe hij er ondanks alle beperkingen in slaagde zich te ontwikkelen tot een van de eerste echte Europeanen die niet beperkt door landsgrenzen als     wereldburger het concept van vrede actief verbreidde,

U kent allen het Erasmus Adagium, geplaatst in het Centraal Station: er staat “Ruimte scheidt de lichamen, niet de geesten”, een prachtige opbeurende uitspraak aan het einde van onze 1,5 meter samenleving.

Ik wens U allen een aangename middag.

Tekst dankwoord Dick Couvée

Geachte heer Lamberts, geachte dames en heren, geachte wijzen of zotten.

Heel graag wil ik het Comité Erasmus danken voor het feit, dat het mij het voorrecht heeft willen gunnen van de uitreiking van de Lof der Zotheidsspeld 2020. En in dat “mij”, zo begrijp ik u, neemt u ook graag de Pauluskerk als geheel mee. Haar inspiratie, haar inzet voor al die mensen,  die het – voor kortere  of langere tijd – niet redden op eigen kracht, in Rotterdam, in de regio Rijnmond, in het land. En dus ook al haar bezoekers, van wie er vanmiddag gelukkig een aantal aanwezig is – zonder hen is het allemaal niks – , al haar noeste medewerkers, ook een aantal aanwezig, en voorts al die mensen die anderszins mogelijk maken, dat de Pauluskerk doet wat haar te doen staat. En dat vanuit haar bijbelse – en dus eeuwenoude, maar o zo actuele, dwaze – wortels. In de eer die mij ten deel valt, wil ik dus meer dan graag hen allemaal meenemen. Zonder hen geen Pauluskerk.  

Eerlijk gezegd had ik zoiets niet verwacht. En, ook eerlijk gezegd, een mooiere erkenning dan deze had u mij/ons eigenlijk niet kunnen schenken. Lof der Zotheid, Vrouwe Zotheid, die beweert dat wijsheid in onze wereld in wezen dwaasheid is en andersom. Hoe vaak heb ik mijzelf en wij vaak ook allemaal samen vanuit de Pauluskerk niet afgevraagd wie er nu eigenlijk gek was in onze samenleving nu. 

Waren dat de mensen, die vonden dat de mensen die hun heil zoeken in de Pauluskerk behoren tot de groep van nietsnutten en onrendabelen, beklagenswaardige losers, geldverslindende uitvreters van de samenleving, niet in staat tot enig maatschappelijk of economisch goed? Tweede- of derderangslui dus, aan wie je echt niet al te veel aandacht hoeft te schenken. Of waren wij dat zelf ? Omdat wij, dwars tegen de vaak dominante stroom in – als waren wij gekken – bleven geloven in de waarde en dus de erkenning daarvan door anderen van èlk mens en van àlle leven. En dat onvoorwaardelijk. En dus juist ook van die mensen die kwetsbaar zijn, om wat voor reden dan ook, en er zogenaamd niet toe doen, omdat hun “lives” toch niet zouden “matteren”.

Aan het eind van het dwaze “gouden boekje” komt de ware aap uit de mouw. Dwaasheid is niet alleen maar een al of niet idioot ideaal van Vrouwe dwaasheid. Dat idiote ideaal van het enorme belang van dwaasheid heeft zij opgepikt uit “een aantal loffelijke getuigenissen daarover van anderen”. Zo ongeveer de beste die er zijn. In ieder geval veel beter dan die van theologen. Want “zelfs ezels krijgen nog eerder een kerkelijk ambt dan een wijze”. Of het nu gaat om de paus, kardinalen of alle dominees bij elkaar. Vrouwe Zotheid beroept zich voor haar pleidooi voor het praktiseren van dwaasheid uitvoerig op iets dat daar in haar ogen ver bovenuit gaat: het boek der boeken. En wie schetst onze verbazing, uitgerekend de apostel Paulus, ja, inderdaad, naamgever van de Pauluskerk, kan in haar ogen veel genade vinden. Zeer veel. Kijk, dwaas of niet, maar dan ga je praten !  

“Maar God heeft juist mensen uitgekozen, die in deze wereld “dom” of “zwak” worden genoemd. Zo heeft God de wijsheid van de mensen belachelijk gemaakt. Zo zorgt God er voor, dat niemand trots kan zijn op zichzelf”, citeert Vrouwe Zotheid met instemming Paulus in zijn brief aan de alternatieve leef- en geloofsgemeenschap van Korinthe. Het zijn de zogenaamd “dommen” en “zwakken” van de Pauluskerk die ons laten zien dat het verdienmodel van ons soort samenleving gebaseerd is op een onvoorstelbare roofbouw van Moeder Aarde en van uitbuiting en uitsluiting van grote groepen mensen, die noodgedwongen dat model mogelijk maken, voor anderen, maar in de voordelen daarvan zèlf niet of nauwelijks delen. En dat al sinds eind 15e eeuw. Velen van hen moeten werken als zzp-er of in de flexibele schil of schemerzone van onze economie. Wat is hier nu dwaasheid en wat wijsheid ?! Het zijn de zogenaamd “dommen” of “zwakken” van de Pauluskerk, die ons laten zien, dat gelijkwaardigheid en gelijkheid voor de wet de facto betekenen, dat rijken rijker worden en armen armer. Niet alleen als het gaat om geld. Ook als het gaat om kansen op zinvolle arbeid, goed onderwijs en een goede gezondheid. Arme mensen in Rotterdam gaan meer dan 10 jaar eerder dood dan rijke. Wat is hier nu wijsheid en wat dwaasheid ?! Het zijn de zogenaamd “dommen” of “zwakken” van de Pauluskerk, die ons laten zien, dat een samenleving fundamenteel verandert van roofbouw naar opbouw op het moment dat iedereen onvoorwaardelijk in staat wordt gesteld om eraan bij te dragen en zichzelf dienstbaar te maken aan iets dat veel groter en sterker is dan “ik” en “mijzelf”. Het christendom heeft op haar beste momenten altijd gegokt op dat laatste. Waar mensen zich dienstbaar maken aan anderen en aan het geheel, ontstaat meer en beter leven. En niet minder. En dan voor allemaal. En niet voor een paar. Wat is hier nu wijs en wat dwaas?! Van die dwaze onderstroom in het christendom heeft de Pauluskerk zich altijd onderdeel gevoeld. Als het kon in het klein in de Pauluskerk – waar overigens elke dag ongeveer alles gebeurt wat God verboden heeft – waarom dan niet in de samenleving als geheel?! Voor die dwaze wijsheid ben ik jullie allemaal, lieve dwaze mensen van de Pauluskerk, onvoorstelbaar dankbaar. Het is het grootste cadeau van mijn leven, dat ik van zo’n kerk, zo’n sociale beweging – want dat is de kerk – deel heb mogen uitmaken. En daarmee dus ook jullie, lieve dwaze mensen van het Comité Erasmus, in de erkenning daarvan. 

Tot slot. Aan de erkenning is ook een geldbedrag verbonden. Het leek mij helemaal in de geest van de dwaasheid, dat ik dat geld niet zelf houd, maar weggeef. Het Comité vond dat ook een goed idee. Met overtuiging geef ik dat geldbedrag graag door aan “Tent of Nations”. Tent of Nations is een landbouwboerderij en vredesproject van de familie Nassar op de door Israëlische staat bezette Westbank, even ten zuiden van Bethlehem. De boerderij ligt op een berg. In de afgelopen jaren zijn op de bergen rondom en strategisch goed gekozen inmiddels 6 nederzettingen van Israëlische kolonisten verschenen, die regelmatig de honderden olijfbomen en daarmee de bestaansgrond van deze Palestijnse boeren vandaliseren en terroriseren. De familie worstelt al jaren tevergeefs om een vergunning van de overheid en daarmee om bestaansmogelijkheden voor de lange termijn, nadat eerder het Israëlische Hoger Gerechtshof uitdrukkelijk het eigendomsrecht van de familie op hun grond erkende, ook na jaren strijd. Het project zet zich onder het authentiek christelijke, volkomen dwaze motto “We refuse to be enemies” daadwerkelijk in voor vrede en daarmee voor toekomst voor zowel Palestijnen als Israëli’s. Dat werk – in die volgens mij helemaal in Erasmiaanse geest – zou ik meer dan graag ondersteunen en bij u allemaal aanbevelen.